Extreme waardes van traditionele variabelen. Een epistemologische risico-analyse.

Gastblog van G.J. Smeets

Het kalenderjaar 2015 heeft tot nu toe vier klimaat-gerelateerde feiten opgeleverd die opmerkelijk zijn vanwege hun gemene deler. Die deler laat ik als cliffhanger bungelen tot de laatste alinea’s van mijn analyse maar uit de ondertitel van dit stuk kan men aflezen dat het over risico gaat. Eerst zet ik de vier feiten op een rijtje en die ik vervolgens in omgekeerde volgorde van commentaar voorzie. Daarna iets over het risico dat die vier feiten m.i. impliceren.

  1. De warmterecords zijn gebroken.
  2. De ‘veiligheidsnorm [+ 2º C] is het vuur aan de schenen gelegd.
  3. De Nederlandse Staat is civielrechtelijk gedwongen tot stringentere CO2-reductie.
  4. Theïstische kerkvorsten lezen politici de ecologische en humanistische les.

4. Theïstische kerkvorsten lezen politici de ecologische en humanistische les

Zowel Paus Franciscus als grootmoefti’s hebben zich helder en ongekend fel uitgesproken tégen verdergaande klimaatverandering en vóór emissiereductie om dat tegen te gaan. Bill McKibben maakte er een interessante opmerking over.

The real effect of documents like these, though, is less immediate policy shifts than a change in the emotional climate. […] It’s not necessarily that we take what the pope says as Gospel, or decide that because our university sold its fossil fuel stocks we will do likewise; it’s that these things normalize action, moving it from the category of “something that activists want” to “something obvious.” That’s the phase we’re reaching right now in the climate fight.

Die opmerking is interessant doordat er zo duidelijk het perspectief van de U.S.A. in doorklinkt waar de ontkenning door media en politici van de klimaatwetenschappelijke bevindingen virulenter is dan elders. Niettemin geldt de opmerking op verrassende wijze zeker voor Nederland na de rechterlijke uitspraak (en het hoger beroep van de staat daartegen) in de zaak Urgenda vs Nederlandse Staat.

3. De Nederlandse Staat is civielrechtelijk gedwongen tot stringentere CO2-reductie

Het is inderdaad zoals McKibben zegt een gevecht, een belangengevecht. Het burgerplatform Urgenda heeft in dat gevecht een markante manoeuvre gemaakt door de Nederlandse Staat nalatigheid te verwijten en in tweede instantie dat verwijt om te zetten in een eis die aan de civiele rechter is voorgelegd. De rechter heeft op 24 juni 2015 aan die eis voldaan. De Nederlandse Staat heeft vervolgens besloten om tegen die uitspraak in beroep te gaan, enkel om de punt op de juridische i helder te krijgen. Want intussen is de Staat gehouden aan de uitspraak van de rechter. Dat de Staat in hoger beroep gaat is m.i. terecht en correct. Immers, het proces is behalve een acuut belangengevecht ook een proefproces waarin de vigerende praxis van de trias politica geconfronteerd wordt met de vraag die de (preambule) van elke democratische grondwet raakt: waar baseert de Staat zichzelf op, hoe identificeert hij zichzelf?

Ik herinner aan een eerder gastblogstuk waarin de kwestie aan de orde is gesteld. En wat zien we: geen enkele preambule c.q. Art. 1 van een willekeurige democratische grondwet voorziet in wat voor animistische en totemistische samenlevingen vanzelfsprekend was. Een technische term voor vanzelfsprekende kennis is ‘tacit knowledge‘. In dit geval: erkenning van de fundamentele wederzijdse afhankelijkheid van mens en zijn habitat. De rechtszaak gaat aan de oppervlakte over CO2-beleid en over (vermeende) schending van de scheiding der machten. Maar daaronder peutert de zaak aan de ratio van de grondwet, d.w.z. aan het fundament van de staat. Dat mag raar klinken maar als je er van een afstandje (antropologisch en epistemologisch) naar kijkt is dat zo raar niet. De juridische motieven van het proces zijn ‘gevaarzetting’, ‘voorzorgsbeginsel’ en ‘onrechtmatige daad’ en dat alles in internationale context. Een juridisch labyrint, kortom, waarin de hoogste rechter slechts op formalistische grond kan beslissen maar er niet om heen kan om subtekst te besteden aan klimaatverandering als uitzonderlijk maatschappelijk en juridisch probleem dat het fundament van de wetgeving raakt – ik steek er mijn antropologische en epistemologische hand voor in het vuur. Het is niet voor niets dat het proces binnen en buiten de landsgrenzen met grote belangstelling gevolgd wordt door juristen en beleidsmakers. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat met het unieke en gigantische vraagstuk van de opwarming ook de grondwetgeving tussen de coulissen nerveus wordt.

Een van de uitgenodigde experts (zie het vierde document in de lijst vanaf beneden in de link) voor de recente hoorzitting van de Tweede Kamer over de rechtszaak is er expliciet over en valt meteen in de eerste zin met de deur in huis:

Hoe leggen we straks aan onze kinderen uit dat we de Grondwet en de rechtsstaat hebben verkwanseld? Dat we de rechter hebben toegestaan het overheidsbeleid te bepalen op grond van veronderstelde “wetenschappelijke” noodzaak. Hoe leggen we uit dat de wetgever en uitvoerende macht de slaven zijn geworden van een door de rechterlijke macht aangestuurde scientistische voorzorgcultuur?

Merk op dat deze commentator wat betreft verkwanseling van De Grondwet gelijk heeft om de verkeerde reden. Hij doelt immers op vermeende schending van de scheiding der machten en waarschuwt letterlijk voor ‘een totalitair systeem’ waarin het doel (‘scientistische voorzorgcultuur’) de heiliging van de middelen (‘activisme’) is. Een betere illustratie van de juridische blinde vlek voor de werkelijke omvang van het maatschappelijke en juridische vraagstuk ‘klimaatverandering’ ben ik nog niet tegengekomen.

2. De ‘veiligheidsnorm [+ 2º C] is het vuur aan de schenen gelegd.

James Hansen et al. heeft in een recente en online te becommentariëren publicatie grote vraagtekens gezet bij het idee dat +2ºC t.o.v. pre-industrieel een veilige vangrail zou zijn. Zie voor details het blogstuk van Hans Custers daarover. Ofschoon ik de online commentaren van Hansens collega’s volg en grosso modo begrijp onthoud ik me van commentaar daarop. Waar het me om gaat is dat Hansens artikel de thematiek, de centrale thematiek, van riskant collectief gedrag aan de orde stelt. De publicatie van Hansen et al. gaat over aanwijzingen dat de stijging van de zeespiegel versneld kan toenemen. Of dat wel of niet zo zal uitpakken is wat mij betreft nu niet ter zake aangezien we dat niet (kunnen) weten. Ter zake is dat Hansen et al. met nieuwe details uitspelt hoe complex en delicaat onze habitat functioneert en dat +2ºC pre-industrieel als veilige norm voor ons collectieve stookgedrag een riskante slag in de lucht is. Klimaatbeleid is grotendeels risicobeleid en dát zal in de nabije toekomst, hoe de klimaatverandering ook mag uitpakken, niet veranderen. Voor alle duidelijkheid: als aartsconservatief wat betreft collectief risicogedrag ben ik gevoelig voor de nieuwe info die Hansen et al. aandragen wat betreft het in kaart brengen van risico-factoren.

1. De warmterecords zijn gebroken

En dan de warmte-records. Een recent blogstuk van Jos Hagelaars stelde:

Elke maand komen er nieuwe getalletjes boven tafel en elke maand wordt daar weer megabytes aan tekst over geproduceerd. Mijn prognose is dat het jaar 2015 een discussiepiek zal opleveren.

De T-getalletjes 2015 liggen inderdaad voor het oprapen. Ze liegen er niet om en ‘Parijs 2015‘ wacht nog een paar maanden – dus er zal vast nog gediscussieerd worden. Maar of dat nog over het feit van de opwarming gaat waag ik te betwijfelen: díe specifieke discussie heeft zijn piek na de T-piekgetallen wel gehad.

Welnu, wat hebben bovenstaande vier feiten gemeen? Antwoord: extreme waardes van traditionele variabelen. Kerkvorsten gaan ethisch/moreel plankgas; vadertje staat gaat met z’n hoger beroep tegen de rechterlijke uitspraak jurisprudentieel plankgas; wetenschapper Hansen et al. gaat als opwarmingsrisico-analist plankgas, en CO2 gaat voor als nog plankgas z’n gang. Ik kom er zo meteen op terug.
Eerst benadruk ik nogmaals dat de klimaatkwestie in essentie een kwestie is van interdependentie, wederzijdse afhankelijkheid van mens en habitat. Er is geen andere manier om die interdependentie in het vizier te krijgen en te behouden dan metaforische identificatie van homo sapiens met zijn habitat, en omgekeerd. Knarsetandend leg ik me neer bij het feit dat de dominante metafoor voor als nog ‘€’ is. James Hansen heeft daarover minder scrupules:

So what we need to do is add a gradually rising fee to the fossil fuels, which you would collect from the fossil fuel companies at the source – the domestic mine or the port of entry.

