De Strijd om het Einde van de Opwarming

Een kleine zondvloed aan wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen jaren laat zien dat de opwarming van de aarde gewoon is doorgegaan, in tegenstelling tot wat veel ‘sceptici’ beweren.

Gastblog door Jan Paul van Soest

Praat met een ‘klimaatscepticus’ en de kans is groot dat je binnen 5 minuten te horen krijgt: “Maar de opwarming van de aarde is circa 15 jaar geleden gestopt; en er is geen enkel klimaatmodel geweest dat dit heeft voorspeld”. Misschien wordt er nog aan toegevoegd: “… en dat terwijl de CO2-uitstoot gewoon is doorgegaan”. Waarmee de ‘scepticus’ maar zeggen wil: flauwekul, die opwarming van de aarde, de klimaatmodellen deugen niet, en het idee dat CO2 daarvoor verantwoordelijk is, is uit de lucht gegrepen. Drie argumenten ineen, geen wonder dat het verhaal over het einde van de opwarming in sceptische kringen zo populair is.
Maar klopt het?

In de afgelopen paar jaar zijn veel studies verschenen die een helderder licht werpen op wat inmiddels de ‘opwarmingspauze’ is gaan heten. Dat is niet toevallig: sinds een jaar of wat berichten de media regelmatig dat ongeveer sinds 1998 de opwarming van de atmosfeer zou zijn afgevlakt of zelfs tot stilstand zou zijn gekomen. Enkele ‘sceptici’ riepen zelfs bezorgd dat er een nieuwe kleine ijstijd in het verschiet lag.
De periode van ca. 15 jaar gematigde opwarming was voor ‘sceptici’ een buitenkans om twijfel te zaaien over de juistheid van de klimaatwetenschap; dezelfde periode was voor klimaatwetenschappers juist een buitenkans om meer gedetailleerd inzicht te krijgen in de werking van het klimaatsysteem. Een opwarming die duidelijk geringer is dan die in de periode 1975-2000 optrad, is wetenschappelijk gezien een interessante puzzel. Daarvan lijken inmiddels de meeste puzzelstukjes wel gelegd. We noemen de belangrijkste.

Puzzelstuk 1: natuurkunde, een broeikasgas heet niet voor niks broeikasgas
In alle gekrakeel over een al dan niet gestopte opwarming wordt gemakkelijk vergeten dat de kennis van opwarming door broeikasgassen zoals CO2 en methaan (CH4) al ruim 1,5 eeuw bekend is. Wie eindexamen middelbare school natuurkunde doet, loopt kans zelf te moeten berekenen hoe warm de aarde zou zijn zonder broeikasgassen, en hoeveel met. Tot op molecuulniveau wordt begrepen hoe broeikasgassen de warmte-uitstraling van de aarde naar het heelal beperken. Dat een hogere concentratie broeikasgassen in de atmosfeer tot opwarming leidt, moet leiden, is een natuurkundige wetmatigheid. Al even zeker is dat de concentratie sterk gestegen is, en nog jaarlijks stijgt. Fysisch gezien – volgens de wet van behoud van energie – houdt de opwarming pas op als bij een verhoogde broeikasgasconcentratie de energie-uitstraling door de aarde, na vele eeuwen, weer in evenwicht is met de energie-instraling door de zon. Dat gebeurt door opwarming: warmere objecten, en dat geldt ook voor de aarde, stralen meer warmte uit dan koudere objecten.

Puzzelstuk 2: it’s the ocean, stupid!
Maar de wetenschap dát extra broeikasgassen zorgen dat het energieniveau oftewel de warmte op aarde toeneemt, wil nog niet zeggen dat meteen duidelijk is wáár in het klimaatsysteem die energie dan blijft. Gaat de warmte in de atmosfeer zitten? In de oceanen, en welke dan vooral? In de bodem? In het smelten van ijs? Dat kan nog lastig te achterhalen zijn, omdat het klimaatsysteem permanent in beweging is en niet op elke afgelegen plek te land, ter zee of in de lucht meetstations staan.

Figuur 1: Waarin gaat de opwarming zitten: oceanen, continenten, atmosfeer, ijssmelt? Bron: SkepticalScience op basis van IPCC AR4

Het overgrote deel van de energie in het klimaatsysteem zit in de oceanen. Het zal dan niet verrassen dat oceanen ook verreweg het grootste deel van de extra warmte opnemen (zie figuur 1). Zo’n 93,4% van de warmte die jaarlijks extra op aarde blijft ‘hangen’ verdwijnt in de oceanen. De atmosfeer is op enorme afstand de tweede warmtebuffer, met 2,3%.
De discussie ‘opwarming gestopt’ gaat alléén over deze 2,3%, de atmosfeer, sowieso gaat de opwarming van de oceanen gewoon door, of sterker nog: de opwarming versnelt zelfs.
De wetenschap speurt nog naar details van de warmte-uitwisseling tussen oceanen en atmosfeer, en de opslag en het transport van warmte in de oceanen zelf. De Stille Oceaan heeft een grote invloed op de interne variabiliteit van het klimaat, onder meer via het fenomeen van de El Niño’s/La Niña’s (warmere en koelere oceaanfasen). Enkele recente publicaties (Knutti en Huber in Nature Geoscience en Trenberth et al in Nature Climate Change) wijzen op een belangrijke rol van de Stille Oceaan. Volgens een recente studie in Science van Xianyao Chen en Ka-Kit Tung speelt ook de Atlantische Oceaan een rol van betekenis. Veel andere wetenschappers vinden die analyse (nog?) niet overtuigend. Het laatste woord lijkt hier dan ook nog niet over gezegd.
Onderzoeken als deze moeten helpen de hele energie-boekhouding voor de oceanen sluitend te krijgen.

Puzzelstuk 3: Zo bijzonder is een minder dan gemiddelde opwarming nou ook weer niet.
We zoomen nu verder in op die beperkte 2,3% van de opwarming die in de atmosfeer belandt. Is die dan tot stilstand gekomen?
Er zijn verschillende meetreeksen voor de temperatuur van de atmosfeer, wie daar een trendlijn doorheen trekt (we nemen hieronder het gemiddelde van alle verschillende reeksen) kan zien dat de (rode, doorgetrokken) lijn vanaf 1998 amper stijgt. De keuze voor dat beginjaar is natuurlijk statistisch onverantwoord, dat is selectief winkelen: 1998 was het jaar van een reusachtige El Niño die de temperaturen dat jaar flink opdreef. Niettemin waren 2005 en 2010 warmere jaren, maar de trend is tamelijk vlak. De trendlijn stijgt duidelijk minder dan de trendlijn 1975-1998. Onderstaande figuur 2 laat dat zien (gemiddelde temperaturen voor alle bekende temperatuurreeksen).

Temperatuur_Trends_1975-2014_juni

Figuur 2: In kortere tijdsperioden, bijvoorbeeld 1998 – heden, kan een opwarmingstrend gemaskeerd zijn door natuurlijke variaties. Bron: Jos Hagelaars op basis van Wood for Trees

Dat is niet uitzonderlijk.
Hoe korter de periode en hoe kleiner het gebied waarnaar gekeken wordt, des te groter de schommeling, oftewel de variabiliteit. Over langere perioden en gemiddeld over de hele aarde middelen die schommelingen uit. Voor het ‘klimaat’ wordt daarom 30 jaar aangehouden. 30 Jaar is lang genoeg om de natuurlijke variaties, zoals de gevolgen van El Niño’s en La Niña’s of vulkaanuitbarstingen uit te middelen, en kort genoeg om de langere klimaattrends van bijvoorbeeld temperatuur- of neerslagveranderingen te tonen. Over een korte periode, bijvoorbeeld sinds 1998, kan het signaal van de opwarming (door broeikasgassen) worden overvleugeld door een koelende natuurlijke variatie (ruis) die een latere periode dan weer opwarmende ruis kan worden. Dus zelfs als de atmosfeer een jaar of 15 jaar niet opwarmt (maar daarover zo meer) wil dat niet zeggen dat er niet toch een opwarmingssignaal onder de ruis is verborgen.
Wie nogmaals goed naar de figuur kijkt, kan ook zien dat de (zwart, gestreepte) trendlijn 1975-nu (dus inclusief de veronderstelde opwarmingspauze van 1998-nu) net zo scherp stijgt als de (blauw, doorgetrokken) trendlijn 1975-1998. Dat onderstreept dat 1998 door klimaatsceptici welbewust als beginjaar is gekozen voor de claim dat de opwarming zou zijn gestopt. Dat is statistisch gezien cherry-picking, oftewel selectief winkelen.

Puzzelstuk 4: De opwarming van de atmosfeer gaat gewoon door
Het signaal van opwarming blijkt inderdaad te scheiden te zijn van de voortdurende natuurlijke variaties. Er zijn verschillende manieren om daarnaar te kijken.
Een hele simpele: in de afgelopen halve eeuw blijkt elke tienjaarsperiode warmer te zijn dan zijn voorganger (figuur 3).

clip_image002_006

Figuur 3: elke nieuwe tienjaarsperiode blijkt warmer te zijn dan zijn voorganger. Bron: WMO

Anekdotisch: de laatste maanden vestigden nieuwe records, we beleefden onlangs de warmste mei– en junimaand sinds het begin van de metingen. Daaraan vallen geen trendconclusies te ontlenen, maar omgekeerd lijkt het er niet op dat de conclusie ‘opwarming gestopt’ correct is.
In lijn daarmee: ook de oceanen waren niet eerder (sinds het begin van de metingen althans) zo warm.

Eleganter is het natuurlijk om wiskundig de ‘ruis’ van natuurlijke fluctuaties (door vulkanen, El Niño/la Niña en de zonnecyclus) van het ‘signaal’ te scheiden. Dat hebben onder meer Foster & Rahmstorf gedaan, en het resultaat is duidelijk: door de ruis heen is een opwarmingstrend onmiskenbaar (figuur 4).

WGI_AR5_FigBox2.2-1_b

Figuur 4: als de ‘ruis’ (oranje lijn) wordt verwijderd blijkt dat ook na 1998 de trend oftewel het opwarmingssignaal (zwarte lijn) gewoon doorgaat. Bron: IPCC AR5 box 2.2

We gooien er nog een benaderingswijze tegenaan, zie figuur 5.
Wetende dat de Niña-jaren relatief koel zijn, en Niño-jaren relatief warm, en dat de warme en koelere jaren at random verschijnen, is het interessant te kijken of er een trend is als je alleen naar de La Niña-jaren of alleen naar de El Niño-jaren kijkt. En ja hoor, dat is het geval: gemiddeld wordt elk van de categorie jaren warmer.

gistemp_nino_100

Figuur 5: opwarmende trend in zowel neutrale, el Niño- als la Niña-jaren. Bron: NASA

Puzzelstuk 5: Modellen geven verwachtingen, maar kunnen het toeval niet voorspellen
Het onvoorspelbare karakter van vulkaanuitbarstingen, maar vooral van de Niño’s/Niña’s die een grotere invloed hebben dan vulkanen, wijst de weg naar nog weer een puzzelstukje. Het ‘sceptische’ verwijt luidt dat de modellen de verminderde opwarming niet hebben voorzien. Met als conclusie dat de modellen dus niet deugen en dat we het klimaat niet voldoende begrijpen.
Die conclusie mist grond. Ook goed begrepen verschijnselen zoals de Niño’s/Niña’s of vulkaanuitbarstingen kunnen namelijk onvoorspelbaar zijn. Niettemin kan daarmee in modellen zinvol worden omgegaan.
Net als bij weersverwachtingen voor 5 of 14 dagen tonen klimaatprognoses voor langjarige perioden een zogenoemde ‘pluim’: een bandbreedte van uitkomsten waarbinnen bandbreedte het weer, respectievelijk het wereldklimaat, zich waarschijnlijk zal ontwikkelen. Elk van die lijnen van de ‘pluim’ kan de werkelijkheid worden, maar uiteraard is er uiteindelijk altijd maar één de realiteit.
De feitelijke temperatuurontwikkeling in de afgelopen jaren zit aan de lage kant van eerdere modelprojecties, maar valt wel binnen de bandbreedte van de ‘pluim’ (figuur 6).
De modelberekeningen ‘zagen’ dus de temperatuurreeks zoals deze zich daadwerkelijk ontwikkelde als een mogelijke reële uitkomst. Deze verhouding realiteit versus modelberekeningen is dus op zich geen reden om de klimaatmodellen te wantrouwen.

ProjvsObs450

Figuur 6: Observaties versus de model’pluimen’. De realiteit zoals deze zich ontwikkelde ligt binnen de ‘pluim’. Bron: figuur 1.4 IPCC AR5 hoofdstuk 1

Maar er is meer. Modellen simuleren de natuurlijke variëteit oftewel ruis door onder meer Niña’s en Niño’s en vulkaanuitbarstingen, en geven in die zin een realistisch klimaatsysteem weer. Maar die ruis wordt in de modellen als toeval gemodelleerd. In het echt gaat het ook om toeval: we weten dát er een paar Niña’s komen, maar niet wanneer. Pas achteraf valt te constateren wanneer en hoeveel Niña’s, Niño’s en vulkaanuitbarstingen er waren. Het juist voorspellen van toevalstreffers berust louter op toeval. Dat lukt alleen waarzeggers, althans, dat claimen ze.
Wanneer modellen veelvuldig worden gedraaid om een ‘pluim’ van denkbare ontwikkelingen te maken, blijken modellen ook langdurige perioden van geringe opwarming of zelfs afkoeling te ‘voorspellen’. Wannéér die perioden zijn kunnen de modellen per definitie niet zeggen, en dat valt de klimaatmodelleurs natuurlijk niet aan te rekenen.
In de afgelopen 15 jaar blijkt er, achteraf, een overmaat aan koelende factoren te zijn geweest: wat meer vulkaanuitbarstingen dan gemiddeld, en met name meer La Niña’s dan El Niño’s. Trouwens, ook de huidige zonnecyclus stond op een wat koelere stand, maar deze was beter te voorzien dan de echte toevalsfactoren.
Om de modellen nog eens aan de realiteit te testen is recent een veelzeggende analyse gemaakt, hier en hier nader toegelicht, zie ook figuur 7. Wanneer uit talloze modelruns die runs bij elkaar worden genomen die een reeks Niña’s, Niño’s en vulkaanuitbarstingen lieten zien die achteraf gezien, toevallig, overeenkwamen met de realiteit, dan corresponderen die modelexercities prima met de feitelijke temperatuurontwikkeling van de afgelopen jaren. Met andere woorden: de modellen simuleren de werkelijkheid heel goed, behalve het toevalsdeel in de werkelijkheid, maar dat kan ook van niemand worden gevraagd.

ngeo2105-f1

Figuur 7: Analyse van modelprojecties en werkelijkheid; de afgelopen 10-15 jaar overheersten afkoelende factoren (La Niña’s, vulkaaninvloeden, geringere insolatie). Dát deze optreden is zeker, wannéér ze optreden is toeval. Los van de onvoorspelbare toevalsfactoren blijken de modellen de realiteit van het klimaat goed te simuleren. Bron: Schmidt et al

Een eerdere studie gaf ook al sterke aanwijzingen in die richting: als aan modelberekeningen het La Niña-El Niño-patroon wordt opgelegd zoals zich dat in de realiteit heeft voorgedaan, verklaart dat in hoge mate de stagnerende temperatuurontwikkeling. Recent kwam een verfijnde statistische analyse eveneens tot de conclusie dat de ‘opwarmingspauze’ met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een puur natuurlijke oftewel interne variabiliteit is (schommelingen binnen het klimaatsysteem) die een tijdlang opwarmingssignaal kan maskeren.