Immers:

As long as fossil fuels are the cheapest energy, people are going to keep burning them and going to find them, to dig them up wherever they can find them.

Die redenering klopt, geen speld tussen te krijgen. Maar ik geef de voorkeur aan iets wat de dichter R.M. Rilke in zijn ‘Stundenbuch’ al bijna een eeuw geleden stelde en ik geef de Nederlandse versie (uit: R.M. Rilke. Getijdenboek, Ten Have, 2009):

…beweeg ik mij zwevend al eeuwen lang,
niet wetend: ben ik een valk, het gerucht
van een storm of een verheven gezang.

Met een dergelijke totemistische metafoor is weliswaar geen politiek te bedrijven maar er is wel degelijk een grondwet mee te formuleren die de wederzijdse afhankelijkheid van mens & habitat erkent en benoemt. Bovendien geeft zo’n metafoor te denken wat we achter de hand hebben mocht James Hansens €-metafoor devalueren en onbruikbaar worden in de communicatie tussen wetenschap, burgerij en staat. En dat is bepaald niet uit te sluiten gezien de gemene deler van de vier bovengenoemde feiten: extreme waardes van traditionele variabelen. Daarmee is tevens de ondertitel van dit blogstuk verklaard: de gemene deler is een waarschuwing, een risico-signaal. Het risico is opsoupering van de speelruimte, de marge, de rek in het levende netwerk dat de vier variabelen tezamen tot nu toe min of meer werkbaar maakten. Eén ding is zeker: ergens ligt een schakel in het traditionele netwerk die het eerste breekt – tipping point – onder toenemende druk. En de druk is in 2015 krachtig opgevoerd door kerkvorsten, door een game-changing rechtszaak, door risico-analisten en vooral door de T-getallen. Mij ontbreekt het intellectuele vermogen (d.w.z. logica plus voorstellingsvermogen) om te voorzien welke schakel in het netwerk mens / habitat het gaat begeven, laat staan wat die breuk gaat teweegbrengen. Vast staat dat de extreme waarden van structurele variabelen *ergens* tot een breuk in het netwerk zal leiden. Fysica, antropologie, geschiedschrijving en systeemtheorie zijn het daarover eens.

Er ligt een klus voor onze voeten, mitigatie en adaptatie, die dermate groot en complex is – ‘super wicked’ is de technische term – dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het ondoenlijk is. Het doet denken aan de twaalf opdrachten die de schrandere krachtpatser Hercules zijn voorgelegd. Wij zijn geen Hercules maar staan hier&nu wel degelijk voor diens vijfde opdracht, de Augiasstal opschonen in moreel, juridisch en ecologisch opzicht. Terwijl de opwarming ondertussen gestaag doorgaat.

42 Reacties op “Extreme waardes van traditionele variabelen. Een epistemologische risico-analyse.

  1. Lennart van der Linde

    Beste Goff,

    Mooie samenvatting van de stand van zaken. Je eindigt met:
    “Er ligt een klus voor onze voeten, mitigatie en adaptatie, die dermate groot en complex is – ‘super wicked’ is de technische term – dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het ondoenlijk is.”

    Daar kan ik me in vinden. Tegelijkertijd lijken er toch ook redenen om aan te nemen dat we nog steeds een kans hebben om de opwarming tot 2 graden te beperken en dat hoewel moeilijk die klus niet bij voorbaat met zekerheid ondoenlijk is. Je noemt er hierboven zelf een aantal, als ik me niet vergis. En zelfs als we niet onder de 2 graden blijven, dan is 2,5 graad toch altijd nog beter dan 3 graden, etc.

    Ofwel: welk handelingsperspectief zie jij als meest kansrijk voor degenen die nog geloven in een mogelijkheid de opwarming tot onder 2 graden te beperken?

  2. Lennart,
    het enige handelingsperspectief is uiteraard drastische reductie van CO2-emissies. Welke van de verschillende strategieën om dat te bereiken het meest kansrijk is: geen flauw idee. ‘Emissie-reductie’ heeft veel weg van schieten met een krom geweer op een moving target als je kijkt naar de praxis van (onderhandelingen over) CO2 beleid en energie-transitie. In dit opzicht ben ik pessimistisch: kennelijk is het too hot to handle.
    Als ik kijk naar de technologische mogelijkheden van CO2 neutrale energie-productie ben ik optimistisch. Het punt hier is dat die nieuwe mogelijkheden markttechnisch echter een *a-priori* lage succeskans hebben door de valse concurrentie van de niet-CO2 beprijsde fossiele grondstoffen aan de bron. Wat handelingsperspectief betreft is dergelijke beprijzing absoluut target nr. 1 Maar ook dat is een kwestie van onderhandelen binnen een geo-politiek labyrinth vol bommen en granaten -letterlijk en figuurlijk. En dat matigt het optimisme.

    Ondertussen gaat de opwarming gewoon door en nemen de weersextremen globaal toe. En die laatste factor, toename van de extremen, is wellicht de factor die de doorslag gaat geven: calamiteiten en rampen, precies datgene wat niemand wil en waarvoor al decennialang door risico-analisten is gewaarschuwd. Vandaar dat ik het vraagstuk van de opwarming ook zie als een tragedie waarvan het einde van de plot reeds aan het begin is gegeven. Het handelingsperspectief in een tragedie is wat mij betreft “moedig voorwaarts” : )

  3. Lennart van der Linde

    Ja, er is heroiek in de (absurde) tragiek van Sisyphus. En ja, beprijzing van CO2 lijkt de kernstrategie. Hoewel ik me ook wel afvraag of een simpelweg verbod ter uitfasering van CO2-uitstoot wellicht niet toch effectiever en/of doelmatiger zou zijn, zoals ook bij CFK’s via het Montreal Protocol gedaan is. Misschien zitten we te veel gevangen in een neoliberaal marktdogma?

    En vervolgens is de vraag hoe die beprijzing of regulering tot stand kan komen tegen alle gevestigde belangen van fossiele industrie en verslaafde consumenten in. Een morele oproep, kracht bijgezet door burgerlijke ongehoorzaamheid, zoals gepropageerd door activisten als Bill McKibben en Naomi Klein, zou uiteindelijk wel eens de enige of snelste weg daartoe kunnen blijken, zoals bv ook de strijd voor afschaffing van de slavernij en rassenscheiding illustreren.

    Want tragiek of niet, ook als we het 2-gradendoel niet zouden halen, dan lijkt minder uitstoot nog altijd beter dan meer uitstoot. In die zin is deze strijd misschien toch iets minder tragisch of absurd dan die van de mythische held?

  4. Verbod op CO2 uitstoot? Dat is zoiets als CO2 verbieden de T te verhogen. CFK lijkt me van een lagere orde (chemisch en sociaal) dan CO2.

    Morele oproep met burgerlijke ongehoorzaamheid? Er wordt al decennia-lang moreel opgeroepen, tot in het hol van de leeuw toe http://www.nrc.nl/klimaat/2015/09/17/de-metamorfose-van-exxonmobil/. Bovendien zijn burgers per definitie gehoorzaam. Je analogie met afschaffing van slavernij is m.i. zeer discutabel. Als ik me geschiedkundig niet vergis is de afschaffing van de slavernij destijds in de U.S.A. wisselgeld geweest om aan de funeste burgeroolog een einde te maken. Die oorlog ging niet over (afschaffing van) slavernij. Die afschaffing was een gevolg van de burgeroolog, niet de inzet ervan https://nl.wikipedia.org/wiki/Amerikaanse_Burgeroorlog#Escalatie

    Verder stel ik een vraagteken bij je suggestie dat “minder CO2 uitstoot beter is dan meer uitstoot.” We zijn risico-analytisch gezien (en dat is wat we aan het doen zijn: risisco-analyse) m.i. het punt gepasseerd waar iets meer of minder dan 2-graden nog relevant is. De stralingsbalans pikt de T-getallen enkel over de rug van de oceanen die hydraulisch en chemisch in rap tempo op het verkeerde been zijn gezet. Intussen staan diverse maatschappelijke hakken in het zand: kerkvorsten pikken de geo-politieke praxis niet; de Nederlandse Staat pikt de tik op de vingers van zijn eigen rechter niet; klimaatrisico-analisten pikken 2-graden als veilige vangrail niet.

    Je vragen hebben me aan het denken gezet en uit mijn antwoord kun je aflezen dat ik weliswaar handelingsperspectief zie in CO2 mitigatie (middels beprijzing aan de bron) maar dat ik zéér sceptisch ben over de succeskans daarvan. Kortom, mitigatie is uiteraard ook mijn doel maar ik houd er rekening mee dat het op adaptie zal neerkomen. De weergoden dicteren, niet wij.