Puzzelstuk 6: By the Way (& Cowtan): de meetreeksen onderschatten de opwarming
O ja, en dan nog even dit: de bekende meetreeksen onderschatten de opwarming. Dat was bij de experts al wel bekend: het Arctische gebied wordt in de meetreeksen niet meegenomen, en juist dat warmt sneller op dan het wereldgemiddelde door de zogeheten Arctic Amplification. Probleem is: er zijn amper meetstations in het poolgebied.
Daarom negeert de zogeheten HadCrut-temperatuurreeks het Noordpoolgebied compleet. De zogeheten GISS-reeks neemt de temperaturen van de dichtstbijzijnde meetstations als maat voor het Arctisch gebied, maar onderschat zo nog steeds de recente mondiale temperatuurontwikkeling, zij het minder dan HadCrut.

media_summary

Figuur 8: Als de (bovengemiddelde) opwarming in het Arctische gebied wordt meegewogen in de temperatuurreeksen blijken de mondiale temperaturen sneller te stijgen, en is er, ondanks een overmaat aan afkoelende factoren in het afgelopen decennium, amper nog sprake van een ‘pauze’ in de opwarming van de atmosfeer. Bron: Cowtan & Way

De onderzoekers Kevin Cowtan en Robert Way hebben een slimme manier gevonden de temperatuur(stijging) in het Noordpoolgebied beter te schatten. Die laat zien dat als de bovengemiddelde Arctische opwarming wél wordt meegerekend, er van een ‘pauze’ in de opwarming of een ‘einde’ aan de opwarming zo dat er al was weinig meer overblijft (figuur8).

De gehele puzzel: het Einde van de Strijd om de Opwarming
De Oorlog van het Einde van de Wereld is de titel van het grote epos van Mario Vargas Llosa, over een religieuze sekte in Brazilië die zich tegen de modernisering van het land verzet. Het is een prachtige metafoor voor de Twijfelbrigade die zich met zombie-argumenten tegen de klimaatwetenschap blijft verzetten. Het idee van het Einde van de Opwarming is een van die zombie-argumenten.

Bij nadere beschouwing blijft van de claim dat de opwarming is gestopt hoegenaamd niets over:

  • Natuurkundig gezien kán de opwarming van de aarde niet gestopt zijn met een toenemende concentratie broeikasgassen in de atmosfeer
  • Te meten en te berekenen is dat dit ook inderdaad niet het geval is: de energie op aarde (=opwarming) neemt toe, en is vooral de oceanen beland (93,4%) die een veel grotere warmtebuffer zijn dan de atmosfeer (2,3%).
  • De gemiddelde temperatuur van de aardatmosfeer varieert van jaar tot jaar en van periode tot periode, onder meer door oceaanstromingen en vulkaanuitbarstingen. Maar onder deze natuurlijke variaties is een duidelijke trend waar te nemen, die ook de afgelopen 15 jaar is doorgezet.
  • De opwarming (van de atmosfeer) zoals deze zich heeft voorgedaan past binnen de ‘pluim’ van modelberekeningen in het verleden. Dat modellen de ‘opwarmingspauze’ niet zouden hebben ‘voorspeld’ klopt niet: modellen simuleren ook natuurlijke variaties, maar kunnen uiteraard de timing van toevalsfactoren in opwarming of afkoeling niet voorspellen.
  • En tenslotte: doordat het snel opwarmende Arctisch gebied niet of niet goed in de temperatuurreeksen is meegenomen wordt de mondiale opwarming onderschat. Als de Arctische opwarming wel wordt meegerekend blijkt er van een einde aan de mondiale opwarming geen sprake te zijn.

Als alle factoren in beeld zijn gebracht, zo concluderen NASA-onderzoekers in Nature Geoscience, is er helemaal geen sprake van discrepanties tussen modelberekeningen en de temperatuurontwikkeling in de realiteit. De opwarming gaat gewoon door.

Jan Paul van Soest is o.a. Partner bij De Gemeynt – duurzame ondernemers en adviseurs, en auteur van het boek De Twijfelbrigade (2014).

Met dank aan Jos Hagelaars, Hans Custers, Bob Brand en Bart Verheggen voor constructieve opmerkingen en suggesties.

141 Reacties op “De Strijd om het Einde van de Opwarming

  1. Jan Paul,
    Oftewel: Het einde van de Strijd om de opwarming : )
    Zéér handige munitie-kist voor achterhoede-gevechtjes!

    Vraag over puzzelstuk 2, de Oceanen: is er iets zinnigs te zeggen / bekend over het tijdraam van de warmte opname van de oceanen en in relatie daarmee het tijdraam van de verzuring en derhalve bedreiging (afname) van de huidige biodiversiteit in de kraamkamer van life on earth?

  2. Hans,

    Je verwijst in dit artikel naar een filmpje waarin het broeikas effect wordt verklaard met behulp van quantummechanica. Nu ben ik het er mee eens dat het broeikaseffect een quantummechanisch effect is maar volgens mij is de uitleg die hier wordt gegeven niet geheel toereikend. Deze uitleg kan niet verklaren waarom een dicht gas warmer wordt en een ijl gas koeler, het beschrijft immers een vertragingslijn. Bovendien zorgt de excitatie van een rotatie of vibratie niet voor verhoging van de temperatuur van het gas. Hiervoor is een ander quantummechanisch effect noodzakelijk. Voordat bijvoorbeeld een CO2 molecuul zijn energie weer uitstraalt (na gemiddeld 2 ms) moet deze door een botsing worden omgezet in kinetische energie.
    Dit maakt het mechanisme achter het broeikaseffect een stuk complexer.

    De aarde weet al heel lang de gemiddelde temperatuur binnen een bandbreedte van enkele graden te houden, ondanks wisselende invloeden van buiten af, dit moet wijzen op een zware terugkoppeling in het systeem. Kan verveelvoudiging van het klein beetje CO2 deze terugkoppeling zwaar ondermijnen ?

  3. @Fulco,
    Ja, gelukkig kan een trace gas als CO2 de energiestromen wel degelijk balanceren. Een van de eigenschappen is dat het een welgemengd gas in de atmosfeer is.
    En het is geen klein beetje extra CO2 maar de uitstoot van alle gebruikte fossiele brandstoffen en ook de effecten van land use change.

    Kun je een verwijzing geven naar de quantummechanische eigenschappen en processen?

  4. Beste Fulco,

    Het filmpje legt de molecuulspectroscopie van zichtbaar en infrarood licht correct uit als een gevolg van de quantummechanica. Nergens in het filmpje wordt er gezegd:

    .. waarom een dicht gas warmer wordt en een ijl gas koeler.

    Verder is je bewering onjuist:

    Bovendien zorgt de excitatie van een rotatie of vibratie niet voor verhoging van de temperatuur van het gas.

    De geëxciteerde moleculen botsen namelijk met de andere moleculen van het gas en daarbij wordt hun extra rotatie/vibratie-energie gedeeld met de andere moleculen. Dat is thermalisatie waardoor de bewegingsenergie — en dus de temperatuur — van alle moleculen van het gas toeneemt, ook van stikstof, zuurstof etc.

    Dit blogstuk van Jos Hagelaars beschrijft het correct (voor CO2 werkt het hetzelfde): In het datamoeras van een moerasgas.

  5. “De aarde weet al heel lang de gemiddelde temperatuur binnen een bandbreedte van enkele graden te houden” zei Fulco. Het is waar, en als je kijkt wat er zoal in het universum rondspookt aan barre kou en supernova’s mag het zelfs een wonder heten. Maar het gevolg is wel dat practisch alles wat leeft op aarde aan die globale temperatuurstabiliteit gewend is. De momentele klimaatontwikkeling is naar verhouding gerust een klimaatcatastrofe te noemen, ecologisch zeker. Zelfs ontwikkelde landen kunnen het al niet bijhouden.

  6. Hans Custers

    Nog een duit in het zakje. De bewering dat een bepaalde waarneming “moet wijzen op …” is niet bepaald wetenschappelijk. Er zijn ook mensen die menen dat bepaalde waarnemingen wel moeten wijzen op het bestaan van een Opperwezen, of juist niet op een Opperwezen, maar wel Iets.

    Het begint een beetje op wetenschap te lijken als je een enigszins plausibel mechanisme kunt formuleren dat niet in strijd is met tal van andere waarnemingen, vergezeld van wat ideeën voor onderzoeken om die hypothese te onderzoeken.

    En, ere wie ere toekomt, dit stuk is geschreven door Jan Paul van Soest, niet door mij.

  7. @Heren,
    Ik weerleg hier niets, ik vraag mij alleen af.
    @Bob,
    Het filmpje legt uit wat absorptie en emissie is en pretendeert hiermee het broeikaseffect quantummechanisch te hebben uitgelegd. Dat is te kort door de bocht om de redenen die ik aangeef.
    Je tweede opmerking kan ik niet plaatsen omdat wij precies hetzelfde zeggen.
    @Hans,
    Deze bewering stoelt op ervaring met terugkoppeling en “moet” niet maar “kan”, er wordt immers nog volop gesleuteld aan de kennis over ons klimaat. Wij onderschatten de kracht van een waterplaneet.
    @cRR
    Volgens mij is klimaatverandering van alle tijden en worden wij meer bedreigt door andere invloeden van de mensheid op de aarde. Bovendien moeten we nog afwachten of onze klimaatkennis juist is, al klinkt het aannemelijk.

  8. Hans Custers

    Fulco,

    cRR Kampen heeft haarfijn uitgelegd hoe het zit met de “waterplaneet”: die zorgt ervoor dat het klimaat op aarde, naar de maatstaven van het universum, onvoorstelbaar stabiel is. 10 graden warmer of kouder is op de schaal van het universum helemaal niets. Helaas heeft het leven op aarde, alsmede de menseljjke economie, cultuur, leefwijze,enzovoort, zich in dat onvoorstelbaar stabiele klimaat ontwikkeld. Daarom zijn we ook kwetsbaar voor veranderingen die op universele schaal futiel zijn.

    En een holle bewering wordt niet minder hol door de toevoeging dat hij op ervaring berust. Integendeel.

  9. Beste Fulco,

    Het filmpje legt alleen de absorptie uit van warmtestraling door broeikasgassen zoals CO2 en CH4, wat geheel en al een quantummechanisch effect is. Het filmpje heeft niet de ambitie om ook alle ins-and-outs van de lapse rate, de ‘emission height’ etc. te verklaren.

    Thermalisatie is helemaal niet “complex” en wordt sinds Boltzmann al begrepen. Het is een onderdeel van de absorptie- en emissiespectroscopie van gassen en die wordt overal toegepast.

    Verder lijkt me het me nuttig om on-topic te blijven. Het bovenstaande blogstuk gaat over het actuele onderzoek naar de ‘opwarmingspauze’.

  10. Hans Custers

    Overigens, Fulco, door én te beweren dat het klimaat op de waterplaneet zo stabiel is dat het niet kan veranderen én te constateren dat “klimaatverandering van alle tijden is” heb je jezelf zo overtuigend tegengesproken dat ik denk dat we de discussie hierover als beëindigd mogen beschouwen.

    Ik stel voor het vanaf nu weer over het onderwerp van dit stuk te hebben: de zogenaamde ‘pauze’.

  11. Re Puzzelstuk 1:
    Ik kom op websites nog regelmatig de claim tegen dat CO2 zich in de atmosfeer anders zou gedragen dan in een laboratorium. Lees: in het lab onderschept het LW-IR straling maar daarbuiten niet, dus meer CO2 betekend geen sterker broeikaseffect. Ja, echt…
    En in een recent blogstuk schrijft Dr. Roy Spencer zelfs dat hij van mening is dat de gemeten toename van CO2 niet door toedoen van menselijk handelen is. Ja, echt…

    Geen wonder dat zo’n drievoudig argument als ‘geen opwarming in 18 jaar’ aantrekkelijk is voor septici. Het bied gewoon heel veel haken en ogen waar ze zich aan vast kunnen klampen. Zolang menselijk handelen maar niet de oorzaak is.

  12. Arthur Rörsch

    @ Fulco, antwoord op wat vragen van je mijnerzijds
    Misvattingen in het filmpje
    http://ed.ted.com/lessons/how-quantum-mechanics-explains-global-warming-lieven-scheire#review
    1. Het effect van langgolvige straling (IR) op straling absorberende moleculen is wel degelijk anders dan van langgolvig licht. De essentie is dat de life-time van de geëxciteerde toestand (van rotatie en vibratie banden) veel langer is dan van moleculen die in het zichtbaar of UV een deel van het spectrum absorberen. Het gevolg is dat de latente ingevangen warmte van een foton door botsingen met IR inerte moleculen preferent wordt omgezet in kinetische energie. Het is dus wel degelijk juist dat een verdund gas als CO2 ( ook waterdamp) tot opwarming van het gasmengsel leidt. In het Nederlands noemen we daarom IR ook wel ‘warmtestraling’. Er is geen fysicus die op grond van laboratorium waarnemingen aan dat proces twijfelt en daar is geen ingewikkelde kwantum mechanische beschouwing voor nodig. Maar werkt het proces ook zo uit in de atmosfeer die een open thermodynamisch is waar iedere twaalf uur een energiestroom, opgewekt door de zoninstraling, door heen loopt? Zie verder 3 en 4.
    2. Het filmpje zegt: des te meer CO2 des te meer terugstraling naar de aarde. Dat is een postulaat dat moeilijk meetbaar in situ is gebleken. En op fysische gronden ook niet waarschijnlijk omdat preferent de latente stralingswarmte in kinetische energie (voelbare warmte) wordt omgezet. Een IR actief (verdund) gas gaat stralen nadat het kinetische energie door botsing met nabuur moleculen heeft opgepikt.. Het pakt alleen de energie op van de kleine fractie moleculen met voldoende hoge kT die nodig is om het in aangeslagen toestand te brengen. Neemt niet weg dat zogenaamde broeikasgassen warmte overdragen aan hun omgeving in de atmosfeer.
    3. Het filmpje is misleidend met de gewichtige titel ‘quantum mechanics’, want geen enkel resultaat van die theorie wordt genoemd. De theorie van een broeikaseffect van gassen wordt in handboeken ( e.g. Goody & Young) onderbouwd met het veronderstellen van een ‘local thermodynamic equilibirum state’ (LTE) in elke luchtlaag zoals die zich in een gesloten systeem voordoet, De atmosfeer gedraagt zich niet als zodanig. Het filmpje gaat met haar natuurkundige onderbouwing, voorbij aan de meteorologische, dat wil zeggen dat een lokale opwarming in de atmosfeer een proces van opwaartse convectie induceert. (Thermiek, zoals iedere vliegenier weet).
    4. Twijfel aan het effect van broeikasGASSEN rijst op drie gronden.
    5. Men schrijft aan verdunde gassen toe zich te gedragen volgens stralingswetten die met theoretische beschouwingen zijn ontleend aan het veronderstelde gedrag van water en vaste stof oppervlakken. (Volgens de wetten van Planck, Stefan- Bolzman)
    6. Als men het gedrag van een gas in de atmosfeer beschrijft, dat bij specifieke golflengten emitteert, kan aan de interactie die het ondergaat met een vast lichaam (het aardoppervlak) dat over een breed IR spectrum uitstraalt, niet voorbij worden gegaan. De stralingsenergie die door enkele golflengten die door een gas worden uitgestraald, die geabsorbeerd wordt door het vaste lichaam weer over een breed uitgezonden. Het gevolg is dat het zogenaamde ‘atmosferische window’ voor door het aardoppervlak gegenereerde IR veel groter is dan men op grond van het absorberend en emitterend vermogen van gassen kan worden verondersteld die uit laboratorium experimenten worden afgeleid. Niets van deze overwegingen kunnen we in het flimpje herkennen.
    7. Het belangrijkste (derde) argument is dat we te maken hebben met processen in de atmosfeer die zich afspelen ver van het thermodynamisch evenwicht dat bekend is in gesloten systemen. De kennis daarvan lijkt bij alle verkondigers van de broeikasGAStheorie te ontbreken.
    Tenslotte over het broeikas effect van de atmosfeer als zodanig. Ik denk dat geen enkele fysicus de (bescheiden) bijdrage daarvan betwijfelt. Maar als we de capaciteit daarvan om warmte vast te houden, vergelijken met die van de oceanen op de waterplaneet, deze vrijwel nihil is Op mij komt de stelling dat de ‘hiatus’ zou zijn veroorzaakt door absorptie van de in de atmosfeer vastgehouden warmte door broeikasGASSEN, door absorptie van de oceanen als wetenschappelijk onnozel over. (Het gevolg van een verwarring van oorzaak en gevolg). Ik wil dit op dit blog nog wel nader toelichten maar vraag me af hoe wel het is besteed aan hen die onvoorwaardelijk aan de broeikasGAS theorie willen blijven geloven.
    Volgens mij voeren de gelovigen daarin een achterhoede gevecht in ‘de strijd om de opwarming’. Niet de sceptici.

  13. “Ik kom op websites nog regelmatig de claim tegen dat CO2 zich in de atmosfeer anders zou gedragen dan in een laboratorium.”, ik ook. Zonet nog.

  14. Hans Custers

    Enkele opmerkingen over de reactie van Arthur Rörsch,

    Ten eerste valt het weer eens op dat de zelfverklaarde sceptici het blijkbaar altijd weer nodig vinden om, waar een tekst, filmpje of blogpost ook over gaat, te klagen over allerlei onderwerpen die niet worden behandeld. Ofwel: wat er ook gezegd wordt, het moet altijd over iets anders gaan. Blijkbaar wenst men niet te accepteren dat het onmogelijk is om alle aspecten van dit onderwerp in één keer te behandelen. Dit soort klachten draagt wat mij betreft niet bij aan een inhoudelijke discussie, maar maakt deze juist onmogelijk.

    Prima als iemand de woordkeus in de titel ongelukkig vindt, maar onmiddellijk spreken van ‘misleiding’ is volstrekt onredelijk Het heeft immers niets van doen met de inhoud van dat filmpje.

    Dat kennis over het feit “dat we te maken hebben met processen in de atmosfeer die zich afspelen ver van het thermodynamisch evenwicht dat bekend is in gesloten systemen” zou ontbreken is niet alleen klinkklare nonsens, maar ook een grove belediging aan het adres van de klimaatwetenschap. Rörsch zou zich eens af moeten vragen of hij zelf niet iets over het hoofd ziet, als hij dit werkelijk gelooft.

  15. Beste Arthur Rörsch,

    Je spreekt jezelf tegen:

    Het effect van langgolvige straling (IR) op straling absorberende moleculen is wel degelijk anders dan van langgolvig licht.

    Langgolvige straling (IR) met een golflengte > 4 μm *is* langgolvig licht, beide zijn elektromagnetische straling.

    Verder is de relaxatie-tijd van de geëxciteerde moleculen — de gemiddelde tijd waarna ze weer terugvallen in een lagere energie-toestand en een foton of fotonen uitzenden — van de orde 10-9 tot 10-7 seconde. In dat geval vindt er opnieuw emissie plaats van langgolvige straling, maar niet noodzakelijkerwijs met dezelfde golflengte als er geabsorbeerd is. Zie: Jablonski diagrammen.

    Moleculen als CO2, CH4 en H2O hebben vele duizenden absorptie- en emissielijnen en door temperatuur en druk in de dampkring vindt er ‘line broadening’ plaats — Doppler-verschuiving als gevolg van de bewegende moleculen smeert de absorptie- en emissielijnen uit over een breder golflengtegebied. Via ‘vibrational relaxation’ en interne conversie vallen de moleculen in een aantal stappen terug naar een lagere energietoestand:

    De oorzaak van het ‘broeikasgas-effect’ is NIET de benedenwaartse ‘reflectie’ van warmtestraling met dezelfde golflengte zoals die eerst geabsorbeerd is. De oorzaak is dat de optische diepte voor langgolvige straling > 4 μm afneemt. Daardoor komt de ‘emission height’ naar het heelal hoger in de dampkring te liggen, en daar is het kouder — vanwege de lapse rate — en daardoor ontsnapt er minder warmtestraling naar het heelal.

    Het filmpje is geheel correct dat de absorptie van warmtestraling (IR) door CO2, CH4 etc. een volledig quantummechanisch effect is. Dat een deel van die energie thermaliseert door botsingen met andere moleculen in de dampkring en de lapse rate ook een rol speelt… dat verandert helemaal niets aan deze absorptie.

  16. Kan dit off topic gedartel ovegeheveld worden naar de open discussie? PLease.

  17. Hi G.J. Smeets,

    Je hebt gelijk. Off-topic reacties die niet met de inhoud van bovenstaand blogstuk van doen hebben, horen hier:

    Open discussie zomer 2014

  18. Arthur Rörsch

    Nee hoor, Bob Brand, de life-time van een excitatie staat van CO2 is 0.7 seconden. Ondertussen vinden 10 ext 21 botsingen plaats met inerte IR moleculen waarbij de latende energie in kinetische energie wordt omgezet. Daarom noemen we in het Nederlands IR ‘warmtestraling’.
    Ik begrijp niet waarom mij kritiek op het filmpje als off-topic wordt beschouwd. Het gaat in op één aspect van de argumenten die in het blog van Van Soest worden genoemd. (het filmpje)
    Het lijkt mij zeer on-topic als meer en vooral fundamentele kritiek wordt geleverd op de beschouwingen in dit blog. De Jablonski diagrammen die worden genoemd zijn in het IR deel van het spectrum geheel buiten de orde..
    De volgende argumentatie kan ik begrijpen:
    ‘De oorzaak van het ‘broeikasgas-effect’ is NIET de benedenwaartse ‘reflectie’ van warmtestraling met dezelfde golflengte zoals die eerst geabsorbeerd is. De oorzaak is dat de optische diepte voor langgolvige straling > 4 μm afneemt. Daardoor komt de ‘emission height’ naar het heelal hoger in de dampkring te liggen, en daar is het kouder — vanwege de lapse rate — en daardoor ontsnapt er minder warmtestraling naar het heelal.’
    Daarbij vergeet je echter de andere belangrijke invloed op de lapse rate, de convectie, die opgewarmde parcels opwaarts doet bewegen . De gemiddelde emissiehoogte wordt daardoor hoger, maar niet noodzakelijkerwijs de emissie temperatuur.
    Waar het in de discussie over gaat is of broeikasGASSEN überhaupt een invloed op de uitstraling naar het heelal een significante invloed kunnen uitoefenen. Voor de 50 % wolkbedekking is die invloed onmiskenbaar. Simpel gegeven. bij een wolkeloze hemel in de nacht daalt de temperatuur aan het oppervlak 10-15 graden. Kennelijk ziet de gas atmosfeer weinig kans om warmte vast te houden. Bij een bewolkte hemel zien we de oppervlaktetemperatuur aanmerkelijk minder dalen.
    De essentie van mijn voorgaande betoog was: er IS een broeikaseffect van de atmosfeer. Maar de warmtecapaciteit daarvan is klein ten opzichte van de oceanen die vervolgens via de watercyclus ook de warmtecapaciteit van de atmosfeer regelt. En de uitstraling naar het heelal, via de wolkbedekking. Daarop heb i k tot dusver geen tegenwerpingen gelezen.

  19. Hans Custers

    De essentie van mijn voorgaande betoog was: er IS een broeikaseffect van de atmosfeer. Maar de warmtecapaciteit daarvan is klein ten opzichte van de oceanen die vervolgens via de watercyclus ook de warmtecapaciteit van de atmosfeer regelt. En de uitstraling naar het heelal, via de wolkbedekking

    Ja, en 2 of 4 °C opwarming is klein ten opzichte van het verschil tussen dag en nacht, zomer en winter, tropen en polen. So what? Het zijn volstrekt nietszeggende beweringen. Niemand beweert dat het broeikaseffect de allesbepalende factor is in het klimaat.

  20. Mijn reactie op Van Soest’s blogpost volgt de indeling van zijn stuk

    Inleiding

    Wat v.Soest een “klimaatscepticus” noemt vis-à-vis de “klimaatwetenschappers” is misleidend. Moeten we soms blij zijn dat hij de “sceptici” geen “deniers” noemt? Weet hij hoeveel wetenschappers er zijn onder de sceptici? Zijn “klimaatwetenschappers” zijn veelal atmosferische fysici en meteorologen, meer gespitst op “weer” dan op “klimaat”. Er zijn weinigen die zich klimatologen kunnen noemen en die komen veelal uit de aardwetenschappen. Klimatologie is eigenlijk een verzamelvat van wetenschapsdisciplines, die veelal niet met elkaar praten …..

    Zonne-fysica, paleoklimatologie en astronomie geven alle gerechtvaardigde kritiek op het dogma van carbon-dioxide als de hoofdoorzaak van klimaatverandering. De IPCC heeft dit nooit serieus willen onderzoeken. Er is een hypothese die planetaire orbits
    (V.,E.,J.) in conjunctie een invloed doet hebben op de solar tachocline en daarbij de convectie beïnvloedt en daardoor de sunspots en CME’s, en de solar wind. Van de miljoenen die IPCC uitgeeft aan “Research” krijgen de alternatieve theorieën geen cent.

    De toon en semantics van vS’s artikel is onnodig “patronising” hetgeen niet bijdraagt tot een objectieve discussie. Zijn vergelijkingen met Llosa’s Braziliaanse sekte is beledigend. Laat hem zijn excuses aanbieden voor dat hij tegenover je aan tafel gaat zitten.

    Puzzelstuk 1

    De atmosfeer is geen broeikas. De titel is al fout. Broeikassen zijn gesloten glazen dozen. De atmosfeer is open en wisselt waterdamp
    en radiation uit met het heelal.
    Wat er al 1½ eeuw bekend was, is dat Arrhenius, terugkijkend aar het Dalton minimum, zich afvroeg wat CO2 te maken kon hebben met afkoeling. (niemand was verontrust over warming in 1896). Hij kwam op met een temperatuursdaling van max. 4 of 5 graden bij halvering van CO2. Dat artikel wordt geparadeerd door de IPCC als de wetenschappelijk basis voor het axioma dat de grondslag is voor alle scenario modellen.
    In 1906 echter, in een Duits-talig artikel in de Meddelanden van het Nobel Instituut, na vele discussies met Ångström, Koch, Ekholm, Ruben, Ladenburg and Schäfer reviseerde hij zijn berekening voor CO2 tot de helft, 2.1 Celsius, terwijl de rest of enige invloed van de 4.2 C voor de rekening komt van waterdamp.

    Of vochtigheid een positieve of negatieve werking heeft op warming is nog steeds onderwerp van discussie. Wij zeggen het is betrekkelijk negatief.

    Voor de wetmatigheid van hogere concentratie broeikas gassen om verantwoordelijk te zijn voor hogere temperaturen, vS negeert het wel bekende en aanvaarde feit dat er een omgekeerd logaritmisch verband is in het absorptie spectrum dat voor CO2 openstaat. Hoe meer toegevoegde CO2, hoe minder de meerdere invloed.

    Puzzelstuk 2

    Het is maar goed dat hij bekent dat het laatste woord over de warmte die zich in de oceanen verbergt nog niet gezegd is. Het is een van de (nu 39) excuses die voor de “pause” worden aangevoerd. Enige jongleur stunts van massieve opwelling en overturning zijn nodig om al dat (lichtere) warme water plotseling naar de koele diepte te krijgen, met thermohaline veranderingen of andere stromen. Not quite Occam’s razor.

    De oceanen zijn van het grootste belang voor de overbrengen van het zonne-signaal naar de atmosfeer. Er zit een tijdsvertraging in. Veel dieper dan een paar honderd meter gaat echter de directe invloed niet, maar ook al omdat de Atlantic en de Pacific beide oscilleren met de solar flux variaties, zal geen sceptic het belang van de oceaan ontkennen. Maar wat wil van Soest dan? Reageert de oceaan op variaties in de 0.04% CO2 in de lucht?

    Puzzelstuk 3

    Ten eerste gebruikt hij de oppervlakte metingen, die door serieuze onderzoekers niet veel meer worden gebruikt, alleen historisch. Dan begint hij zijn rode lijn een jaar voor de Niño piek om toch maar een stijging te kunnen tonen (1999 zou beter zijn). En hij praat over het 30 jaar = klimaat concept, hetgeen goed past als je de zestig jaar cyclus (vanaf 1880?) wilt negeren. No puzzle here.

    Puzzelstuk 4

    Ik ken geen sceptici die opwarming ontkennen. Tienjarige perioden zijn een statistische keus. Neem dertig jarige perioden beginnend omstreeks 1880 en de “pause” duurt tot 2030 (tenzij je deJager/Duhau gelooft die een Grand Solar minimum zien. En zij zijn niet alleen.)

    De opwarming van de aarde (ook in # 6) wordt gezien als zuiver en alleen een CO2 probleem. Dit is absurd. We komen uit een mini-ijstijd en een algemene warming is de lange termijn trend. Als je de temp grafiek ontdoet van deze natuurlijke opwarming blijft er een sinusoide lijn over die de 60 jaar cyclus weergeeft.

    Puzzelstuk 5

    Ik geloof niet dat ik behoef hierop in te gaan. Made-to-measure by IPCC. Post-normal science. Science? Parameter manipulatie, axiomatische theorie, geen succes in hindcasting, en volledig op hol als de 30 jaar 1970-2000 periode onvoorzien eindigt. En nu de “pause”. Het is niet eens een Pause, tenzij je al weet wat er komt als hij afloopt.

    Het vulkanen relaas is een “red herring”. Normale vulkanische uitbarstingen hebben geen invloed in het aerosol dapartment voor meer dan een paar dagen. Het zijn alleen de mega erupties die een invloed hebben. En ze zijn onvoorspelbaar. Hij zwetst.

    Puzzelstuk 6

    Cowlan en Way klampen zlch vast aan de “eigenlijke” temperatuur verandering in de Arctic. Men moet zich realiseren dat de zonnewarmte niet direct het drijfijs smelt. Het smelt van onderen, niet van boven. De oorzaak is de circulatie van warmere Pacifische waters door de Bering Strait en vooral Atlantische door de Svalgaard Gap (zie illustratie op de John Daly site). Verder is er een semi-permanente wind rotatie (de Beaufort gyre) die de ijskap heen en weer voert over de Arctic Ocean.
    Ik zeg niet dat C&W dit niet weten, maar ik geloof hun wankele resultaten niet en ik heb er verder niet veel goeds van gehoord.

    De gehele puzzel

    De slotzin slaat op niets. IPCC heeft nooit serieus de zonnecycli bekeken, afgezien van simpele TSI, die te licht bevonden werd. Variaties van Solar flux van magnetisch veld en van deeltjes spelen geen rollen hun modellen, terwijl de correlatie met NAO, PDO, LOD etc goed beschreven is. Zeker weten de NASA onderzoekers dat ook wel.

    De solar flux moduleert ook de kosmische straling (Svensmark) die condensatie nuclei verschaffen voor waterdamp condensatie en daardoor het lagere wolkendek over de planeet beheersen.

    Quantitatieve berekeningen van deze invloed zijn gedaan.
    Het is waarschijnlijk dat dit mechanisme de warme en koele periode vrijwel volledig kan verklaren door de combinatie van vermeerderd albedo en verminderde straling ontvangen op het aardoppervlak.

    En wat betreft de titel van zijn stuk: De opwarming kan best wel hervatten na 2030, of wanneer dan ook. Alleen het heeft niets met CO2 te maken en we kunnen er niets aan doen.
    Waarvoor we moeten oppassen (= prepareren) is lange termijn Gobal Cooling, als Kees de Jager en Silvia Duhau het bij het rechte end hebben.