  5. G.J. Smeets,

    Mijn voorstel is om elke auto een tank van maximaal 35 liter te geven. Vrachtwagens mogen natuurlijk een grotere tank hebben maar voor privé
    gebruik is 35 liter genoeg. Elke auto die 1 op 20 rijdt kan dan minstens 600 kilometer op één tank rijden. Het rode lampje begint pas te branden na 30 liter…

    “Er ligt een klus voor onze voeten, mitigatie en adaptatie, die dermate groot en complex is – ‘super wicked’ is de technische term – dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het ondoenlijk is.”(G.J. Smeets)

    Start je epistel met een praktisch voorstel dan is het meteen wat ‘super wicked’ .

  6. minder super wicked.

  7. Lennart van der Linde

    Goff,
    Ik ben geen historicus, dus zal me in die discussie over de rol van slavernij in de Amerikaanse burgeroorlog wat moeten verdiepen. Daaraan vooraf ging echter het ontstaan van het abolitionisme:
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Abolitionisme_(slavernij)

    Hier en daar kwamen er ook nog rechters aan te pas, wat (ook) een interessante parallel is met de huidige Klimaatzaak. Wordt vervolgd.

  8. Goff,

    dank dat je met een andere taal mij als lezer bij de lurven pakt en daarbij de zaak achterstevoren uitwerkt. Dit stuk zal me heugen!

    In je antwoord geef je aan dat je optimistisch bent met betrekking tot de techniek. Zelf zou ik dat willen zijn – en ik ben techneut- maar er zitten mij niet genoeg technieken in de diverse stadia van ontwikkeling en uitrol. En ik zoek me suf.
    Daarbij komt bij mij het beeld op dat we technieken met een groot performance gebrek, b.v. wind met 25 – 35% vollast-uren per jaar, perfectionistisch willen invoeren. Er is een woud van argumenten om het niet hier te doen; niet zo te doen en zeker niet morgen.

    Burgers vragen reeds om de volgende generatie van technieken omdat de bestaande duurzame technieken niet duurzaam genoeg zijn. (biomassa)

    Ook zal het tempo van uitfaseren van fossiel 30 jaar of meer duren. Dus dertig jaar lang en 300 keer per jaar, media-uitingen die zeggen:
    het moet; het kan niet; niet snel genoeg; hier niet; dit niet; dat nooit; moet het echt?; geen geld voor; ik alleen?; en de anderen dan?

    Is het fenomeen dat we de techniek, welke gebrekkig en halfbakken is, en die toch moeten omarmen, niet de kern van het ‘super wicked’ probleem?

  9. ” Als ik me geschiedkundig niet vergis is de afschaffing van de slavernij destijds in de U.S.A. wisselgeld geweest om aan de funeste burgeroolog een einde te maken. Die oorlog ging niet over (afschaffing van) slavernij. Die afschaffing was een gevolg van de burgeroolog, niet de inzet ervan”

    Eigenlijk is dit historisch revisionisme… Niet erg in dit geval, maar lees je ff in.

  10. Hi Goff,

    Ik ben wellicht iets minder pessimistisch dan jij maar eigenlijk is het irrelevant indien we onszelf als opti-/rea-/pessi-mist gaan profileren, of zelfs alleen maar als ‘mist’ wat helaas ook veel gebeurt.😉 Dit lijkt me overigens niet juist:

    Verder stel ik een vraagteken bij je suggestie dat “minder CO2 uitstoot beter is dan meer uitstoot.” We zijn risico-analytisch gezien (en dat is wat we aan het doen zijn: risisco-analyse) m.i. het punt gepasseerd waar iets meer of minder dan 2-graden nog relevant is.

    De gevolgen van klimaatverandering nemen NIET lineair toe met de stijging van de broeikasgas-concentraties of van de mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur. Een 2 x zo grote temperatuurstijging heeft niet 2 x zoveel gevolgen, maar eerder volgens y = ekT waar T dan staat voor de temperatuurstijging en k een-of-andere constante is:

    De ruwweg exponentiële toename van de schade (de gevolgen) met de temperatuurstijging is het gevolg van het onderling vermenigvuldigen van alle ‘impacts’, de processen die bijdragen aan de schade:

    Landbouw(t) * Migratie(t) * Zeespiegelstijging (t) * Visserij(t) * …

    Doordat vele van deze processen elkaar onderling versterken belandt de temperatuurstijging in de exponent. Daardoor kan er een GROOT verschil zijn tussen +2,0 °C en +2,5 °C terwijl we veel minder verschil merken tussen +0,5°C en +1,0°C. Dit is waarom Lennart de spijker op de kop slaat met: “Want tragiek of niet, ook als we het 2-gradendoel niet zouden halen, dan lijkt minder uitstoot nog altijd beter dan meer uitstoot.

    Terzijde — naast een ruwweg exponentiële toename van de gevolgen met de temperatuurstijging zijn er ook nog ‘tipping points’:

  11. Lennart van der Linde

    Goff,
    In aanvulling op de m.i. terechte punten van Bob over opwarming boven twee graden en omslagpunten ga ik nog even door op de mogelijke parallel met het abolitionisme, wat toch zeker wel als een (belangrijke) oorzaak van de Amerikaanse burgeroorlog gezien wordt:
    https://en.wikipedia.org/wiki/Origins_of_the_American_Civil_War

    Los van de exacte historische verklaring voor de afschaffing van slavernij wordt de parallel met het abolitionisme steeds duidelijker getrokken binnen de mondiale klimaatbeweging, o.m. door Bill McKibben, Naomi Klein, Desmond Tutu, Noam Chomsky, en uiteraard ook door Jim Hansen:
    http://www.theguardian.com/environment/2015/aug/26/campaigners-mass-climate-action-paris-conference-noam-chomsky

    Je zegt dat burgers per definitie gehoorzaam zijn, maar dat begrijp ik niet helemaal. Kan in sommige gevallen ongehoorzaamheid niet de hoogste burgerplicht zijn?

    Hoe dan ook lijkt bv in de burgerrechtenbeweging in de jaren ’50 en ’60 burgerlijke ongehoorzaamheid op grote schaal vrij succesvol toegepast om gelijke rechten af te dwingen, in vervolg op de onvoltooide strijd van de abolitionisten.

    En ook nu lijkt burgerlijke ongehoorzaamheid binnen de klimaatbeweging steeds breder toegepast te worden, bv in pogingen aanleg van de Keystone XL pijplijn en olieboringen in de Arctic tegen te houden en een sterker klimaatbeleid af te dwingen. De morele oproep was er inderdaad al langer, maar de bereidheid tot burgerlijke ongehoorzaamheid lijkt te groeien.

    Vervolgens rijst dan wellicht de vraag of dit soort confrontaties uiteindelijk ook tot burgeroorlogen kunnen leiden, en of misschien afschaffing van de slavernij in de VS ook zonder burgeroorlog bereikt had kunnen worden, en op welke termijn. En hoe weeg je de mogelijke gevolgen van het ene of andere scenario? Of is er een manier/kunst om via burgerlijke ongehoorzaamheid de druk op en confrontatie met gevestigde belangen te intensiveren, zonder dat dit tot een gewelddadige escalatie leidt?

    Ik heb daar zo geen antwoord op, maar het lijken me vragen die voor ons allen relevant zijn als we op een moedige manier voorwaarts met dit super wicked probleem willen omgaan.

  12. Lennart van der Linde

    Hier ter illustratie twee pleidooien voor geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid om gevaarlijke opwarming nog zoveel mogelijk te voorkomen:
    http://www.int-res.com/articles/esep2011/11/e011p003.pdf

    En:
    http://www.huffingtonpost.com/marilyn-sewell/civic-disobedience-and-cl_b_7935984.html

    Er zijn overigens ook radicale klimaatactivisten die minder vertrouwen hebben in de effectiviteit van burgerlijke ongehoorzaamheid. Zie bv:
    http://www.alternet.org/environment/why-we-cant-fight-climate-change-using-tactics-civil-rights-movement

    Moedig voorwaarts.

  13. Oei! twee keer op de vingers getikt.
    – De opm. over de USA burgeroorlog neem ik terug, zodat Lennart’s analogie in tact blijft – met dank aan cRR Kampen.
    – Dank aan Bob voor correctie van mijn slordige opm. over de irrelevantie van ‘iets meer of minder dan 2-graden’. Waar het me om gaat met die opm. is dat 1,5 of 2 of 2,5 graden *in combinatie met* de waarden van de drie andere variabelen (ethos, wetgeving, veiligheidsnormering) van het blogstuk m.i. niet veel uitmaakt voor het opsouperen van de rek in de relatie mens / habitat. Immers, 1,5 graden impliceert al genoeg sores en druk op de keten.

    Pieter, het vervelende van het super wicked problem is dat het geen ‘kern’ heeft, de resultante is van veel en complexe factoren die op elkaar inwerken. En techniek alleen gaat het probleem niet oplossen, dat vind ik een zeer terecht aandachtspunt van de kerkvorsten, de vierde variabele van het blogstuk.

    Lennart, ik volg je redenering over burgerlijke ongehoorzaamheid. De eerlijkheid gebiedt me te erkennen dat ik daarover (op grond van veel teleurstellende ervaring gedurende 40 jaar) geen illusie koester. Wat me er overigens niet van weerhoudt om er aan mee te doen. Nu in een actie-groep die het lokale project-ontwikkelaars lastig maakt. Burgerlijke ongehoorzaamheid, ik weet het niet. Mijn ervaring leert dat een kalme maar venijnige jurist plus media-aandacht wezenlijk is. En nogmaals, de echte strijd is m.i. die aan de tafels waar over de CO2-beprijzing wordt onderhandeld.