  21. Dus CO2 is geen broeikasgas en de klimaatverandering is iets magisch, stelt Albert Jacobs.
    Eervolle vermelding voor de volledig verzonnen lezing van Arrhenius’ verhaal.
    Overigens ongelofelijke arrogantie van de ignorantie.

    Tegen beter weten in de raad aan Jacobs om eerst maar eens te evalueren wat er thans aan de hand is: http://ourchangingclimate.wordpress.com/2013/03/19/the-two-epochs-of-marcott/

  22. Beste Arthur Rörsch,

    Je opmerkingen betreffen voor een miniem deel het aangehaalde filmpje. De rest is off-topic, is er met de haren bijgesleept en het zwalkt werkelijk van de ene naar de andere bewering waar wij dan zogenaamd op in zouden moeten gaan? Wat het filmpje aangaat, je zegt zelf:

    De essentie van mijn voorgaande betoog was: er IS een broeikaseffect van de atmosfeer. … over het broeikas effect van de atmosfeer als zodanig. Ik denk dat geen enkele fysicus de (bescheiden) bijdrage daarvan betwijfelt …

    Oké, in dat geval: de radiatieve eigenschappen van CO2, CH4 en H2O zijn ontegenzeggelijk een consequentie van de quantummechanica. En het zijn de radiatieve eigenschappen die aan de basis liggen van het broeikaseffect.

    Waar of niet waar? Het filmpje beschrijft dit.

    Je overige verhalen hebben niets van doen met het bovenstaande blogstuk van JPvS over de ‘opwarmingspauze’ en zijn vorig jaar al heel uitgebreid aan de orde geweest in drie eerdere discussies met > 350 reacties. Ik stel voor dat je die gaat herlezen, zodat dit draadje kan gaan over bovenstaand blogstuk? Hierbij enkele linkjes naar je eerdere discussies:

    Hans Labohm vindt de projecties van de klimaatwetenschap te optimistisch en hier, hier, hier, etc.
    Open discussie – Lente 2013 en hier, hier, hier, etc.

    Nu on-topic.🙂

  23. Beste Albert Jacobs,

    Wat v.Soest een “klimaatscepticus” noemt ..?”

    JPvS is toch heel duidelijk over wie hij bedoelt, het staat er keurig netjes:

    Praat met een ‘klimaatscepticus’ en de kans is groot dat je binnen 5 minuten te horen krijgt: “Maar de opwarming van de aarde is circa 15 jaar geleden gestopt; en er is geen enkel klimaatmodel geweest dat dit heeft voorspeld”. Misschien wordt er nog aan toegevoegd: “… en dat terwijl de CO2-uitstoot gewoon is doorgegaan”. Waarmee de ‘scepticus’ maar zeggen wil: flauwekul, die opwarming van de aarde, de klimaatmodellen deugen niet, en het idee dat CO2 daarvoor verantwoordelijk is, is uit de lucht gegrepen. Drie argumenten ineen, geen wonder dat het verhaal over het einde van de opwarming in sceptische kringen zo populair is. Maar klopt het?

    Verder komen de klimaatonderzoekers zowel uit de atmosferische fysica, wiskunde en de meteorologie als uit de paleologie, geologie en geofysica. Een groot aantal van de laatsten is bijvoorbeeld auteur van deze hoofdstukken van het IPCC (of staat in de referenties):

    5. Information from Paleoclimate Archives
    6. Carbon and Other Biogeochemical Cycles

    Ook de ‘zonnefysica’ komt aan bod en die wordt o.a. in hoofdstuk 7 (Clouds and Aerosols) en 8 (Anthropogenic and Natural Radiative Forcing) uitgebreid besproken. Hier nog zo’n veelzeggende onjuistheid:

    Van de miljoenen die IPCC uitgeeft aan “Research” krijgen de alternatieve theorieën geen cent.

    Onzin, het IPCC geeft letterlijk NIETS uit aan “Research”.

    Het IPCC (het klimaatpanel) is géén onderzoeksinstituut en doet zelf überhaupt geen enkel onderzoek. Het heeft dan ook geen onderzoeksbudget. Het is een onbezoldigd klimaatpanel dat iedere keer wisselt van samenstelling voor een assessment-ronde en hun enige taak is om een ‘assessment’ (een synthese, samenvatting) te maken van het actuele wetenschappelijk peer-reviewed onderzoek:

    2. The role of the IPCC is to assess on a comprehensive, objective, open and transparent basis the scientific, technical and socio-economic information relevant to understanding the scientific basis of risk of human-induced climate change, its potential impacts and options for adaptation and mitigation.

    Zie: Principles governing IPCC work. Het wetenschappelijk onderzoek vindt dus geheel en al elders plaats, het klimaatpanel steekt alleen elke ca. 7 jaar de thermometer in het actuele peer-reviewed onderzoek en vat het samen.

  24. Het blijft hardnekkig, die misvatting dat het IPCC zelf onderzoek zou verrichten. Er zou ook veel geld naar toegaan. Ik heb ooit eens in een voordracht gevraagd hoeveel miljoenen het IPCC per jaar ontvangt en hoeveel Nederland daarvan betaalt. Hierbij de keuzelijstjes die ik toen gaf:

    Budget per jaar: 4, 40 of 400 miljoen euro per jaar
    Nederlandse bijdrage: 50.000, 500.000 of 5.000.000 euro per jaar

  25. @Bob Brand & Albert Jacobs

    Wat een goede discussie. Kunnen jullie de animositeit niet een beetje uitzetten? En onzin en serieuze kanttekeningen een beetje ziften? Volgens mij zitten er waardevolle elementen in beide betogen: de atmosfeer is inderdaad geen glazen huis met een dak, en het IPCC doet geen onderzoek. Etc.

  26. Hans Custers

    @ Gerbrand Komen,

    Ik ben het absoluut niet met je eens. De reactie van Albert Jacobs heeft niets te maken met een goede discussie, maar is het schoolvoorbeeld van een “Gish gallop“. Een zo omvangrijke verzameling van halve waarheden en hele onwaarheden, verdraaiingen en volstrekt irrelevante beweringen dat er geen beginnen aan is om er op te reageren. Geen zinnige bijdrage, maar juist pure sabotage van elke aanzet tot een goede discussie.

  27. Beste Gerbrand Komen,

    Ik zie helemaal geen animositeit — Albert Jacobs wordt keurig met “Beste ..” aangesproken en eveneens ga ik keurig en met gedetailleerde bronvermelding in op de misvattingen die Jacobs poneert.

    Het is immers geheel onjuist dat het IPCC “miljoenen” aan “Research” zou besteden. Evenzo is het onzin dat er geen geologen, paleologen en geofysici aan het klimaatpanel deel zouden nemen, wat meteen duidelijk is zodra je hoofdstuk 5 of 6 van AR5 openslaat.

    .. de atmosfeer is inderdaad geen glazen huis met een dak.

    Waar staat in bovenstaand blogstuk van Jan Paul van Soest dat de atmosfeer een glazen huis zou zijn met een dak? Waar? Het is daarmee zowel een stroman-bewering (niemand beweert zoiets) als geheel ‘off topic’.

    In de bovenstaande reacties heb ik allang zorgvuldig uiteengezet wat de werkelijke oorzaak is van wat als “het broeikaseffect” bekend staat: de radiatieve eigenschappen van H2O, CO2, CH4 etc. in combinatie met de lapse rate. Zie het studieboek van Pierrehumbert:

    http://geosci.uchicago.edu/~rtp1/PrinciplesPlanetaryClimate/

    Als Albert Jacobs bezwaar maakt tegen punt 1 t/m 6 in het blogstuk van Jan Paul van Soest, dan dient hij de daar ter onderbouwing genoemde wetenschappelijke publicaties te bespreken en uit te leggen wat er onjuist aan is – of waar JPvS deze onjuist interpreteert. Dat is on-topic.

  28. @ Hans Custers

    Dank voor de verwijzing naar het lemma gish gallop. Ik kende het niet. Ik herken het wel als een elegante beschrijving van de praktijk van mensen als Hans Labohm en nu ook Albert Jacobs. Ik ben wel benieuwd of zij dat zelf ook herkennen.

    Ik denk dat je inmiddels wel begrepen hebt dat ik vind dat we de emotie achter dit soort reacties serieus moeten nemen, en dus aandacht moeten besteden aan de argumenten. De vraag is wat de beste manier is als men sprake is van een techniek die Sam Harris beschrijft als “starting 10 fires in 10 minutes.” Ik weet niet beter dan vuurtje voor vuurtje aan te pakken, zoals je een kluwen wol uit de war haalt. En dat heb je toch ook eigenlijk gedaan. Dat vind ik er goed aan.

  29. @ Bob Brand

    De animositeit zit inderdaad meer aan de kant van Albert Jacobs, maar ik proef toch ook aan jullie kant een flinke verontwaardiging over het gebruik van de gish gallop als discussiemethode. (En die verontwaardiging begrijp ik maar al te goed).

    Dat je keurig op een aantal van zijn argumenten bent ingegaan was voor mij aanleiding om het een goede discussie te noemen.

  30. “… ik vind dat we de emotie achter dit soort reacties serieus moeten nemen,…” – Nee. Die tijd is voorbij. Het is al altijd van één kant moeten komen, klimaatrevisionisten spelen habitueel op de man en het gevoel, beledigend en smerend, en dus hoeft er helemaal geen rekening meer gehouden te worden met hun – veelal gefingeerde – ‘emoties’. Payback time.

    “…en dus aandacht moeten besteden aan de argumenten.” – Wat mensen als Bob, Bart, Hans, JPvS enz on ver moei baar doen, ook hier, ook bijvoorbeeld op het NRC. Ik heb ook aardig wat tijd, en mag ik het even noemen aub: emotie daaraan besteed, maar ik ben er dus helemaal klaar mee. Klimaatrevisionisten herken ik op slag en de morele omgang daarmee is wat mij betreft: pesten. Terugpesten, in feite. Remember Tacloban voor degenen die er wat van zeggen.

  31. Hi Ben,

    Ik heb een jaar of drie geleden eens door het budget van het IPCC gesnuffeld, volgens mij: 4 miljoen euro / jaar.

    Het grootste deel van de kosten zit ‘m in vergader/conferentie-faciliteiten, een secretariaat van 10 á 15 kantoormedewerkers en ICT-kosten voor de website, e-mail, de opmaak en druk van rapporten etc. Qua lokatie zit men op een halve etage van het World Meteorological Organization kantoor in Genève.

    De wetenschappers die aan de rapporten werken doen het onbezoldigd, vaak ontvangen ze een reiskosten-vergoeding van de eigen overheid.

  32. Hans Custers

    Gerbrand,

    Mijn ervaring leert me dit: reageren op een Gish gallop is zinloos. Je inhoudelijke tegenargumenten zullen onbeantwoord blijven, in plaats daarvan kiepert de opponent gewoon weer een emmertje nieuwe beweringen uit het standaardrepertoire in de discussie. En dat tot in het oneindige.

    Mijn opstelling in de discussie is als volgt. Ik zie de zelfverklaarde sceptici vaak klagen dat ze niet serieus worden genomen. Die fout wil ik niet maken. En dus behandel is ze niet als kleuters, die je tientallen keren hetzelfde uit moet leggen, maar als volwassenen. Van volwassenen verwacht ik dat ze (bijvoorbeeld) hun huiswerk een beetje doen (en dat iemand als Jacobs, die overduidelijk al een tijd meedraait in de discussie, niet aankomt met klinkklare onzin over “miljoenen onderzoeksgeld van het IPCC”), dat ze serieus ingaan op tegenargumenten, dat ze op zijn minst bereid en in staat zijn een heel klein beetje kritisch en logisch naar de eigen argumenten te kijken en dat ze (al doet het een beetje pijn) bereid zijn eventuele fouten of vergissingen te erkennen. En als ze op die punten tekort schieten, dan spreek ik ze daar op aan, zoals volwassen mensen die elkaar serieus nemen dat doen. Soms doe ik dat in stevige bewoordingen, maar ook daar moeten serieuze volwassenen maar tegen kunnen.

  33. Het is inderdaad ongeveer 4 tot 5 miljoen euro per jaar, Bob. Daarvan draagt Nederland gemiddeld 30.000 euro per jaar bij. Grotere gemeenten in ons land geven jaarlijks meer subsidie aan speeltuinen dan wat de nationale overheid aan het internationaal klimaatpanel overmaakt. Aan de andere kant, er is echt niet meer geld nodig voor het IPCC. Het opereert zeer efficiënt en het werk wordt zeer zorgvuldig gedaan, met een haast ongeëvenaarde precisie voor zo’n groot project (elke zes jaar drie vuistdikke rapporten opleveren). Ondanks de massale aandacht voor alle rapporten en de minutieuze bestudering door duizenden, zijn er namelijk maar een handvol fouten ontdekt, waarvan meer dan helft ook nog eens weinig om het lijf had. De Nobelprijs is wellicht de verkeerde waarderingsuiting voor de organisatie, maar het verdient zeker een positiever daglicht dan waar het meestal in wordt geplaatst.

  34. Beste Gerbrand Komen,

    .. over het gebruik van de gish gallop als discussiemethode

    Inderdaad, het is de moeite waard om het lemma over de ‘Gish Gallop’ te bestuderen en e.e.a. te vergelijken met de zogenaamde anti-evolutietheorie ‘debatten’ zoals die in de VS gewoed hebben:

    http://rationalwiki.org/wiki/Gish_Gallop

    Als Albert Jacobs de moeite neemt om even terug te bladeren door de lijst met eerdere blogstukken (en de reacties daaronder), dan vindt hij wellicht iets van zijn gading:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/links/archief-chronologisch/

    Het telkens opnieuw herhalen van dezelfde ‘denial talking points’ die elders allang en vele keren eerder weerlegd zijn is zinloos. Reacties dienen betrekking te hebben op de argumentatie en de onderbouwing door Jan Paul van Soest hierboven.

  35. Precies, Bob, al die bezwaren tegen termen zijn stropop argumenten. Niks meer en niks minder. Er is geen enkele klimaatwetenschapper die zich niet bewust is van het verschil tussen een kas en de atmosfeer. De ongelukkige benaming ‘broeikaseffect’ is dan ook niet meer dan dat. Waarom moeten septici zich daar dan telkens weer druk over maken?

    Ik zie ook weer de suggestie dat CO2 slechts 0.04% van de atmosfeer vormt en vanwege dat dat kleine getal geen invloed kan hebben. Kleine getallen: weinig invloed, grote getallen: veel invloed. Zoiets.

    Nou, zo kan ik het ook: Ondanks de 400ppm (0.04%) bevat elke kuub lucht zo’n 10^22 moleculen CO2. Verrek, nu is het ineens een heel groot getal en dus is CO2 zeer effectief, aldus de septische denktrant. Paniek! Tja, dat krijg je als je zo simpel denkt.

    Nog een paar voorbeeldjes:
    – hoe kan dan slechts 6 ppmv ozon in de stratosfeer het leven op aarde beschermen tegen de schadelijke UV-straling van de zon? Een halvering daarvan heeft dus ook geen effect?
    – Hoe kan 50 nanogram Polonium dodelijk zijn voor een volwassen mens? Een verdubbeling van die minieme dosis kan onmogelijk invloed hebben op zoiets immens als een mens?

    De les: kleine getallen zeggen niets over de effectiviteit van iets. Het is jammer maar om over effectiviteit iets te kunnen zeggen zal de septicus zal daarvoor toch echt de fysica moeten begrijpen.

    Ik ben het dan ook helemaal met Hans Custers eens: de kwaliteit van de septische bijdragen is dermate laag dat er onmogelijk van een discussie gesproken kan worden.

  36. Hi Ontspan,

    De ongelukkige benaming ‘broeikaseffect’ is dan ook niet meer dan dat.

    Inderdaad, er is wel eens voorgesteld om het naar John Tyndall te noemen. Verwarrend genoeg is er al een ander effect met dezelfde naam:

    http://en.wikipedia.org/wiki/Tyndall_effect

    De gassen die absorberen en emitteren in het lange infrarood (waar verreweg het grootste deel van de aardse warmtestraling zich bevindt) worden wel weer ‘Tyndall gases’ genoemd. Goede naam.

    En nu moet ik ook weer on-topic!😉

  37. Lennart van der Linde

    Beste Gerband,

    Je zegt: “ik vind dat we de emotie achter dit soort reacties serieus moeten nemen, en dus aandacht moeten besteden aan de argumenten”.

    Betekent aandacht besteden aan de argumenten automatisch het serieus nemen van de emotie achter de reacties? Wat als de emotie erachter een andere is dan die uitgedrukt wordt door de argumenten? Welke emotie zit er volgens jou achter de argumenten? En hoe redelijk zijn volgens jou die argumenten? Hoe om te gaan met niet-redelijke en/of al vaak weerlegde argumenten? Hoe om te gaan met mensen die niet open blijken te staan voor redelijke argumenten, omdat ze vanuit hum achterliggende emotie de realiteit c.q. wetenschap liever of noodgedwongen ontkennen? Of vind je dat dergelijke processen ook spelen bij degenen die zich op het IPCC baseren, inclusief de IPCC-auteurs?

  38. Hi Lennart,

    Dit staat los van bovenstaand stuk over de ‘opwarmingspauze’. Hierbij een nieuwe Open Discussie waar ik even jouw vraag, en ook de eerdere reactie van Gerbrand, aangehaald heb:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/08/29/open-discussie-september-2014/

    Over je vraag, daar verder s.v.p.🙂

  39. Lennart van der Linde

    prima, Bob, dank

  40. Allen,
    M.b.t. mijn bijdrage aan bovenstaande off topic gedachtenwisseling: zie open discussie.
    M.b.t. mijn vraag helemaal aan het begin van deze draad: die staat nog altijd open!! toch niet omdat die off-topic werd bevonden mag ik hopen? : )

  41. Begrijp ik het goed?
    De hiatus heeft betrekking op de gemiddelde oppervlakte temperatuur en niet op energiebalans van het Aarde-systeem?

  42. Hans Custers

    @ Boels,

    Klopt helemaal.

  43. Jullie schijnen te willen negeren dat de aarde deel is van de heliosfeer.
    Zouden door zulk een erkenning te veel heilige huisjes omver worden gegooid?

  44. @Hans Custers:
    Helder, dank!
    Met (enige) stelligheid wordt aangenomen dat de (huidige) hiatus van de OT (opp. temp.) tijdelijk is.
    Is dat op basis van eerder plaatsgevonden hiati?

  45. Beste Afjacobs,

    Jullie schijnen te willen negeren dat de aarde deel is van de heliosfeer.

    Waar staat dat? In het bovenstaande blogstuk? Van negeren is bepaald geen sprake, lees vooral deze eerdere blogs die ik warm kan aanbevelen:

    There’s always the sun!
    Niet warm of koud van de zon
    De sceptische top 10 (7 t/m 9)

    Het eerste stuk gaat ook in op het onderzoek van Bas van Geel en het tweede vat een discussie samen die Bart Verheggen en Rob van Dorland gevoerd hebben met Fritz Vahrenholt in het magazine European Energy Review. Lees s.v.p. eveneens de discussie onder deze blogstukken om een eindeloze herhaling van allang besproken punten te voorkomen.

    In een wat oudere publicatie (Meehl 2004) wordt de attributie, dus het aandeel dat zonnesterkte (incl. variatie in het magnetische veld van de zon), vulkanisme, broeikasgassen en antropogene aerosolen hebben in de opwarming sinds 1900, als volgt in beeld gebracht:


    Dit grafiekje is enige nadere studie waard. Vóór ca. 1950 was de bijdrage van zon en broeikasgassen ruwweg van dezelfde orde van grootte maar sinds 1950 is het vooral de combinatie (Greenhouse gases – Sulfate) die de opwarming bepaalt. Aan dat fundamentele beeld is niet zoveel veranderd, maar…

    Met het nieuwste onderzoek van o.a. Chen & Tung is nu nóg duidelijker dat ALLE compartimenten van het klimaatsysteem (ook de oceaan) zeer sterk aan energie winnen ook sinds 1999. Echter, de zonnesterkte en ook de magnetische activiteit *dalen* nu juist al meerdere zonnecycli. Ergo: er is geen sprake van dat de huidige opwarming door de zon veroorzaakt is en over de afgelopen twee decennia heeft de zon eerder een (licht) afkoelende bijdrage.

  46. Hans Custers

    @Boels,

    Nee, dat is op basis van de energiebalans (of: stralingsbalans).

  47. Hans Custers

    Goff,

    Wat betreft je openstaande vraag: het lijkt me niet goed te doen om daar in algemene zin iets over te zeggen. Gecombineerde effecten van opwarming van de oceaan en verzuring kunnen op verschillende locaties sterk verschillen en zullen dus op lokaal niveau bekeken moeten worden.

  48. Via Albert Jacobs meldt zich een heuse vertegenwoordiger van de internationale twijfelindustrie op dit blog. Jacobs is een van de oprichters van de desinformatiegroep Friends of Science, en is een van de vele oud-betrokkenen bij de olie-industrie die niet kan of wil geloven dat het verstoken van brandstoffen klimaatverandering veroorzaakt. En met zijn collega misinformanten van Friends of Science zoals Tim Ball desnoods de meest basale kennis ontkent of vervormt om toch maar vooral de realiteit niet te hoeven accepteren. Friends of Science (wat een gotspe, die naam) en Ball kwam ik bij mijn speurwerk voor De Twijfelbrigade tegen, Jacobs nog niet, maar hij is wellicht in een tweede druk mee te nemen.

    Interessant dat hij hier zich meldt. Dan kunnen we de werkwijze van een lobbygroep-in-expertvermomming hier real-time zien.

    Zoals ook zijn collega’s van Friends of Science brengt Jacobs hier liederlijke onzin:

    – IPCC zou miljoenen uitgeven aan onderzoek. Onjuist, Ben Lankamp wees er hierboven al op.
    – Het IPCC zou niet naar de zon kijken. Onjuist. Bijvoorbeeld: IPCC AR5 hoofdstuk 8.4, Natural Radiative Forcing Changes: Solar and Volcanic. Idem alle eerdere IPCC-rapporten. Bob Brand wees hierboven al op de aandacht voor de zon.
    – Klimaatwetenschappers veelal atmosferische fysici en meteorologen zijn, meer gespitst op “weer” dan op “klimaat”. Onjuist, aan IPCC wg I werken tal van (bèta) disciplines mee. Waaronder ook tal van geologen. Zie bijvoorbeeld het statement van de Britse Geological Society dat opent met: “Since our original 2010 statement, new climate data from the geological record have arisen which strengthen the statement’s original conclusion that CO2 is a major modifier of the climate system, and that human activities are responsible for recent warming”.
    Een ongemakkelijke geologische waarheid zullen we maar zeggen.
    – Het artikel van Arrhenius uit 1896, zou de (let wel: dé) wetenschappelijke basis zijn voor alle “scenariomodellen” (whatever that may be). Onjuist, de klimaatwetenschap baseert zich op meerdere bewijslijnen. Een deel daarvan betreft algemeen aanvaarde 19e-eeuwse natuurkunde, zie de geschiedenis van de klimaatkennis.

    En zo zouden we nog wel even kunnen doorgaan.

    Maar interessanter is nog dat deze desinformant van mij verlangt dat ik mijn excuses zou aanbieden omdat ik sceptici met hun zombie-argumenten vergelijk met een Braziliaanse secte die Vargas Llosa beschrijft. Zoals ik in De Twijfelbrigade al schreef: de sceptici zijn erin geslaagd de wereld op zijn kop te zetten. Jacobs onderstreept op duidelijke wijze mijn punt.

  49. Shoot the messenger!
    Het is betreurenswaardig dat Van Soest zijn toevlucht in een ad hominem repliek moet zoeken, maar verbazingwekkend is het niet. Hij is immers geen wetenschapper en is niet gewend dat debat en onderzoek het bloed zijn van wetenschappelijke discussie. Dat blijkt al uit de gepolariseerde titel van zijn boek (dat ik niet heb gelezen): twijfelen is in het bloed van elke wetenschapper.

    Het getuigt ook niet van goed oordeel dat hij voor zijn bron een van de bottom dredgers van de Canadese blogosphere gebruikt. De andere werkt voor de Suzuki foundation. Serieuze science blogs halen deze lieden niet aan.

    Zoals vele Nederlandse geologen heb ik inderdaad mijn “werkende” levensperiode ln de olie industrie doorgebracht. Dat is nu 28 jaar geleden. Ik heb geen liefde voor de industrie en ik heb geen contact meer met mensen in de industrie.

    De non-profit Friends of Science Society was opgericht in 2002 door gepensioneerde geologen, geofysici en ingenieurs omdat Canada op het punt stond om “Kyoto” te tekenen, zonder hoegenaamd enig onderzoek. Ons doel was puur wetenschappelijk. Maar CAGW was niet alleen maar wetenschappelijk; het was politiek. Zo werden we een “science advocacy group”. Een lobby groep zijn we nooit geweest en ik zit al vijf jaar niet meer in het bestuur.

    Maar de “Basic Science” is er nog steeds. Ik ben verweten dat ik geen bronnen noemde in mijn post. Blogs, laat staan Facebook en Twitter, lenen zich niet goed tot uitvoerige argumentatie. Wie wil weten wat wij denken, zonder door de roze bril van Van Soest te hoeven kijken, moet eens wat tijd wijden aan onze Science Essay, een compendium dat hyperlink bron materiaal bevat voor elk argument. [http://www.friendsofscience.org/index.php?id=681]

    Wat betreft Arrhenius, ik sprak van zijn 1906 artikel, niet zijn originele 1896 stuk. Het is niet gemakkelijk te vinden. Ik heb voorgesteld we het origineel en een Engelse vertaling op onze website zetten.

    Het IPCC heeft wat aandacht aan de zon gegeven, maar het was te oppervlakkig om het serieus te noemen. Ik heb geen tijd momenteel om daarover in discussie te treden, maar verwijs naar onderzoekers zoals Charvatova, Abdussamatov, Archibald, Scafetta, Tattersall, Shaviv, Jelbring, Solheim, Veizer, Duhau, Abreu, Niroma, Mackey, Morner, Wilson, deJager e.a.
    PRP-Special Issue is een goed beginpunt.
    Dit is typisch een “work-in-progress” waaraan veel meer geld en aandacht behoort te worden besteed.

    Arthur Rörsch heeft geschreven over “post-normal science”, waarin o.a. regeringen (OK, niet de IPCC direct) de voornaamste geldschieters zijn geworden voor wetenschappelijk onderzoek. Aangezien zij gebonden zijn aan de IPCC, een politieke organisatie, dreigt “Science” een made-to-measure onderneming te worden.
    Dit valt samen met de veronderstelde noodzaak om de vergankelijke publieke gevoelens zeggenschap te geven in wetenschappelijk onderzoek.

    Als dit Van Soest op een science blog binnenbrengt, hoop ik dat men zich nog eens zal bezinnen.

    (Met mijn verontschuldiging voor roestig Nederlands na 60 jaar in Canada

    Basta.

  50. Neen, heer Albert Jacobs – een analyse van de achtergronden van een desinformatie-organisatie als Friends of Science is géén ad hominem, maar gewoon een analyse van de achtergronden van een desinformatie-organisatie.

    Een ad hominem zou zijn: uw argumenten deugen niet want u bent betrokken bij een lobbyclub.
    Maar ik laat zien dat uw argumenten niet kloppen én dat me dat niet verrast, u bent immers betrokken bij een lobbyclub. Of spreekt u liever over een ideologische denktank? Mij ook best. Komt op het zelfde neer: verspreiden van nonsens die eruit ziet als wetenschap.

    Dat geldt ook weer voor de nieuwe link http://www.friendsofscience.org/index.php?id=681

    Daar valt onder meer te lezen:

    “The United Nations Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is a political organization”.
    Onjuist, de (onbezoldigde) wetenschappers die voor het IPCC een assessment maken doen dat volgens de wetenschappelijke principes.

    “much of the absorption spectrum is near or fully saturated”
    Onjuist. Gelukkig zijn er tal van hardwerkende lieden die de meest herhaalde mythes met engelengeduld weerleggen. Zoals hier: http://www.skepticalscience.com/saturated-co2-effect.htm

    “The climate system is dominated by strong negative feedbacks from clouds and water vapour which offsets the warming effects of CO2 emissions”
    Onjuist, waterdamp versterkt de initiële opwarming.

    En zo voorts en zo verder.

    Dat uw Nederlands na 60 jaar Canada wat roestig is, is niet erg.
    Dat de ideeën van Friends of Science wat roestig zijn, is jammer.
    Dat organisaties als Friends of Science met die roestige ideeën het publieke en politieke debat instappen alsof deze de ware wetenschap zijn is godgeklaagd.

  51. Albert Jacobs,
    ik citeer in extenso de eerste alinea van je reactie op de blogstuk-schrijver:

    “Het is betreurenswaardig dat Van Soest zijn toevlucht in een ad hominem repliek moet zoeken, maar verbazingwekkend is het niet. Hij is immers geen wetenschapper en is niet gewend dat debat en onderzoek het bloed zijn van wetenschappelijke discussie. Dat blijkt al uit de gepolariseerde titel van zijn boek (dat ik niet heb gelezen): twijfelen is in het bloed van elke wetenschapper.”

    Daar staan minstens 4 drogredeneringen in. Hetgeen een wel erg sterke aanwijzing is voor stemmingmakerij. Stemmingmakerij is de kloppende onderbuik van elke ‘science advocacy group’. Albert Jacobs, wil je dat ik de fallacies voor je uitspel?
    En dan zwijg ik maar over de rest van de tekst, Van Soest heeft er al e.e.a. over opgehelderd.
    Beste Jacobs, antwoord nou eens duidelijk: welk argument heb je tegen de AGW-theorie dat niet al door de experts (Royal Society, N.A.S., etc.) uittentreure tegen het licht is gehouden en meegewogen in hun bevinding dat het opwarmt en dat CO2 daarin een forcerende factor is en dat homo sapiens in CO2-productie een cruciale actor is. Welk argument?

    Dat zijn dus 2 vragen die ik je voorleg: a) wil je de fallacies in je eerste alinea onder ogen zien, en b) welk is je argument contra AGW dat niet al heel lang bekend & weerlegd is.

  52. http://klimaathype.wordpress.com/2014/08/31/een-handreiking-aan-jp-van-soest/

    Beste JP van Soest,

    Afgelopen april kondigde je aan dat je een dialoog wilde tussen protagonisten en antagonisten van het global warming probleem (om de neutrale termen van Arthur Rörsch te gebruiken)

    Eerst schreef je twee gastbijdragen op “de dagelijkse standaard”, een blog dat vijandig staat ten opzichte van protagonisten. Vervolgens schreef je een gastbijdrage op “klimaatverandering” een blog dat vijandig staat naar antagonisten, waarbij je zelf ook niet-neutrale formuleringen gebruikt. Ik constateer dat je op de verkeerde weg zit en je doel (een dialoog) volledig kwijt bent.

    Laat ik daarom het volgende voorstellen, kies een neutraler platform, bijvoorbeeld je eigen blog of “climate dialogue” van Marcel Crok. Kies vervolgens één (1) tegenstander waarmee je de dialoog aangaat: Dus jij schrijft een artikel met stellingen. En daarna antwoordt de tegenstander jouw stellingen, waarop jij dan weer een antwoord componeert. Commentaren in de zijlijn mogen ook maar dat mogen die commentatoren onderling uitvechten. Jouw dialoog gaat tussen jou en jezelf gekozen opponent.