  14. Lennart van der Linde

    Goff,
    Die jurist zien we vanavond aan het werk in Tegenlicht. Als de klimaatzaak tot afdoende klimaatbeleid leidt, dan is burgerlijke ongehoorzaamheid niet nodig. Mocht dat echter niet het geval zijn, dan is het waarschijnlijke het laatste middel in het arsenaal van de klimaatbeweging. Effectiviteit is niet gegarandeerd, maar volgens onderzoek van Cenoweth & Stephan lijkt ‘civil resistance’ toch effectiever dan veelal gedacht:
    http://cup.columbia.edu/book/why-civil-resistance-works/9780231156820

    Toevallig werd deze week ook het Climate Disobedience Center geopend:
    http://www.climatedisobedience.org/about

    De strijd aan de onderhandelingstafels zou wel eens alleen succesvol (2 graden?) kunnen zijn bij voldoende druk van onderop door uiteindelijk ook voldoende burgerlijke ongehoorzaamheid. Als ik me niet vergis worden er nu al acties gepland voor 2016, in de verwachting dat de klimaattop in Parijs eind dit jaar onvoldoende resultaat zal opleveren (voor 2 graden).

  15. Lennart van der Linde

    Hi Goff, dat maakt samen een sandwich-strategie, zoals bepleit door Lester Brown:
    http://www.earth-policy.org/book_bytes/2009/pb4ch10_ss5

    Mooi🙂

  16. G.J. Smeets

    Update:
    Het rijtje van 4 feiten moet uitgebreid worden. Gouverneur Mark Carney van de Bank of England, een van de belangrijkste toezichthouders van de financiële wereld, waarschuwt dat klimaatverandering kan leiden tot chaos op de financiële markten en ‘potentieel gigantische’ verliezen voor investeerders en financiële instellingen. Carney uitte zijn waarschuwing dinsdagavond l.l. in een speech op uitnodiging van verzekeraar Lloyds. Hier de toespraak http://www.bankofengland.co.uk/publications/Pages/speeches/2015/844.aspx

    De boodschap van deze financiële toezichthouder is dat groen financieren geen nichemarkt kan blijven doordat de wetenschappelijke consensus over klimaatverandering een gegeven is. Een van de gevaren volgens Carney is dat monetair beleid 2 tot 3-jaar vooruit kijkt en maatregelen voor monetaire stabiliteit niet verder dan 10 jaar reiken.

    Investeerders in de fossiele energie-sector gaan zich nu toch echt achter de oren gaan krabben. Als een financiële toezichthouder op uitnodiging van een giga-verzekeraar dit signaal afgeeft weet je dat het globale geldschip al aan ’t deinen is. Wat uiteraard meespeelt zijn de lage olieprijs en de onzekerheden over klimaatbeleid (Parijs 2015) en wetgeving (gevolgen van de klimaatzaak Urgenda).

    Kortom, de druk op de keten ‘klimaatverandering’ is plotseling verder verhoogd nu ook een financiële toezichthouder plankgas gaat.

  17. G.J. Smeets

    Hoi Bob,
    ik heb het balletje in de lucht gehouden die je hierboven (18 sept. om 13:50) opwierp:

    “Ik ben wellicht iets minder pessimistisch dan jij maar eigenlijk is het irrelevant indien we onszelf als opti-/rea-/pessi-mist gaan profileren…”

    M.i. is het relevant hoe we ons profileren. Let wel, we hebben het over wetenschappelijk vastgestelde & gekwalificeerde opwarmingsrisico’s en ieders persoonlijke respons daarop. Risico’s poneren een alternatief: het kán tegenvallen en het kán meevallen. Ieder van ons opteert voor een van beide, een tussenpositie is er niet. Het is de olifant in de kamer waarover ik in https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/11/17/he-een-olifant-in-de-kamer/ (voorlaatste alinea) opmerkte:

    “…tot hoever kun je de ongerustheid over de risico’s toelaten? Hoe dichtbij mag het beest van de ongerustheid komen? Hoe tem je het? Waar zit je op het spectrum tussen hoop en paniek? Wat vrees je te moeten inleveren (ideologisch en/of financieel) als je de verontrusting toelaat? Het zijn vragen waar begrijpelijkerwijs weinig aandacht aan wordt geschonken zodat iedereen er in stilte mee leeft en er iets van een antwoord op heeft. Niettemin, het verzwegen antwoord lijkt me voor elk van ons (mede)bepalend voor de betekenis van de klimatologische feiten en de weging van de risico’s.”

    Kortom: je opteert voor ‘tegenvallen’ als uitgangspunt voor beleid of voor ‘meevallen’. In het eerste geval ben je pessimist, in het tweede geval je ben optimist. Het lijkt me zeer relevant dat mensen dit van elkaar weten en de enige manier om het te weten is dat men zich in dit opzicht expliciet profileert.

  18. Hoi Goff,

    Mijn interesse betreft de wetenschappelijke aspecten van klimaatverandering en daarom lijkt het me irrelevant of iemand zich als opti-/rea-/pessimist wil profileren. Wellicht is dat te verduidelijken met de volgende analogie:

    Mijns inziens is het vergelijkbaar met het vooraf innemen van een positie over de worp van een dobbelsteen: is het zinvol om een ‘optimist’ te zijn en luidkeels te claimen dat we “vast wel” één of twee ogen gaan gooien? Is het zinvol om pessimist te zijn en te beweren dat we “vast en zeker” vijf of zes ogen gaan werpen?

    In deze analogie kan je het aantal ogen dat de worp met een dobbelsteen op zal gaan leveren, vergelijken met het aantal graden temperatuurstijging bij ‘business as usual’ qua emissies.

    Echter — óók de positie van iemand die zichzelf als ‘realist’ wil profileren en daarom roept dat we “waarschijnlijk” een 3 of 4 gaan gooien… is allerminst rationeel. Weliswaar zal het gemiddelde aantal ogen bij een groot aantal worpen wel naar de 3 á 4 tenderen maar wij hebben slechts één worp. Het gooien van drie of vier ogen is niet a priori waarschijnlijker dan vijf of zes ogen als je slechts één worp hebt (het is even waarschijnlijk).

    Rationeel lijkt het me om de volledige kansverdeling onder ogen te zien. Je kan dan vervolgens wél een positie innemen op basis van de morele afweging of het überhaupt acceptabel is om 33% kans te lopen op het gooien van die vijf of zes (m.a.w. op een zeer ernstige afloop). Dat is een morele stellingname, die je in kan nemen zonder a priori een eigen mening er op na te houden over welke uitkomst van deze eenmalige worp met de dobbelsteen waarschijnlijker is.

  19. Hans Custers

    Ik ben het eens met Bob. In een rationele risicoafweging kijk je naar wat er zou kunnen gebeuren, met welke waarschijnlijkheid en probeer je te beredeneren waarom je een risico wel of niet zou moeten nemen.
    Optimisme of pessimisme – ofwel: de verwachting wat er werkelijk zal gebeuren – is irrelevant.

  20. Lennart van der Linde

    Optimisme en pessimisme lijken beide een nuttige functie te kunnen hebben, afhankelijk van de situatie en de mate van onzekerheid, kans, risico. Zie bijvoorbeeld:
    http://psychcentral.com/blog/archives/2011/03/17/pessimism-vs-optimism/

    Of wat uitgebreider:
    https://www.psychologytoday.com/articles/201110/the-uses-and-abuses-optimism-and-pessimism

    En ook:
    http://positivepsychology.org.uk/pp-theory/optimism/98-optimism-and-pessimism.html

    Gramsci had het over pessimisme van het intellect en optimisme van de wil. Pascal’s gok probeerde het risico op een negatieve uitkomst te minimaliseren.

    Maar hoe schat je precieze kansen/risico’s in als er zoveel onzekerheid bestaat over bv de exacte mate en mogelijke gevolgen van klimaatopwarming, en van onze opties om daarop te anticiperen of reageren?

    – Sommigen denken dat de risico’s van opwarming beperkt zijn en de technologische en sociale opties om daarop te anticiperen/reageren legio.
    – Sommigen schatten de risico’s laag in, maar denken juist dat er grote risico’s zijn als we te snelle CO2-reductie willen realiseren.
    – Anderen denken dat de risico’s hoog zijn, maar dat we die goed kunnen beperken door snelle CO2-reductie, zonder veel economisch risico.
    – En de laatste groep denkt dat de risico’s van opwarming hoog zijn, en de opties om die te beperken niet erg effectief of kansrijk.

    Aangezien de klimaatrisico’s van opwarming en de economische risico’s van sterk reductiebeleid waarschijnlijk niet symmetrisch zijn, lijkt in dit geval voluit inzetten op beperking van de klimaatrisico’s mij de meest rationele optie.

    Niemand kan de diverse kansen en risico’s precies berekenen, zoals dat wel kan bij het gooien van een dobbelsteen. Maar op basis van de beschikbare kennis en risico-inschattingen, kunnen we wel tot een duidelijk en onderbouwd handelingsperspectief komen. Wat mij betreft zittten daar zowel pessimistische als optimistische elementen in, die samen misschien tot een vorm van realisme leiden.

    Maar ook dat biedt geen garantie op de best mogelijke uitkomst; het optimaliseert alleen hopelijk de kansen daarop. Alleen de tijd kan leren hoe deze nog onvoldoende gekende dobbelsteen kan en zal rollen.

  21. G.J. Smeets

    Bob, Hans
    ik dacht dat het wel duidelijk was dat mijn terminologie ‘optimist / pessimist’ de morele respons en stelingname t.a.v. gegeven opwarmingsrisico’s betreft en niet de theoretische analyse van die risico’s.
    Overigens merk ik op dat rationele analyse van opwarmingsrisico’s slechts 1 doel dient, namelijk informeren van beleidmakers. En over beleidmakers (en dat zijn we in zekere zin allemaal) stelde en stel ik dat ze voor een alternatief staan: je opteert voor het optimistische ‘het risico kan meevallen’ ofwel voor het pessimistische ‘het risico kan tegenvallen’. Een tussenpositie is er niet.

    De reden dat ik erover doorpeuter is dat het opteren voor het ene of voor het andere een relevante en zwaarwegende factor is in de dynamiek van het klimaatsysteem. Konkreet: de accumulatie van CO2 in de atmosfeer is een direct gevolg van de decennia-lange optimistische optie van beleidmakers. ExxonMobil is een van de vele cases in point. Reeds 40 jaar geleden wist men bij die energie-international van wanten over de risico’s van CO2-gerelateerde opwarming en men opteerde (om short-time commerciële redenen) voor de optimistische positie. Met alle opwarmings-gevolgen van dien. Het is een emblematisch voorbeeld, voor alle duidelijkheid.

    Mijn stelling is dat de optimistische c.q. pessimistische positie t.a.v. gegeven opwarmingsrisico’s relevant en zwaarwegend is in de feitelijke ontwikkeling van het klimaat. In die zin zijn onze morele overwegingen een integraal onderdeel van het klimaatsysteem. Voor mij als totemist is dat gesneden koek en ik zou wel eens willen weten hoe dat voor jullie ligt?

  22. G.J. Smeets

    Lennart,
    “Aangezien de klimaatrisico’s van opwarming en de economische risico’s van sterk reductiebeleid waarschijnlijk niet symmetrisch zijn, lijkt in dit geval voluit inzetten op beperking van de klimaatrisico’s mij de meest rationele optie.”

    Mee eens.

    “Maar op basis van de beschikbare kennis en risico-inschattingen, kunnen we wel tot een duidelijk en onderbouwd handelingsperspectief komen. Wat mij betreft zittten daar zowel pessimistische als optimistische elementen in, die samen misschien tot een vorm van realisme leiden.”

    Niet mee eens.
    De links die je geeft gaan over dilemma’s in het alledaagse leven. De opwarming is van een totaal andere orde. Bij afwending van opwarmingsrisico’s wordt het handelingsperspectief *helemaal* bepaald door de fundamentele keuze tussen ‘kan tegen vallen’ en ‘kan meevallen.’

    Een garantie op de best mogelijke uitkomst bestaat niet, zoals je terecht opmerkt. Maar om de historische uitkomst gaat het niet want die is per definitie onbekend. Het gaat om correctie van collectief stookgedrag waarvoor decennia geleden al is gewaarschuwd en waarvan we nu al de gevolgen ondervinden. Het echte probleem is de gewenning aan en acceptatie van de huidige ‘abuse of our habitat’.

  23. Hoi Goff,

    Mijn reactie hier: “maar eigenlijk is het irrelevant indien we onszelf als opti-/rea-/pessimist gaan profileren”, heeft betrekking op de discussie erboven.

    Wat we weten over de kansverdeling qua temperatuurstijging en qua risico’s is uitsluitend het resultaat van wetenschappelijk onderzoek. Dat onderzoek wordt periodiek in een synthese samengebracht door de National Research Council, door het IPCC en in diverse review-studies. Het lijkt me onjuist om een speciale kennis te gaan claimen over deze kansverdeling gebaseerd op ‘motivated reasoning’: te beweren dat je over ‘special knowledge’ beschikt over de kansverdeling — dat die anders zou liggen dan het wetenschappelijk onderzoek aangeeft.

    Terug naar de dobbelsteen: je als opti-/rea-/pessimist profileren over een trekking uit een kansverdeling die nog moet gaan plaatsvinden — is het claimen van ‘special knowledge’. Dat is irrelevant want niemand hier heeft méér kennis dan de verzamelde klimaatwetenschap in de diverse assessments (zelfs Jim Hansen heeft dat niet).

    Goff, een paar reacties terug zei je:

    “Risico’s poneren een alternatief: het kán tegenvallen en het kán meevallen. Ieder van ons opteert voor een van beide, een tussenpositie is er niet.”

    Ik heb zojuist uitgelegd dat het vooraf claimen van ‘tegenvallen’ (een 5 of 6 gooien met de dobbelsteen), een ‘tussenpositie’ (3 of 4 gooien) of ‘meevallen’ (1 of 2 gooien) niet rationeel is.

    De werkelijke vraag is een andere. Ben je bereid om dit spelletje überhaupt te gaan spelen gegeven deze kansverdeling bij ‘business as usual’ — en dan niet gaan marchanderen dat die kansverdeling volgens jou ongunstiger of juist gunstiger zou liggen (dat is namelijk het claimen van ‘special knowledge’ over de dobbelsteen)?

    Zoals Hans al zegt: “Optimisme of pessimisme – ofwel: de verwachting wat er werkelijk zal gebeuren – is irrelevant.

  24. Lennart van der Linde

    Hi Goff, Bob, Hans,
    Het kan mee- of tegenvallen, inderdaad, maar dat geldt niet alleen voor de klimaateffecten van verdere opwarming. Het geldt ook voor de klimaat- en sociaal-economische effecten van klimaatbeleid.

    Mijn afweging is: het risico dat de klimaateffecten tegenvallen weegt een stuk zwaarder dan het risico dat de klimaat- en/of sociaal-economische effecten van klimaatbeleid tegenvallen. Juist omdat de twee soorten klimaateffecten kunnen tegenvallen, is het belangrijk om zo snel mogelijk tot zo’n sterk mogelijk klimaatbeleid te komen. Omdat ook de sociaal-economische effecten van beleid kunnen tegenvallen, is het belangrijk om op tijd bij te kunnen sturen.

    Het risico dat de klimaateffecten van opwarming tegenvallen, lijkt obv de beschikbare kennis groter dan dat ze meevallen. Het risico dat de effecten van klimaatbeleid tegenvallen lijkt me obv de beschikbare kennis kleiner dan dat ze meevallen. Bij beide inschattingen lijkt me wel enige ruimte voor subjectieve (pessimistische/optimistische) inschattingen, omdat de wetenschap zelf op deze punten nog zulke grote onzekerheden kent, die deels misschien wel onvermijdelijk zijn.

    Of de afweging bij het klimaatvraagstuk fundamenteel anders is dan bij meer alledaagse afwegingen vraag ik me af. Wel in de zin dat er veel meer op het spel staat en veel complexer is. Maar fundamenteler is misschien het verschil tussen de kansverdeling bij de dobbelsteen van Bob, die symmetrisch is, en de kansverdeling bij de klimaatdobbelsteen, waarbij de negatieve uitkomsten relatief veel sterker kunnen zijn dan de positieve: het staartrisico lijkt fat-tailed. Gokken op een enigszins positieve uitkomst is daarom extra riskant en ons verzekeren tegen een zeer negatieve uitkomst extra geboden (zoals ook de rechter inmiddels heeft bevolen).

  25. Hoi Lennart,

    Dit verschil is niet het centrale punt:

    Maar fundamenteler is misschien het verschil tussen de kansverdeling bij de dobbelsteen van Bob, die symmetrisch is, en de kansverdeling bij de klimaatdobbelsteen, waarbij de negatieve uitkomsten relatief veel sterker kunnen zijn dan de positieve: het staartrisico lijkt fat-tailed.

    Bij het gooien van een dobbelsteen is er een even grote kans op 1, 2, 3, 4, 5 of 6 ogen terwijl de kansverdeling qua temperatuurstijging en qua risico’s wat meer lijkt op een normaalverdeling:

    De klimaatwetenschappelijke kansverdeling is niet helemaal symmetrisch maar heeft inderdaad een ‘fat tail’ aan de bovenzijde.

    Mijn punt is echter dat het niet relevant is om vooraf een positie in te gaan nemen over de trekking uit deze kansverdeling. Mijns inziens is het vergelijkbaar met het vooraf innemen van een positie over de worp van een dobbelsteen: is het zinvol om een ‘optimist’ te zijn en luidkeels te claimen dat we “vast wel” één of twee ogen gaan gooien? Is het zinvol om pessimist te zijn en te beweren dat we “vast en zeker” vijf of zes ogen gaan werpen?