    Daarbij zou ik je dringend willen verzoeken kernachtige stellingen te formuleren die op het gebied liggen van je eigen expertise: transitiemanagement.

    Een voorschot over welke richting je zou moeten in slaan m.b.t. onderwerpen:

    De premisse is dat het klimaatprobleem een fundamenteel “wicked issue” is (Judith Curry): de armen van nu zijn de hoofdveroorzakers van straks.
    * Wat zijn de verwachte opbrengsten/kosten, wanneer vindt het kantelpunt plaats;
    * Wat zijn de beste no-regret maatregelen (geen economisch bankroet en flexibel voor als de koude uitbreekt);
    * Wie betaalt wat en wanneer.

    Maar eerst: kies je opponent en een neutraal platform, want zo komen we geen steek verder met de dialoog.

  53. Enige opmerkingen.
    (Ik beschik over WG1AR5_ALL_FINAL.pdf)
    Fig.6 vind ik terug op p147 als figure 1.4, is echter gebaseerd op AR4.
    Op p80 tref ik TFE.3, Figure 1 aan.
    “Middle left” lijkt op Fig.6 en “middle right” is de AR5 versie.
    Beide figuren duiden op een hiatus, die is dus reëel.

    Maar die ruis wordt in de modellen als toeval gemodelleerd. In het echt gaat het ook om toeval: we weten dát er een paar Niña’s komen, maar niet wanneer. Pas achteraf valt te constateren wanneer en hoeveel Niña’s, Niño’s en vulkaanuitbarstingen er waren. Het juist voorspellen van toevalstreffers berust louter op toeval.

    Het gaat mij te ver om onbekendheid met het optreden van andere natuurlijke fenomenen toeval te noemen.
    Ik kan mij niet voorstellen dat klimaatwetenschappers andere wetenschappelijke disciplines niet serieus nemen.

  54. @Jan Paul van Soest:
    Het IPCC is adminstratief een politieke organisatie omdat het onder de vleugels van de VN opereert en de nationale regeringen betrokken zijn bij de benoemingen/voordrachten.
    Het werk van WG1 zou daarom moeten vallen onder de hoede van het IAC (Inter Academic Counsel, de overkoepelende organisaties van de nationale academies).
    Kulverhalen hebben een relatieve korte levensduur in de exact wetenschappelijke wereld, er is een (soms op den duur) zeer effectief proces van zelfreiniging.
    De bevindingen van de “IAC-WG1”, zonder SPM, zijn dan zoals ze zijn.
    Wat er verder mee gebeurt is dan geen zaak meer van de wetenschap.

  55. Hans Custers

    Boels,

    Figuur 1.4 in AR5 vergelijkt de projecties van modellen uit eerdere rapporten met waarnemingen. De afbeelding is dus deels gebaseerd op voorgaande rapporten, maar bevat ook nieuwe informatie.

    El Niño’s en La Niña’s zijn zogenaamde stochastische verschijnselen.Dat houdt in dat ze niet lang van te voren te voorspellen zijn. Die onvoorspelbaarheid heeft niets te maken met “onbekendheid met het optreden van andere natuurlijke fenomenen” of “andere wetenschappelijke disciplines niet serieus nemen”.

    Hans Erren,

    Je slaagt er weer eens met glans in om in een lange reactie helemaal niets te zeggen over het onderwerp van deze blogpost.

  56. Beste Boels,

    Het klimaatpanel is géén ‘politieke organisatie’. Het is een agentschap van UNEP en de World Meteorological Organization — net zoals in Nederland het KNMI een agentschap is, of de Met Office in Engeland.

    De klimaatonderzoekers die, in telkens wisselende bezetting, voor iedere ronde van de Assessment Reports worden aangetrokken zijn onafhankelijk, onbezoldigd, niet in dienst van het IPCC en hebben het laatste woord over de inhoud van de hoofdstukken, de Technical Summary én de SPM.

    Lees de Principles Governing IPCC Work:

    2. The role of the IPCC is to assess on a comprehensive, objective, open and transparent basis the scientific, technical and socio-economic information relevant to understanding the scientific basis of risk of human-induced climate change, its potential impacts and options for adaptation and mitigation. IPCC reports should be neutral with respect to policy, although they may need to deal objectively with scientific, technical and socio-economic factors relevant to the application of particular policies.

    Het intergouvernementele karakter van het klimaatpanel bestaat er uit dat alle 192 landen kritiek uit kunnen oefenen, in meerdere rondes kunnen reviewen (net zoals > 800 externe Expert Reviewers), en kunnen bewaken dat er géén ‘policy presciptive’ uitspraken in de rapporten komen.

    De politieke beslissingen zijn immers aan de regeringen.

  57. @Bob Brand:

    UNEP, established in 1972, is the voice for the environment within the United Nations system.
    The World Meteorological Organization (WMO) is a specialized agency of the United Nations.

    Ik kan er niets anders van maken: administratief een politieke organisatie.
    Ik spits het juist toe op het werk van WG1 omdat elke schijn van politieke invloed vermeden moet worden.

  58. Beste Boels,

    Nee, de World Meteorological Organization en UNEP zijn geen ‘politieke organisaties’ maar zelfstandige agentschappen. Het klimaatpanel is nog eens extra onafhankelijk doordat géén van de wetenschappers bij het IPCC in dienst is — en zij hebben het alleenrecht op de inhoud.

    Zie de Principles Governing IPCC Work.

    Alle regeringen mogen reviewen in meerdere rondes, net zoals ruim 800 externe Expert Reviewers waaronder vele ‘klimaatsceptici’. Alle vragen en commentaren worden openbaar gemaakt evenals de antwoorden.

    Dat de regeringen van Rusland, Australië, Saoedi-Arabië, OPEC landen, de VS en Canada, exporteurs van fossiele brandstoffen, reviewen en overtuigd moeten zijn van de juistheid — vóórdat zij voor akkoord tekenen, is juist een extra waarborg.

    Lees: De ‘I’ van IPCC

    PS: Het bovenstaande heeft weer ’s niets te maken met bovenstaand blogstuk. Hier verder: Open Discussie.

  59. @Bob Brand:
    Akkoord, strikt genomen is het off-topic, wel veroorzaakt door de emotionele off-topic reactie van Van Soest op de bijdrage van Jacobs.

  60. Beste Hans Erren,

    Dank voor je reactie waarin je je zorgen maakt over de klimaatdialoog (https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/08/27/de-strijd-om-het-einde-van-de-opwarming/#comment-9752) . Ik reageer op dit punt verder bij de open discussie.

  61. Beste Boels,

    Wel veroorzaakt door de off-topic kletskoek over het klimaatpanel die hierboven eerst gespuid werd door Albert Jacobs — dat bedoel je. Het onderwerp van bovenstaand artikel is de ‘opwarmingspauze’ en het recente onderzoek ernaar.

  62. Uiteraard is het interessant en nodig om het klimaat te begrijpen. Er moet dus voortvarend worden gewerkt aan verbetering van de modellen, liefst één model. Daarnaast echter moet de realiteit niet uit het oog worden verloren. Maatregelen voor CO2 reductie leveren geen meetbar resultaat op. Waarom dan die kosten maken?
    Benamingen als “opwarmingspauze” zijn als suggestieve kletspraat te bestempelen.
    Het beste beleid is 20 jaar pas op de plaatsmaken, veel onderzoek doen en vooral geen geld uitgeven aan volkstuintjestechnologie.
    Duurzaamheid is aanpassing. In ons geval is dat technologische innovatie. Honderd jaar geleden was er nog geen elektriciteit. Er is nog zeker voor een eeuw fossiele brandstof. De stand van de techniek in het jaar 2100 is ongewis. Tijd dus voor research.

  63. Hans Custers

    Ik begrijp er niks meer van. Welke discussie je ook voert over een klimaatgerelateerd onderwerp, de zogenaamde ‘sceptici’ en tegenstanders van beleid beginnen altijd en overal over de ‘pauze’. En nu hebben we hier een blogpost die enkel en alleen over die ‘pauze’ gaat en dan gaan de reacties juist weer over alles behalve die pauze.

    Anders gezegd: David, je reactie is off-topic.

  64. Off-topic? Mij dunkt van niet.
    1. ik ben geen scepticus maar realist.
    2. ik neem geen opwarming waar (al jaren) en kan mij om een paar tiende graden al helemaal niet druk maken
    3. ik bepleit research in plaats van smijten met miljardensubsidies

  65. @David,

    Een (1) model: er is competie en afstemming tussen modellen. Zie CIMP5.
    Zie het als een Formule 1 race. Het beste is niet goed genoeg. Er is transparantie naar het publiek: de race en commentaren. En alle mensen met een rijbewijs hebben ook verstand van racen!? Hun mening doet er evenwel niets toe.

    Wat innovatie betreft krijg ik de indruk dat je vindt dat we nog moeten beginnen. Man kijk eens om je heen wat er al loopt qua innovatie en vooral in welke fase de innovatie zit. Aanbevolen: De innovatiemotor van Hekkert & Ossebaard.

    Dat er haast gemaakt moet worden dat ben ik wel met je eens.

  66. Hans Custers

    David,

    I rest my case.

    Een volgende reactie van je die niet over de wetenschappelijke argumenten gaat die Jan Paul van Soest in zijn stuk aanvoert zal ik verwijderen.

  67. Beste David,

    Denk eens na over wat ‘off topic’ betekent. Het heeft er in ieder geval niets mee te maken of jij, volgens jouw eigen opinie: “geen scepticus maar realist” bent.

    Het bovenstaande blogstuk gaat er evenmin over of jij al jaren (tsjonge) “opwarming waarneemt” of over subsidies, waarbij je vergeet dat ook “research” veel geld kost en er geen enkele garantie bestaat op resultaten. Over windenergie en kernenergie:

    Windenergie zorgt wel degelijk voor vermindering CO2 uitstoot

    Daar dus, hier is het off-topic.

  68. @Pieter
    dank voor uw reactie. Ik heb inmiddels een deel van een lezing van de heer Hekkert beluisterd.
    Interessant, zeer mee oneens. Alhier geen verder commentaar, want off-topic.

  69. @Bob Brand
    Met onze inspanningen …

    [Beste David, we hebben heel helder zowel een Open Discussie als Windenergie draadje aangegeven. Daar kan je over andere zaken reageren dan bovenstaand blogstuk. — BB]

  70. Pingback: Een handreiking aan JP van Soest | Klimaathype

  71. De term pauze is eigenlijk niet juist. Volgens Met Office is de globale temperatuur over de laatste 15 jaar tot en met 2012 met 0,06 C gestegen, terwijl de klimaatmodellen een stijging van 0,3 C voorspelden. Bron: Niet bij Met Office opgezocht, gelezen op de Australische blog Sceptical Science van 23-8-2014.
    De klimaatmodellen zaten er dus ver naast. Ook de auteurs van IPCC AR5 vonden de klimaatmodellen voor de korte termijn (2016-2035) onbetrouwbaar. De klimaatmodellen voorspelden voor die periode een temperatuurstijging van 0,48 C tot 1,15C. AR5 volgt dat niet, de auteurs geloofden er niet in en verlaagden het tot 0,30 C tot 0,70 C. Bron: Hoorzitting van 28-1-2014 van de Energy and Climate Change Committee van het Britse Lagerhuis, de vragen Q11 t/m Q14. Door mij toegelicht onder #93 van de NRC klimaatblog van 22-8-2014 : Pauze? Welke Pauze?

    In de samenvatting aan het einde van zijn blog stelt de auteur: “Dat modellen de ‘opwarmingspauze’ niet zouden hebben voorspeld, klopt niet.”
    Wat de auteur daar beweert, is derhalve in strijd met de feiten.
    Ook een andere bewering in de samenvatting is onjuist. Hij stelt, dat de trend zich in de afgelopen 15 jaar heeft doorgezet. In strijd met de feiten. Omstreeks 2000 -het exacte jaar doet er niet – is er een trendbreuk. Iedere statisticus, aan wie de cijferreeks van de laatste 30 jaar wordt voorgelegd, zal dat beamen.

    Ik heb nog heel veel meer kritiek op dit blog, ik vind het zo wel genoeg.

  72. Beste Rinus van Wallenburg,

    Volgens Met Office is de globale temperatuur over de laatste 15 jaar tot en met 2012 met 0,06 C gestegen

    T/m heden bedraagt de lineaire trend in HadCRUT4 (Met Office) over de laatste 15 jaar: +0,07 °C per decade.

    Dat is over de laatste 180 maanden, en dus 1,5 * 0,07 °C = +0,10 °C over de laatste 15 jaar. Klik op het onderstaande actuele grafiekje, klik vervolgens op ‘Raw data’ en onderaan staat de lineaire trend:

    Dat is inderdaad niet ‘gestopt’, het is wel een ’slowdown’ over de laatste 15 jaar. Over de semantische betekenis van het woordje ‘pauze’ kan je een hele boom op gaan zetten maar volgens mij kan het ook een langzamere stijging betekenen, een ‘slowdown’. Bij je commentaar valt verder meteen al op te merken:

    1) het eindjaar 2012 was een La Niña jaar en dus beduidend kouder dan normaal;

    2) een 15-jarige trend die eind 2012 eindigt… begint exact in januari 1998. En dat beginjaar is de warmste El Niño ooit waargenomen.

    Dus zowel het beginpunt wordt in dat geval omhoog gekrikt als het eindpunt omlaag, het is geen wonder dat de actuele 15-jaars trend alweer hoger uitpakt. Verder:

    3) de statistische onzekerheid in een dergelijke korte 15-jaars trend is groot. Volgens SkS zou het +/- 0,128 °C per decade zijn (2 sigma) dus groter dan de trend;

    4) HadCRUT4 heeft zo zijn beperkingen: de poolgebieden (die juist het snelst opwarmen) worden niet meegenomen, lees puzzelstuk 6 in het bovenstaande blogstuk. Als je de poolgebieden ook mee wil nemen dien je bij Cowtan & Way te zijn i.p.v. bij de Met Office.

  73. De snelheid van opwarmen is afgenomen, op de een of andere manier (warmteinhoud oceanen, zon of beide?) is de energie die “deze” opwarming veroorzaakt afgenomen.
    Een grafiek van delta_T/delta_t laat dat duidelijk zien (eerste afgeleide), de tweede afgeleide laat de versnelling zien (open/dicht draaien van de “gashendel”), de derde afgeleide (bij beweging de impuls) laat het aan/uitzetten van de “naverbrander” zien.
    Overigens slecht te zien als temperaturen per maand of langer worden gemiddeld; uurgemiddelde tijdreeksen leveren “mooie” krommen op.

  74. Beste Rinus van Wallenburg,

    Tot zover duidelijk? Ik hoor graag of de bovenstaande reactie duidelijk is voordat ik tijd ga besteden aan je andere punten.🙂

  75. @Rinus van Wallenburg

    “Wat de auteur daar beweert, is derhalve in strijd met de feiten.”
    Nee, je mist m.i. het punt. De modellen hebben de juiste timing van ENSO er niet in zitten, die genereren El Nino’s en La Nina’s als het ware at random. Normaliter wordt dan ook nog eens het gemiddelde weergegeven van diverse modellen en modelruns, waardoor de natuurlijke variatie helemaal verdwijnt.
    Dwing je de modellen tot de actuele ENSO timing en neem je dan ook nog eens de actuele forceringen mee, krijg je een beeld zoals in figuur 7. Zie bijvoorbeeld ook:
    http://www.skepticalscience.com/unpacking-unpaused-global-warming-models-right.html

    “Hij stelt, dat de trend zich in de afgelopen 15 jaar heeft doorgezet. In strijd met de feiten.”
    In de tekst staat duidelijk het volgende:
    “Niettemin waren 2005 en 2010 warmere jaren, maar de trend is tamelijk vlak. De trendlijn stijgt duidelijk minder dan de trendlijn 1975-1998.”.
    Uit figuur 2 blijkt tevens dat de data van het afgelopen decennium rond de lange termijn trend vanaf 1970 liggen. Zie ook onderstaande figuur:

  76. @Boels

    “De snelheid van opwarmen is afgenomen, op de een of andere manier (warmteinhoud oceanen, zon of beide?) is de energie die “deze” opwarming veroorzaakt afgenomen.”
    De extra energie als gevolg van het versterkte broeikaseffect is niet afgenomen. Zoals Jan Paul stelt is de opname van energie door de oceanen is gewoon doorgegaan, zie de links onder puzzelstuk 2 of deze figuur:
    http://www.nodc.noaa.gov/OC5/3M_HEAT_CONTENT/heat_content2000m.png

  77. @Jos Hagelaars:
    Met “deze” opwarming bedoelde ik die uit de figuur die Bob Brand ( | september 2, 2014 om 12:47 | ) toonde.
    Die betreft (voor zover ik kan nagaan) de oppervlaktetemperatuur.
    Daarvan is de snelheid van opwarmen afgenomen.
    Een verklaring als zou dat (mede) komen omdat de polaire temperaturen niet of onjuist zijn meegenomen bij de berekening van de oppervlaktetemperatuur is vooralsnog niet aangetoond (1 publicatie?).
    Bovendien mag ook getwijfeld worden aan de wel meegenomen polaire metingen (lage zonnestand heeft invloed op metingen met standaard schotelhut).

    Verder denk ik dat het (ver)mengen van waarnemingen en modeluitkomsten niet acceptabel is.

  78. Hans Custers

    @ Rinus van Wallenburg,

    Ik zie je in verschillende reacties op verschillende blogs van alles claimen over wie wat waar gezegd of geschreven zou hebben. Maar er is geen chocola van te maken omdat je een potje maakt van de bronverwijzingen. Over welke documenten heb je het precies, en welke hoofdstukken of paginanummers.

    In wat citaten die je aanhaalt op het NRC blog zie ik alleen wat wetenschappers hetzelfde zeggen als Jan Paul van Soest in die zin waar jij zo over valt. Maar dan wel de hele zin, niet alleen het eerste stukje:

    Dat modellen de ‘opwarmingspauze’ niet zouden hebben ‘voorspeld’ klopt niet: modellen simuleren ook natuurlijke variaties, maar kunnen uiteraard de timing van toevalsfactoren in opwarming of afkoeling niet voorspellen.

    @ Boels,

    lage zonnestand heeft invloed op metingen met standaard schotelhut

    Afgezien van het feit dat ik zou denken dat degenen die dergelijke metingen doen daar wel van op de hoogte zijn: heb je reden om aan te nemen dat dit invloed heeft op de trend?

    Verder denk ik dat het (ver)mengen van waarnemingen en modeluitkomsten niet acceptabel is.

    ????

  79. Beste Boels,

    De mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur is over de laatste 15 jaar langzamer gestegen (zelfs in Cowtan & Way), hoewel alweer sneller dan over 1998 – 2012.

    Echter, dat is niet de *opwarming*. De opwarming meet je in Joules i.p.v. graden Celsius en betreft de warmte-inhoud van alle compartimenten van het klimaatsysteem samen. Ruim 93% van de extra warmte gaat altijd al de oceaan in, zie hier de nieuwste cijfers van de Ocean Heat Content:

    Waar de ‘interne variabiliteit’ van het klimaatsysteem voornamelijk uit bestaat zijn kleine schommelingen in deze verdeling:

    93,4% oceaan, 2,3% atmosfeer, …

    op de tijdschaal van 10 á 30 jaar. Zoals je in het OHC grafiekje ziet schommelt de toename van de warmte-inhoud van het klimaatsysteem veel minder van jaar-tot-jaar maar is groter dan in de jaren ’80 en ’90.

  80. Verwarring, in ieder geval bij mij.

    Hebben we het nu waarnemingen of modeluitkomsten?
    En als het waarnemingen zijn van de land- en zeeoppervlakte temperatuur over een bepaalde periodelengte, zijn de waarden van de OHC dan gemeten waarden over dezelfde periode of modeluitkomsten?

  81. Hans Custers schreef:
    (n.a.v. lage polaire zonnestand en standaard schotelhut)

    .. heb je reden om aan te nemen dat dit invloed heeft op de trend?

    Dat hangt sterk af van de gebruikte periodelengte; een dertigjarige periode lijkt mij onmogelijk te hanteren i.v.m. ontbrekende waarnemingen.
    In ieder geval zou je die metingen met de standaard schotelhut moeten schrappen, of voor een tijd simultane metingen moeten uitvoeren om het onderlinge verband te bepalen.

  82. @Boels

    Je refereerde dus aan de WoodForTrees grafiek, dat is wat anders dan de warmte-inhoud van oceanen e.d.. HadCRUT4 zijn dus waarnemingen en zoals Bob al schreef en je ook in het blogstuk kunt lezen, daarin zit niet het poolgebied.

    Zowel HadCRUT4 als de OHC van NOAA zijn gebaseerd op waarnemingen. Logischerwijs zitten daarin correcties e.d. zoals bijv. voor inhomogeniteiten in temperatuurdatasets of de verschillende meetsystemen voor de warmte-inhoud van de oceanen.
    Waarom dat niet gebruikt kan worden voor een dertigjarige periode ontgaat mij, er zijn heel veel slimme methoden om uit inhomogene datasets toch een getal voor de mondiale temperatuuranomalie te bepalen. BEST van ‘klimaatscepticus’ Muller doet dat bijvoorbeeld heel anders dan NOAA/NCDC of NASA GISS, toch zijn de resultaten vrijwel hetzelfde. De datasets voor de gehele lagere troposfeer van UAH of RSS moeten ook allerlei gegevens van diverse satellieten aan elkaar knopen, corrigeren voor van alles en nog wat, maar daar hoor je nooit iemand over klagen uit de ‘klimaatsceptische’ hoek. Vooral RSS lijkt de laatste jaren zelfs erg geliefd te zijn.

  83. @Jos Hagelaars:
    Ik kan de gedachtensprong niet volgen dat als er een vertraging te constateren is in een dataset van zee- en landtemperaturen dat het eigenlijk niet waar is omdat de warmteinhoud van de oceanen is toegenomen.
    Dat laatste is sinds (pakweg) 10 jaar een beetje mogelijk (Argo).
    Voor die tijd is het gissen.
    Het zou dus best kunnen dat er eerder een onopgemerkte toename van de warmte-inhoud heeft plaatsgevonden die in een later stadium (rond 1978?) in de atmosfeer is terecht gekomen (zoals voorspeld voor de huidige toename van de warmte-inhoud van de oceanen).
    Krijg je toch een ander plaatje.

  84. Hans Custers

    Boels,

    Je slotzin wijst op een misverstand. Het staat als een paal boven water dat (relatief kleine) wisselingen in warmte-uitwisseling tussen de oceaan en de atmosfeer in grote mate bepalend zijn bij de interne variabiliteit van het klimaat. Dat is dus geen “ander plaatje”, maar juist de kern van de zaak.

  85. @Boels

    Dat de snelheid van opwarming de laatste 15 jaar lager is dan over de gehele laatste 30 jaar is evident. Ik zeg nergens dat dat niet waar is. Duidelijk is echter dat de warmte-inhoud van de gehele aarde is toegenomen. Er is alleen een beetje minder van die extra energie naar de atmosfeer gegaan de laatste 15 jaar.
    Zoals je al aan die NOAA OHC grafiek hierboven kunt zien, is de warmte-inhoud van de oceanen na 1978 toegenomen. Onderstaand plaatje van het IPCC (Box 3.1, Fig. 1) laat zien dat de energie-inhoud van alle compartimenten van de aarde over die langere periode is toegenomen. De toename van de temperatuur van de atmosfeer kan dan dus niet veroorzaakt zijn door een afname van de energie elders in het klimaatsysteem. Voor een korte periode geldt dat wel, zie de bijv. dip bij de oceanen bij 1998.

  86. Beste Boels,

    Verwarring, in ieder geval bij mij.

    Zoals Jos al zegt is het eerstgenoemde grafiekje de mondiaal gemiddelde *oppervlaktetemperatuur* volgens HadCRUT4, dus 29% land en 71% oceaanoppervlak. Het tweede grafiekje is de warmte-inhoud van de oceanen (dus in Joules).

    Het zijn allebei waarnemingen, dus gemeten waarden.

    .. er een vertraging te constateren is in een dataset van zee- en landtemperaturen ..

    Oppervlaktetemperaturen, Boels. Ook van de oceaan.

    .. dat het eigenlijk niet waar is ..

    Niemand zegt dat het niet waar is. Echter, de OPWARMING blijkt uit het aantal Joules dat extra in het klimaatsysteem is beland, dus uit het tweede grafiekje (strikt genomen met de 2,3% atmosfeer en 2,1% cryosfeer erbij opgeteld zoals Jos hier direct boven laat zien). Opwarming is dus gewoon doorgegaan.

  87. Okay, zee- en landtemperaturen moet zijn oppervlaktetemperaturen.

    De opwarming van de atmosfeer aan de oppervlakte uit zich in de oppervlakte temperatuur.
    De opwarming van het klimaatsysteem is berekend en is, omdat het niet in de atmosfeer is gaan zitten, opgenomen door de oceanen; dat is voor de laatse ~10 jaar bepaald door temperatuurmetingen (Argo).
    Probleem van de “missing heat” opgelost.

    Ik zie nog(?) niet in waarom dit proces al niet eerder is opgetreden en ook niet waarom hetzelfde proces niet zou kunnen voortduren.
    Aan de andere kant, is het mogelijk dat de opgehoopte energie uitgewisseld wordt tussen oceanen en atmosfeer en zorgt voor (extra) verhoging van de oppervlakte-temperatuur.
    Ook het tweede regiem zou al eerder plaatsgevonden kunnen hebben, temeer daar ik nergens ben tegengekomen dat de huidige situatie uniek zou moeten zijn.

  88. Beste Boels,

    De opwarming van het klimaatsysteem is berekend ..

    De mondiaal gemiddelde stijging van de oppervlaktetemperatuur is natuurlijk ook berekend (HadCRUT4) uit de metingen.

    .. voor de laatse ~10 jaar bepaald door temperatuurmetingen (Argo)

    Nee, al veel langer m.b.v. XBT’s, AXBT’s en CDT’s sinds 1958. De dekkingsgraad (sampling) was in het begin beperkt maar is geleidelijk aan toegenomen. Qua onzekerheden is daar ruimschoots rekening mee gehouden. De Argo’s maken het mogelijk om kosteneffectief meer ‘samples’ te nemen, wat de onzekerheid verkleint.

    .. omdat het niet in de atmosfeer is gaan zitten, opgenomen door de oceanen

    Nou ja, er is een *kleiner deel* in de atmosfeer gaan zitten en relatief wat meer in de oceanen.

    .. dit proces ..

    Welk proces? Wie zegt dat het niet eerder is opgetreden? Ik noemde al even dat de fluctuaties in de verdeling 93,4% / 2,3% de voornaamste oorzaak zijn van ‘internal variability’ van het klimaatsysteem. Op de langere termijn middelen de fluctuaties in die 93,4% / 2,3% verdeling uit – en over de langere termijn zie je dan de… lange-termijn temperatuurstijging van het oppervlak.

  89. @Bob Brand:
    Pré-Argo-metingen mag je niet serieus nemen (gezien de onzekerheid van max. +/-75 ZJ).
    Daar kom je in de techniek niet mee weg.

    Welk proces?

    Het proces dat zorgt dat de grafiek van de oppervlakte-temperatuur vlakker verloopt omdat een deel van de energie die anders voor een stijging van oppervlakte-temperatuur zou zorgen opgenomen wordt in de oceanen.

    Op de langere termijn middelen de fluctuaties in die 93,4% / 2,3% verdeling uit – en over de langere termijn zie je dan de… lange-termijn temperatuurstijging van het oppervlak.

    Ja, over dertig jaar weten we meer, maar zou werkt het niet😉
    Gaat de temperatuurstijging van de oceanen door en blijft het verloop van de oppervlakte-temperatuur min of meer vlak of vindt er een energietransport plaats van oceanen naar de atmosfeer die resulteert in een (extra) stijging van de oppervlakte-temperatuur?
    Dat laatste is plausibel en omdat het plausibel is zou het ook eerder gebeurd kunnen zijn, 1978 of daaromtrent😉

  90. Beste Boels,

    Pre-Argo metingen dien je wel degelijk serieus te nemen:

    After its recent correction (8–10), the largest remaining uncertainty, related to the infilling of the undersampled areas, especially in the Southern Ocean, was estimated to be less than 0.05 × 10^23 J since 1993 by Lyman and Johnson [11] for the global mean.

    Zie blz. 2 van Chen & Tung 2014.

    Dit is een onzekerheid van hoogstens ± 5 ZJ sinds 1993, niet 75 ZJ. De toename van de OHC sinds 1993 bedraagt ruim 180 ZJ en is daarmee minstens 36 x groter dan de onzekerheid.

    Ja, over dertig jaar weten we meer, maar zou werkt het niet ..

    Welnee, je kijkt gewoon over de afgelopen minstens 30 jaar. Dan zijn de fluctuaties uitgemiddeld — zo werkt het.

  91. @Boels

    In onderstaand image uit Levitus et al 2011 geven de rode strepen en de grijze band de 95% onzekerheid weer. Die metingen kun je dus gerust serieus nemen.

  92. @Bob Brand:

    In het eerdere plaatje van Jos Hagelaars (september 2, 2014 om 18:59) is de onzekerheid voor 1993 ruwweg +/-35 ZJ [(140 – 70)/2].
    Jij verwijst naar een waarde van +/-5 ZJ.

    Voortschrijdend inzicht is vanzelfsprekend toe te juichen, maar het bestaan van belegen en achterhaalde grafieken en publicaties en verwijzingen er naar maakt een discussie nogal moeilijk.
    Zo kan iedereen met voldoende achterhaalde bronnen op papier altijd z’n gelijk halen.
    Dat kan duiden op kersenplukken, iets wat opponenten vaak in de schoen wordt geschoven.

    Ik doe maar een wilde gok: 80% +/-10% van de klimaatgerelateerde publicaties kunnen in de versnipperaar.
    Niemand ga dat doen, dat begrijp ik ook wel; de weerstand is immens (lange tenen, grote ego’s, enz.).

    Het zou wel verhelderend werken.

  93. […een kleine zondvloed aan publicaties…]
    Gelovigen zien in alles om zich heen de hand van hun God. Vroeger vielen donder en bliksem daar ook onder. De opwarming tot 1998 kwam uit de oceanen, mag ik nu aannemen.

  94. @David:
    Ik sluit niets uit, maar het noemen van 1978 is een plagerijtje.

  95. @Boels

    De onzekerheid in het IPCC plaatje betreft het totaal, de som van oceanen, ijs, land, atmosfeer. Dat is vanzelfsprekend groter dan de onzekerheid in de OHC alleen. Zie het plaatje hierboven van NOAA voor de OHC tot 2000 meter. Je ziet dat de onzekerheid afneemt in ‘Argo tijdperk’. NOAA geeft bijv. een standaard afwijking van 2.48 ZJ voor het punt bij 2010 (95% is dan 5 ZJ) is dan en 5.49 ZJ voor het punt bij 1993 (dit betreft hun pentadal data).
    Die grafiek van NOAA en of het IPCC heeft niets te maken met ‘belegen’ en ‘achterhaald’, maar is de stand van zaken bij het verschijnen. Op de NOAA site kun je de laatste gegevens bekijken, met hun onzekerheden. De conclusie is overduidelijk: de stijging van de temperatuur van de atmosfeer na 1970 kan niet uit de oceanen zijn gekomen. Het is veroorzaakt door de toename van de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer oftewel de mens, waaronder jij en ik, hebben dat veroorzaakt.
    Je opmerking over de ‘versnipperaar’ is nonsens.