    Daarom is het irrelevant om je als opti-/rea-/pessimist te profileren.

    De kansverdeling qua temperatuur en risico’s is gewoon een gegeven waar het wetenschappelijk onderzoek informatie over verschaft, en wij hebben geen ‘special knowledge’ dat die kansverdeling anders zou zijn dan de wetenschap aangeeft.

    Nét zoals bij het gooien van een dobbelsteen of bij het spelen van Russisch roulette is het irrelevant om te gaan claimen dat we ‘vast wel’ een lege kamer in de revolver zullen gaan treffen of dat we ‘vast wel’ een vijf of een zes gaan werpen. In die zin is het dus irrelevant om je als opti-/rea-/pessimist te profileren over wat we ‘vast wel’ gaan trekken uit die kansverdeling.

    De relevante vraag is OF je het spelletje wel aan wil gaan van business-as-usual met de bijbehorende kansverdeling. Dat is een morele vraag (en inderdaad ook een juridische vraag gegeven de plicht van de overheid om gevaarzetting van de burgers te voorkomen).

  26. Hans Custers

    Ik ben het helemaal eens met Bob. Overigens heb ik de indruk dat een grote meerderheid van de mensen wel op z’n klompen aanvoelt tot welke uitkomst een afweging van de risico’s leidt. Juist daarom wijzen sommigen, die die uitkomst niet kunnen accepteren, de wetenschappelijke risico-analyse die aan de afweging voorafgaat af.

  27. Lennart van der Linde

    Bob, Hans, Goff,
    Volgens mij begon het gesprek over optimisme/pessimisme met deze tekst van Goff:
    “je opteert voor ‘tegenvallen’ als uitgangspunt voor beleid of voor ‘meevallen’. In het eerste geval ben je pessimist, in het tweede geval je ben optimist. Het lijkt me zeer relevant dat mensen dit van elkaar weten en de enige manier om het te weten is dat men zich in dit opzicht expliciet profileert.”

    Bob zegt dan op een gegeven moment:
    “een positie innemen op basis van de morele afweging of het überhaupt acceptabel is om 33% kans te lopen op het gooien van die vijf of zes (m.a.w. op een zeer ernstige afloop). Dat is een morele stellingname, die je in kan nemen zonder a priori een eigen mening er op na te houden over welke uitkomst van deze eenmalige worp met de dobbelsteen waarschijnlijker is.”

    En Goff reageert:
    “ik dacht dat het wel duidelijk was dat mijn terminologie ‘optimist / pessimist’ de morele respons en stelingname t.a.v. gegeven opwarmingsrisico’s betreft en niet de theoretische analyse van die risico’s.”

    Volgens mij is er niet echt verschil van mening, maar op een of andere manier lijkt de indruk te bestaan dat er wel verschil van mening is. Er is een gegeven wetenschappelijke inschatting van de meest waarschijnlijke klimaateffecten en van de kans en mate waarin die effecten kunnen mee- of tegenvallen. Daarnaast is er de individuele en beleidsmatige keus om meer of minder waarde te hechten aan het risico dat het tegenvalt. Goff noemt degene die daar veel waarde aan hecht pessimist en wie daar weinig waarde aan hecht optimist. In het dagelijks spraakgebruik lijkt me dat geen gekke benaming.

    Anderzijds geeft Goff aan qua technologische mogelijkheden wel optimistisch te zijn, maar is hij blijkbaar pessimistischer over ons collectieve vermogen om die mogelijkheden ook snel genoeg te benutten. Daarover lijkt Bob dan weer wat optimistischer. Ik zie dit als subjectieve inschattingen die beide te onderbouwen zijn op basis van de beschikbare kennis, want die is m.i. zo onzeker en onnauwkeurig dat daar genoeg ruimte voor eigen inschattingen blijft.

    Dat de dobbelsteen geen normale kansverdeling heeft, is duidelijk. Dat de klimaatwetenschappelijke kansverdeling vaak niet symmetrisch is, is niet voor iedereen even evident. Voor de risico-afweging lijkt me dat toch een tamelijk cruciaal verschil. Op dat punt kan ik ook wel de vergelijking met Russisch roulette volgen, zoals bv Schellnhuber die maakt: er is een relatief kleine kans op zo’n dramatisch gevolg, dat je dat risico maar beter niet kan nemen.

  28. Het verbaasde me dat Bob in zijn reactie bij herhaling onderstreept dat het in de theoretische risico-analyse niet relevant is om *vooraf* een positie in te gaan nemen over de trekking uit de kansverdeling. Ik heb dat immers bedoeld noch gesteld.

    Wat ik gesteld heb is dat *achteraf*, na de theoretische analyse en gegeven de kansverdeling, de beleidsmaker voor een alternatief staat: uitgaan van ‘het valt mee’ ofwel uitgaan van ‘het valt tegen.’ De optimistische en de pessimistische optie, derhalve. Wat ik daarbij heb opgemerkt is dat het zeer relevant is dat men aan de onderhandelingstafels elkaars optie laat weten. Me lijkt dat Bob het daarmee eens is waar hij stelt dat het erom gaat OF je het bau-spelletje al dan niet wilt spelen.

  29. Hans Custers

    Goff,

    Ik denk dat Bob het wel degelijk over de beleidsbeslissing heeft die op de risicoanalyse volgt. Beleid baseren op (slechts) een van de mogelijke scenario’s komt neer op gokken. De bedoeling van risicomanagement en -beleid is nu juist om dat gokken te vermijden. Of, op zijn minst, om het zo beredeneerd mogelijk te doen.

    Voorbeeld: de chloortrein. Zo’n trein kan veilig rijden, de tanks zijn zo ontworpen dat ze een crash kunnen overleven en er is dus weinig reden om aan te nemen dat er een ramp mee zou gebeuren. Dat blijkt ook uit risicoanalyses: de kans dat het misgaat is ontzettend klein. En toch is er in Nederland besloten om zulke transporten tot een absoluut minimum te beperken, vanwege de mogelijke gevolgen – treinen rijden door stadscentra – als het toch mis zou gaan. Ofwel: hoogstwaarschijnlijk gaat het niet mis, maar desondanks neemt men het risico niet. Of, om het persoonlijk te maken, ik zou er geen seconde van wakker liggen als er elke nacht een chloortrein door mijn stad zou rijden, en toch vind ik het goed dat dat niet gebeurt.

    Ik hamer op dit punt omdat het essentieel is. Goed risicomanagement is er juist op gericht om subjectieve inschattingen, en dus optimisme en pesssimisme, buiten de besluitvorming te houden.

  30. Hans,
    je voorbeeld van chloortransport via het spoor verheldert de kwestie.
    Het gaat om reëel gevaar. Het af te wenden gevaar in deze is dat chloor in geconcentreerde vorm, opeens, in grote hoeveelheden en zeer lokaal vrij komt. Dat zou een acute ramp zijn. In NL is besloten om de kans daarop tot het uiterste te minimaliseren. Daarom zit er heel veel beleid – veiligheidsmaatregelen – in de constructie van de tankwagons, in frequentie en tijdstip van de ritten, in evt. combinatie met andere transportgoederen, snelheidsbegrenzing op de loc, etc..

    Het chloortransport in NL is een gevolg van het beleidsmatige *uitgangspunt* dat een evt. incident tegenvalt en niet meevalt. Dit uitgangspunt is pessimistisch en heeft geleid tot maatregelen die kennelijk voor jou persoonlijk reden zijn om optimistisch te zijn over de effectiviteit van de stringente maatregelen die op grond van de pessimistische optie zijn ingevoerd. En terwijl je slaapt gaat er desondanks wel eens iets mis http://www.treinreiziger.nl/actueel/binnenland db_schenker_krijgt_boete_van_bijna_een_ton-146898).
    Het zekere vóór het onzekere nemen, safety first, worst case scenario – dat is het pessimistische uitganspunt van het risico-management in het NL chloortransport via het spoor. Het is de rationele optie.

    Je stelt:
    “Goed risicomanagement is er juist op gericht om subjectieve inschattingen, en dus optimisme en pesssimisme, buiten de besluitvorming te houden.”

    Ik stel daar tegenover “Goed risicomangement is er juist op gericht om subjectieve inschattingen, en dus optimisme en pessimisme, in de besluitvorming te laten botsen.”

  31. Hans Custers

    Goff,

    Misschien wordt het zo langzamerhand een semantische discussie, maar ik dram toch nog even door. Dat het niet uit te sluiten is dat er iets misgaat bij een chloortransport is een onweerlegbaar feit. Het erkennen van een onweerlegbaar feit is in mijn ogen geen pessimisme. (Is het pessimistisch om uit te kijken voor je de straat oversteekt?)

    Ik blijf erbij dat subjectieve inschattingen zo veel mogelijk buiten het risicobeleid zouden moeten blijven.

    Subjectieve (morele) waarden en keuzes spelen wel een rol, maar ze zouden maar bij één onderdeel van risicobeleid mee moeten spelen: bij het opstellen van risiconormen, die aangeven welke risico’s we acceptabel vinden en welke niet. Het formuleren van risiconormen zou, hoewel dat in de praktijk niet altijd makkelijk is, los moeten staan van verwachtingen over wat er werkelijk zal of kan gebeuren.

    De uitkomst van een risicoanalyse kan getoetst worden aan de normen. En als de norm niet gehaald wordt is beleid nodig. Mitigatie of adaptatie bijvoorbeeld (detail: wat in het klimaatbeleid “mitigatie” heet zou in de risicowereld “preventie” worden genoemd, en wat in klimaatbeleid “adaptatie” heet, heet in de risicowereld “mitigatie”).

  32. Hallo Lennart en Goff,

    Volgens mij kan je geen ‘opti-/rea-/pessimist’ zijn over een morele vraagstelling.

    De wetenschap voorziet in een kansverdeling — of die symmetrisch is of niet doet er niet toe — en gegeven de kansverdeling is er de morele vraag of je 33% of 16% risico mag nemen op zeer ernstige gevolgen. Het heeft geen zin om vooraf een ‘optimistische’ of ‘pessimistische’ positie in te nemen over een trekking uit een kansverdeling die nog moet gaan plaatsvinden.

    Daarom zei ik: “… maar eigenlijk is het irrelevant indien we onszelf als opti-/rea-/pessimist gaan profileren…

    Vervolgens antwoordde Goff:

    ”Risico’s poneren een alternatief: het kán tegenvallen en het kán meevallen. Ieder van ons opteert voor een van beide, een tussenpositie is er niet.”

    Daar ben ik het dus niet mee eens — je hoeft helemaal niet te kiezen tussen tegenvallen of meevallen. Al evenmin is het rationeel om je als ‘realist’ te gaan profileren door te claimen dat het ‘vast en zeker’ in het midden van de kansverdeling uit zal komen. Mijn punt was en is dat het niet relevant is om vooraf een positie in te gaan nemen over de trekking uit deze kansverdeling.

    Daarna stelt Goff zijn positie bij: “ik dacht dat het wel duidelijk was dat mijn terminologie ‘optimist / pessimist’ de morele respons en stelingname t.a.v. gegeven opwarmingsrisico’s betreft …

    Oké, dan hoeven we volgens Goff niet meer te kiezen tussen tegenvallen of meevallen. Nog steeds geldt echter dat je geen opti-/rea-/pessimist kan zijn over een morele vraagstelling — die draait erom of het acceptabel is om willens en wetens 16% of 33% risico te nemen op zeer ernstige gevolgen.

    Het is mijns inziens belangrijk om onderscheid te blijven maken tussen de wetenschappelijke discussie en de politieke discussie. Eerstgenoemde levert — op basis van vele lines-of-evidence — een kansverdeling en daar kan je niet om politieke of ideologische redenen aan gaan morrelen. De politieke discussie is in zoverre ook allang beslecht dat ALLE landen ter wereld ervoor getekend hebben dat het risico nemen op zeer ernstige gevolgen niet acceptabel is: de tweegradendoelstelling van Kopenhagen.

    We zijn het dus wellicht niet zo oneens.🙂

    Maar de oorspronkelijke bewering van Goff snijdt geen hout, het is geen kwestie van je profileren als ‘opti-/rea-/pessimist’. Het is een kwestie van de complete (!) kansverdeling onder ogen zien en vervolgens een morele afweging maken. De morele afweging is noodzakelijkerwijs subjectief en is afhankelijk van de morele maatstaven die de betrokkene aanlegt.

  33. Lennart van der Linde

    Hi Bob,
    Ik zie inderdaad geen grote tegenstelling tussen de inbreng van Goff en die van jou en Hans. Volgens mij pleiten we er allemaal voor de wetenschappelijke kansverdeling als uitgangspunt te nemen en vervolgens via expliciet discussie tot een gewenste risico-norm te komen. Die twee graden is een ruwe norm. Die krijgt preciezere betekenis door te kijken naar de kans op twee graden die we als acceptabel/gewenst beschouwen. Daarover is volgens mij nog geen internationale of nationale consensus/beslissing bereikt.

    Daarbij is het belangrijk te onderkennen hoe scheef de (geschatte) kansverdeling is, want dat lijkt me te pleiten voor een hogere kans op het halen van het twee-gradendoel dan wanneer die verdeling symmetrisch zou zijn. Sommigen zullen dat een uiting van pessimisme vinden, maar het gaat erom hoeveel risico moreel acceptabel is. Dat hangt vervolgens weer samen met de inschatting van de moeite die het kost om die morele norm te halen (‘ought implies can’). Sommigen schatten die kans optimistischer in dan anderen, of ze zich nu op de beschikbare kennis baseren of niet. Die kansverdeling lijkt immers nog onzekerder dan die voor de kansverdeling op opwarming bij een bepaalde uitstoot.

    Dus ook al nemen we de wetenschappelijk geschatte kansverdelingen als uitgangspunt, dan nog lijkt het onvermijdelijk dat we subjectieve inschattingen maken bij de afweging van die verschillende kansen en van de norm die we als acceptabel/wenselijk beschouwen. Sommigen tillen daabij zwaarder aan de wetenschap dat het kan tegenvallen dan anderen. En sommigen houden daarbij rekening met de mogelijkheid dat de wetenschappelijke inschatting nog een onderschatting kan zijn, terwijl anderen denken of erop gokken dat het overschatting is.

    Sommigen vertalen de mate van risico-aversie in een onderscheid pessimisme/optimisme, maar zo’n onderscheid lijkt me te simpel, gezien de diverse kanten aan de afweging. Tot op zekere hoogte spelen optimisme/pessimisme op die diverse aspecten wel een rol. Daar ontkomen we denk ik niet aan. Daarnaast is waarschijnlijk vooral de morele waarde die aan bepaalde risico’s gegeven wordt doorslaggevend. Tot zover mijn gedachtengang🙂

  34. Bob, Hans. Lennart
    deze gedachtenwisseling is wat mij betreft verhelderend en alles behalve een semantische discussie. Ik kan me goed vinden in

    “Subjectieve (morele) waarden en keuzes spelen wel een rol, maar ze zouden maar bij één onderdeel van risicobeleid mee moeten spelen: bij het opstellen van risiconormen, die aangeven welke risico’s we acceptabel vinden en welke niet.”

    van Hans en ook in wat Bob stelt:

    “Het is een kwestie van de complete (!) kansverdeling onder ogen zien en vervolgens een morele afweging maken. De morele afweging is noodzakelijkerwijs subjectief en is afhankelijk van de morele maatstaven die de betrokkene aanlegt.”

    Waar ik heel veel moeite mee heb is de zinsnede van Hans
    “Het formuleren van risiconormen zou, hoewel dat in de praktijk niet altijd makkelijk is, los moeten staan van verwachtingen over wat er werkelijk zal of kan gebeuren”

    Dat is een eis/recept/voorschrift/advies/suggestie die absoluut niet strookt met ten minste MIJN morele praxis t.a.v. opwarmingsrisico’s. Ik ga bij het bepalen van mijn normen nou net uit van wat er kán gebeuren als de accumulatie van CO2 in de atmosfeer niet wordt gestopt. Mijn normering wortelt in specifieke & wetenschappelijk gegronde vrees. Vrees voor leed t.g.v. opsoupering van ecologische speelruimte van alle levende wezens. Dat is wat mij betreft de kern van de zaak: *gegronde vrees* voor vermijdbaar leed. Die vrees is m.i. de olifant in de kamer, zie mijn gelijknamige gastblogstuk.
    Ik realiseer me ter dege dat die vrees wortelt in mijn totemistische Sitz im Leben. Ik realiseer me ook dat beleidsmakers wat betreft de relatie mens / habitat helemaal geen Sitz im Leben hebben en moreel ronddobberen op de monetaire golfslag van de dag/week/maand/jaar/decennium. Terwijl dat opportunistische ronddobberen nou net het probleem is – zie de exemplarische biografie van ExxonMobil.

    Wat me hartgrondig ergert is dat de a-symmetrische kansverdeling (door Lennart terecht nog maar eens onderstreept) door beleidsmakers aan de monetaire laars wordt gelapt. Afijn, we zijn het kennelijk over één ding eens: het is au fond een kwestie van mores. Hans, om je vraag te beantwoorden: ja het is pessimistisch om uit te kijken vóór je de straat oversteekt. Ons immuunsyteem is erop gebaseerd, evenals de grondwet waaraan we onderworpen zijn : )

  35. Hans Custers

    Goff,

    Laat ik die zinsnede waar je moeite mee hebt nog wat toelichten. Waar ik voor pleit, en wat volgens mij in de wereld van risicobeleid en -management ook gebeurt, is het zo veel mogelijk scheiden van de (morele) afweging over de normen enerzijds en de uitkomst van risico-analyses en toekomstverwachtingen anderzijds. Om bij het eerdere voorbeeld te blijven: duizenden doden in een stadscentrum als gevolg van een ongeluk met een chloortrein wordt in Nederland onacceptabel geacht, zelfs als de kans daarop heel klein is. De discussie over die norm kun je voeren zonder te weten of er werkelijk chloortreinen rijden. Voor de morele vraagstelling is dat niet relevant.

    Natuurlijk kunnen ontwikkelingen in bijvoorbeeld de wetenschap of de maatschappij altijd aanleiding zijn om normen te heroverwegen. Maar ook dan zal het denken over de norm zo veel mogelijk gescheiden moeten blijven de risico-analyse. De uitkomst van de risico-analyse moet immers getoetst worden aan de norm. Als die twee door elkaar lopen wordt het een zootje.

    Het door elkaar klutsen van de norm (de (morele) afweging) en de analyse (het hele spectrum aan mogelijke uitkomsten in de echte wereld) werkt naar mijn mening opportunisme in de hand.

  36. Hans.
    je toelichting is me onbezwaard duidelijk.

    Er ligt overigens een epistemologische adder in het gras. Je stelt terecht dat
    “De uitkomst van de risico-analyse moet immers getoetst worden aan de norm. Als die twee door elkaar lopen wordt het een zootje.”
    Echter, het epistemologische feit is dat tolerantie-norm en risico-analyse functies van elkaar zijn, historische functies. Ik ga het nu niet uitbenen maar de zinsnede

    “De discussie over de norm kun je voeren zonder te weten of er werkelijk chloortreinen rijden. Voor de morele vraagstelling is dat niet relevant.”

    is platonistische, a-historische mystificatie. Morele vraagstellingen ontstaan alleen maar door werkelijke chloortreinen. Epistemologische short cut: moraal/ethiek huppelt, net als (grond)wetgeving, altijd achter de feiten aan. Het wicked problem van de CO2 gerelateerde opwarming is dat het een nieuw en ingrijpend feit is dat onze vigerende mores te boven gaat. De rechtzaak Urgenda vs de NL Staat is de ‘belichaming’ van die impasse.

  37. Hans Custers

    Goff,

    Ik ben het met je eens dat morele vraagstellingen ontstaan door werkelijke chloortreinen. Maar zodra de vraag op tafel ligt doet het er voor het antwoord niet meer toe of die dingen ook echt bestaan. En er is nog iets: als de morele chloortreinvraag beantwoord is, heeft dat ook gevolgen voor hoe we denken over risico’s van ammoniakschepen, LPG-tankwagens, kerncentrales of neerstortende vliegtuigen.

    Ik weet nog niet of ik het met je eens ben dat klimaatverandering de vigerende mores te boven gaat. Zoals ik al eerder zei: mijn indruk is juist dat vrijwel iedereen op zijn klompen aanvoelt hoe het met de mores zit. Juist daarom is er vrijwel niemand die de wetenschappelijke risicoanalyse accepteert en vervolgens zegt dat we het risico best kunnen nemen. In plaats daarvan ontkennen sommigen liever het probleem in zijn geheel.

    Rond klimaatverandering spelen allerlei (morele) kwesties waar al uitgebreid over is nagedacht: het afschuiven van problemen en risico’s op volgende generaties, biodiversiteit, overstromingsrisico’s, om maar wat van de meest voor de hand liggende voorbeelden te noemen. Wat in mijn ogen vooral nieuw is, is de omvang: het betreft de hele wereld, het speelt op een tijdschaal van eeuwen of langer en de gevolgen zijn talrijk.

  38. Hallo Goff,

    Je maakt bezwaar tegen deze opmerking van Hans:

    De discussie over de norm kun je voeren zonder te weten of er werkelijk chloortreinen rijden. Voor de morele vraagstelling is dat niet relevant.

    Toch is het zo dat er discussies gevoerd worden over de norm m.b.t. acceptabele risico’s vóór er chloortreinen door die stadscentra rijden en vóórdat er bijvoorbeeld kerncentrales dichtbij de stedelijke gebieden gerealiseerd worden.

    Dat lijkt me normaal — er komt er langs democratische weg een maatschappelijk aanvaarde risiconorm tot stand, en vervolgens toets je of de risico’s die een bepaalde route/frequentie van die chloortreinen met zich zouden brengen aan deze norm voldoen.

    Uiteraard wordt er bij dergelijke beslissingsprocessen vooruit gekeken: naar een toekomstige situatie waar er mogelijkerwijze chloortreinen zouden kunnen gaan rijden of mogelijkerwijs kerncentrales in bedrijf genomen kunnen worden.

    Epistemologisch gezien is daar niets mis mee, althans zolang er daadwerkelijk maar chloortreinen zouden kunnen gaan rijden of er kerncentrales geconstrueerd zouden kunnen worden. We weten immers dat chloortreinen en kencentrales (ergens ter wereld) al bestaan? Epistemologisch gezien is het wél aanvechtbaar om een norm te gaan vaststellen tegen bijvoorbeeld overlast door Orks en Balrogs – aangezien die alleen in The Lord of the Rings bestaan.🙂

  39. “De klimaatwetenschappelijke kansverdeling is niet helemaal symmetrisch maar heeft inderdaad een ‘fat tail’ aan de bovenzijde.”

    Onjuist. In de klimaatscenario’s zie je weliswaar een hint naar assymetrie, maar dat is géén ‘fat tail’. De afloop van die staart gaat namelijk nog altijd ‘netjes’ exponentieel.
    Een ‘fat tail’ impliceert: vergeet die exponentiële verdelingen maar helemaal. Een typische ‘fat tail’ loopt VEEL zwakker af, typisch Cauchy, rekenkundig bijvoorbeeld.
    Daarmee valt zelfs de ontstellend niet-lineaire respons van hogere sigma-gebeurtenissen als functie van kleine wijzigingen in de standaarddeviatie van een Gauss-verdeling in het niets.

    Geen van beide fenomenen wordt in enig IPCC-scenario bekeken. Dat is wel jammer. Want Gauss komt in de realiteit van dynamische systemen gewoon niet voor en toch doet men altijd weer alsof van wel (behalve verzekeraars, natuurlijk).

  40. Bob, Hans
    ik ben het eens met wat Bob stelt.
    De adder in het gras waar ik in mijn reactie op Hans op doelde is het gebruik (m.n. in ethisch onderzoek naar besluitvorming over risico’s) van het zogeheten gedachtenexperiment en dat niet zelden functioneert als mystificerende intuïtie pomp https://en.wikipedia.org/wiki/Intuition_pump (de term is van de filossof Daniel Dennett). Het is een interessante maar voor nu m.i. een al te academische thematiek dus ik ga er niet te ver op in. Mijn reactie op Hans’ alinea die je citeert was dat morele vraagstellingen niet verzonnen worden maar zich in de praktijk opdringen c.q. opgedrongen hebben. Dat is de strekking van mijn opmerking “Morele vraagstellingen ontstaan alleen maar door werkelijke chloortreinen.” Anders geformuleerd: *historische ontwikkeling* van morele normen huppelt, net als die van de wetgeving, achter de feiten aan.

    Het is de reden dat de rechtzaak Urgenda / NL Staat in alle opzichten fascineeert. Er ligt een historisch gezien nieuw feit – kimaatverandering – op tafel waar de vigerende mores (nog) geen adequaat antwoord op heeft. Het is zoals Hans stelt: “…vooral nieuw is […] de omvang: het betreft de hele wereld, het speelt op een tijdschaal van eeuwen of langer en de gevolgen zijn talrijk.”

  41. Lennart van der Linde

    Remko, je zegt:
    “In de klimaatscenario’s zie je weliswaar een hint naar assymetrie, maar dat is géén ‘fat tail’. De afloop van die staart gaat namelijk nog altijd ‘netjes’ exponentieel. Een ‘fat tail’ impliceert: vergeet die exponentiële verdelingen maar helemaal. Een typische ‘fat tail’ loopt VEEL zwakker af…”

    In Climate Shock van Wagner & Weitzman lees ik op p.54-55:
    “The scariest bit is just how fast the chance of eventual temperatures exceeding 6C goes up… That looks like the manifestation of a fat tail, if there ever was one (even though strictly speaking we don’t even assume that property in our calculations; our tail is ‘heavy’, not quite ‘fat’ in statistical terms).”

    Op p.182 lichten ze in een eindnoot toe:
    “The technical definition of a ‘fat tail’ is a distribution that approaches zero polynomially or slower. Conversely, the technical definition of a ‘thin tail’ is a distribution that approaches zero exponentially or faster. A log-normal distribution, which we use, is in between thin and fat tailed. Some definitions call it ‘heavy tailed’: no longer thin, but not yet fat either. Log-normal distributions approach zero faster than polynomially, but slower than exponentially. All that means that our calibration is more conservative than the IPCC’s own numbers, as it points to a chance of slightly above 3% of climate sensitivity being above 6C. That compares to the IPCC’s stated ‘very unlikely’ range of anywhere between 0 and 10%.”

    Op p.180 zeggen ze dan nog:
    “they, in effect, may have intended to ascribe a probability of between 5 and 10%, 7.5% as the point estimate”

    Dus de vraag is: is the IPCC-verdeling ook nog log-normaal, of zelfs polynomiaal? Exponentieel lijkt ie volgens Wagner & Weitzman iig niet te zijn. Of vergissen zij zich wellicht?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s