    Beste David, zie hierboven en alle teksten in het blogstuk. Je zin over de opwarming tot 1998 is gewoon onzin.

  96. Volgens vS zijn de meeste puzzelstukjes wel gelegd en is duidelijk wat er gebeurd is. Verwezen wordt na diverse onderzoekingen, de meeste gaan over de opslag van warmte in de oceanen. Dat zou dan vooral moeten zijn in de diepere lagen, want de bovenlaag zou al geruime tijd niet zijn opgewarmd.
    Een groot vraagteken mag worden gezet bij de mededeling, dat de meeste puzzelstukjes wel zijn gelegd. Er komen er nog voortdurend bij en het kan dan ook niet anders, dat de uitkomsten van de onderzoekingen niet allemaal op één lijn zitten en elkaar gedeeltelijk tegenspreken. Dat is ook van toepassing op in de blog vermelde publicaties. We hebben te maken met stukjes uit diverse legpuzzels, die niet passend zijn te maken. Als ze allemaal waar waren, zou het wel graden kouder moeten zijn geworden.

    In juli 2013 verscheen de Met Office publicatie The recent pause in warming.
    In paper 2 wordt over de bewering, dat de warmte is opgeslagen in de diepere lagen van de oceanen opgemerkt, dat er low confidence is. Dat wordt toegelicht met de mededeling: “the present ocean observing network does not sample the ocean below 2000 m adequately”.

    In de eindconclusie aan het slot van paper 2 wordt gesteld: Current observations are not detailed enough or of long enough duration to provide definitive answers on the causes of the recent pause, and therefore do not enable us to close the Earth’s energy budget . ”

    De visie van Met Office heeft een ander toongeluid dan het stuk van vS, die stelt, dat er over de vertraging in de opwarming nagenoeg volledige duidelijkheid bestaat.

    In feite is er nagenoeg niets duidelijk.
    1) Er is grote onduidelijkheid over de oorzaken. Dat wordt gemaskeerd doordat vermoedens als feiten worden gepresenteerd.
    2) Er is grote onzekerheid over de toekomstige duur van de huidige vertraging.
    3) Indien het waar is, dat warmte in de oceanen is opgeslagen, een als zodanig niet onaannemelijk vermoeden, bestaat er nagenoeg volledige onzekerheid ten aanzien van de vraag, voor welk deel het in de diepzee blijft en voor welk deel het weer teruggaat naar de atmosfeer.

    Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing, toen ik de opvatting van vS las. Ik wist me nog net vast te houden.
    Als ik verder door zou gaan over het stuk van vS, wordt het nog erger. Ik weet wegens tijdgebrek niet, of ik daaraan toekom.

  97. Beste Boels,

    Jos heeft het je al uitgelegd: de onzekerheden in de totale energiebalans van alle compartimenten samen — is de optelsom van de onzekerheden per compartiment. De grafiek staat in IPCC Box 3.1 op blz. 264 – 265 van hoofdstuk 3, ik raad je aan het te lezen:

    http://www.climatechange2013.org/images/report/WG1AR5_Chapter03_FINAL.pdf

    De bronnen staan er natuurlijk ook vermeld: Mears and Wentz 2009a, Beltrami 2002, Domingues et al 2008, Purkey and Johnson 2010, Levitus et al 2012. Zoals je ziet is de toename in de IPCC grafiek vele malen groter dan de onzekerheid.

    Chen & Tung 2014 maken gebruik van de nieuwste analyse en hun onzekerheid van +/- 5 ZJ sinds 1993 komt uit de volgende publicaties:

    J. M. Lyman, G. C. Johnson, J. Clim. 27, 1945–1957 (2014).
    J. M. Lyman et al., Nature 465, 334–337 (2010).
    M. Ishii, M. Kimoto, J. Oceanogr. 65, 287–299 (2009).
    J. M. Lyman, G. C. Johnson, J. Clim. 21, 5629–5641 (2008).

    De methodiek van Lyman en Johnson leidt tot iets kleinere onzekerheden dan die van Levitus et al. 2012, althans vanaf 1993.

  98. @Rinus van Wallenburg

    Allereerst: is het nog gelukt om de eerdere – volslagen onduidelijke – bronnen voor al je beweringen te achterhalen? Aan je laatste reactie te zien, is het je ook nog niet gelukt om op onze eerder gegeven antwoorden in te gaan.

    Dan je nieuwe reactie.

    “Verwezen wordt na diverse onderzoekingen, de meeste gaan over de opslag van warmte in de oceanen.”
    Wat ook genoemd wordt, zijn de grotere hoeveelheid stratosferische en troposferische areosolen en de lagere TSI. Zie bijv. de verwijzing naar Schmidt 2014:
    http://www.nature.com/ngeo/journal/v7/n3/full/ngeo2105.html

    “Als ze allemaal waar waren, zou het wel graden kouder moeten zijn geworden.”
    En waar is deze fraaie ontboezeming op gebaseerd?

    “Dat wordt toegelicht met de mededeling: “the present ocean observing network does not sample the ocean below 2000 m adequately”.”
    Het MET Office artikel is ten eerste alweer van 2013 en dit blogstuk vermeldt expliciet allerlei onderzoek na die periode. Zie de links onder puzzelstuk 2.
    Het blogstuk geeft tevens een verwijzing naar de NOAA data van de OHC tot 2000 meter. Het is overduidelijk dat de warmte-inhoud tot 2000 meter is toegenomen na 1998 en het is een open deur dat er veel meer onzekerheid is over de data beneden de 2000 meter.

    “Er is grote onduidelijkheid over de oorzaken. Dat wordt gemaskeerd doordat vermoedens als feiten worden gepresenteerd.”
    Er is sinds medio 2013 toch het een en ander aan onderzoek over de oorzaken van de ‘hiatus’ verschenen en we weten meer dan 1 jaar terug. En ja, we moeten zeker nog meer weten over de hele energie-huishouding, de alinea onder puzzelstuk 2 eindigt niet voor niets met: “Onderzoeken als deze moeten helpen de hele energie-boekhouding voor de oceanen sluitend te krijgen.”.
    En welke ‘vermoedens’ worden als feiten gepresenteerd?

    “Als ik verder door zou gaan over het stuk van vS, wordt het nog erger. Ik weet wegens tijdgebrek niet, of ik daaraan toekom.”
    Het is voor anderen handig als je referenties opgeeft en ook zou het prettig zijn dat je ingaat op de antwoorden en reacties van anderen op je teksten.

  99. Hans Custers

    Rinus van Wallenburg,

    Ik sluit me aan bij het verzoek van Jos: duidelijke verwijzingen naar bronnen s.v.p. De bedoeling van zo’n verwijzing is immers je lezers in staat te stellen de oorspronkelijke bron van een claim er op na te slaan. Het is nu niet altijd duidelijk op welke passages uit een rapport je precies doelt.

    Die duidelijkheid lijkt me vooral in je eigen belang. Anders zou immers die indruk kunnen ontstaan dat je je claims kritiekloos overneemt van die welbekende blogs, die doorgaans ook nogal slordig omgaan met bronvermeldingen.

  100. @Bob Brand:
    @Jos Hagelaars:

    WG1AR5_ALL_FINAL.pdf
    Key Uncertainties, p.130

    – Below ocean depths of 700 m the sampling in space and time is too sparse to produce annual global ocean temperature and heat content estimates prior to 2005. {3.2.4}

    – Observational coverage of the ocean deeper than 2000 m is still limited and hampers more robust estimates of changes in global ocean heat content and carbon content. This also limits the quantification of the contribution of deep ocean warming to sea level rise. {3.2, 3.7, 3.8; Box 3.1}

    – The number of continuous observational time series measuring the strength of climate relevant ocean circulation features (e.g., the meridional overturning circulation) is limited and the existing time series are still too short to assess decadal and longer trends. {3.6}.

    Vrij vertaald: gegevens van vóór 2005 kunnen in de versnipperaar.

  101. “Vrij vertaald: gegevens van vóór 2005 kunnen in de versnipperaar.”

    Nonsens Boels, dat zaken niet voor 100% bekend zijn, betekent niet dat ze in de versnipperaar kunnen. Het is toch zeer goed mogelijk ze te gebruiken, het IPCC doet dat bijv. met die figuur die hierboven staat: de energie-inhoud van alle compartimenten van het klimaatsysteem is toegenomen na 1970. De opwarming van de atmosfeer na die periode komt niet uit de oceanen hoe graag jij dat ook zou willen.

    Trouwens, de door Labohm zo geliefde UAH dataset neemt eveneens niet de volledige 100% van de aardbol mee. Moet dat dan ook maar in de versnipperaar? Net als HadCRUT4 e.d. waar nog meer uit ontbreekt? Natuurlijk niet.

  102. Beste Boels,

    Waar staat het woord “papierversnipperaar”?

    De 2e en 3e quote gaan trouwens al helemaal niet over waar wij het hierboven over hebben, de Ocean Heat Content 0 – 2000m. En voor jouw informatie: met de ‘deep ocean’ bedoelt men daar dieper dan 2000 meter.

  103. @Jos Hagelaars:
    Eerdere ruwe gegevens inpassen/reconstrueren om ze aan te laten sluiten bij recentere gegevens is een proces dat op zich al onzekerheden introduceert.
    De enige reden die ik kan bedenken is de wens om een periodelengte >= 30 jaar te verkrijgen om de effecten “klimaatwaardig” te laten zijn.
    De gegevens sinds 2005 zijn betrouwbaar, dus is dat helemaal niet nodig.

    @Bob Brand:

    Below ocean depths of 700 m the sampling in space and time is too sparse to produce annual global ocean temperature and heat content estimates prior to 2005.

    Kwestie van woordkeus.
    Bit-bucket i.p.v. papierversnipperaar?

  104. Beste Boels,

    Waar staat het woord “papierversnipperaar” of “bit-bucket”?

  105. @Bob Brand:
    Die woorden (of andere van gelijke strekking) zijn te lezen tussen de regels door.

  106. Hans Custers

    Boels,

    Nee “onzeker” betekent niet hetzelfde als “waardeloos”. Er is dan misschien onvoldoende informatie om de energieboekhouding voor 2005 sluitend te krijgen, dan neemt niet weg dat alle informatie die er wel is één kant op wijst. Jij mag raden welke.

  107. Beste Boels,

    In jouw warrige fantasieën. Leer eens ‘close reading’:

    – lezen exact wat er staat en niet meer of minder;
    – de gehele context meenemen, inclusief de paragrafen waarnaar verwezen wordt.

    Als er bijvoorbeeld ‘annual’ staat dan heeft dat specifieke redenen waarover eerst vier jaar lang gediscussieerd, gerekend en nagedacht is. Ieder woord wat daar staat is vele malen heroverwogen, door > 800 reviewers beoordeeld en eveneens door 190 landenteams.

    Nog iets: consistentie. Als jij denkt je op het klimaatpanel te beroepen dan is dat alleen consistent indien je óók de andere bevindingen en conclusies van het IPCC adopteert en overneemt. Het IPCC afkatten en bagatelliseren en verdacht maken… en je er vervolgens op beroepen is onzinnig.

  108. @Bob Brand:
    Dat jij de indruk geeft in de bevindingen van alle WG’s de heilige graal gevonden denkt te hebben wil niet zeggen dat anderen dat ook hebben gedaan.
    Verwijt je mij nu echt dat zelfs de “onfeilbare” IPCC mij argumenten aangeeft?
    @Hans Custers:

    Er is dan misschien onvoldoende informatie om de energieboekhouding voor 2005 sluitend te krijgen, dan neemt niet weg dat alle informatie die er wel is één kant op wijst. Jij mag raden welke.

    Ik wil er geen woordspelletje van maken: maar jouw formulering laat open dat bij een duiding op “andere” kant de gevens niet gebruikt zouden worden.
    Dat bedoel je vast niet.

  109. De teneur van deze blogpost: de hiatus is er maar vreest niet, de opwarming komt in alle hevigheid terug.
    Niets over het voordeel: enig respijt om eens serieus na te denken over oplossingen en maatregelen voor het geval klimaatrampspoed ons ten deel valt.
    Het was mij een genoegen en zou willen vaststellen dat wij het niet eens zijn.

  110. Hans Custers

    @ Boels,

    Dat is een wel heel vrije interpretatie van wat ik schreef. Ik heb helemaal niks gezegd of willen zeggen over hypothetische “gegevens die niet gebruikt zouden worden.” Ik had het slechts over de gegevens die er in werkelijkheid zijn.

  111. Beste Boels,

    Waar exact zeg ik dat de IPCC werkgroepen “de heilige graal” gevonden zouden hebben? Waar? O ja, ik zeg al evenmin dat het klimaatpanel “onfeilbaar” is, wat dit dan ook mag betekenen.

    Wat je mag verwachten van iemand die argumenteert is dat hij of zij dat op consistente wijze doet.

    Dus als jij je meent te beroepen op de bevindingen en conclusies van het IPCC — je beroept op het gezag van het klimaatpanel — dan is het wél zo consistent indien je ook de andere bevindingen en conclusies over zou nemen.

    Verder wijs ik je er nogmaals op dat het IPCC helemaal nergens een “papierversnipperaar” of een “bit-bucket” noemt. Wat er staat is iets totaal anders dus leer eerst close-reading: realiseer je dat elk woord daar staat om specifieke redenen en dat ieder woord deel uitmaakt van de totale context.

  112. @Bob Brand:
    Iets met mijn klomp en breken😉
    Dus als ik uit AR5-WG1 citeer om een afwijkende mening te ondersteunen moet ik het hele rapport onderschrijven en zien als “de waarheid” en niets dan “de waarheid”?
    Dacht het niet.

  113. Beste Boels,

    Je zuigt alweer van alles uit je duim dat helemaal niet gezegd is:

    .. en zien als “de waarheid” en niets dan “de waarheid”?

    Dergelijke fantasieën kan je opbergen bij jouw “heilige graal”, “onfeilbaar” en bij je uit de duim gezogen “papierversnipperaar” en “bit-bucket”. Wat je mag verwachten van iemand die argumenteert is dat hij of zij dat op consistente wijze doet.

    Dus als jij je meent je te beroepen op de bevindingen en conclusies van het IPCC — je beroept op het gezag van het klimaatpanel — dan is het wél zo consistent indien je ook de andere bevindingen en conclusies overneemt.

    Verder heb je je nog steeds niet verdiept in wat er werkelijk staat en wat de context is. Leer eens ‘close reading’:

    – lezen exact wat er staat en niet meer of minder;
    – de gehele context meenemen, inclusief de paragrafen waarnaar verwezen wordt.

    Als er bijvoorbeeld ‘annual’ staat dan heeft dat specifieke redenen waarover eerst vier jaar lang gediscussieerd, gerekend en nagedacht is. Ieder woord dat er staat is vele malen heroverwogen en er staat nergens “papierversnipperaar”.

  114. Jos Hagelaars, Hans Custers

    Jullie zijn ontevreden over mijn bronverwijzingen. Terecht, ze hadden duidelijker kunnen zijn. En ik ben er nog niet toegekomen om een programma te bekijken om op deze blog meer te bieden dan platte tekst. En ik bemerk, dat internetverwijzingen hier niet worden geactiveerd.

    Veel verwijzingen heb ik niet gemaakt. Ik tracht ze aan te vullen.

    1. Energie-en klimaatcommissie van het Britse parlement.
    De gegevens heb ik gehaald uit de blog van 29 juli over het Britse Lagerhuis op de website Klimaatverandering door pdf aan te tikken. Ik bemerk, dat dit nu niet meer werkt.
    De website – hier niet te activeren – is:
    http://www.publications.parliament.uk/pa/cm201415/cmselect/cmenergy/587/587.pdf
    Op dit document schuif ik op naar pag.56 en toets daar aan: Q1-51.
    Dat geeft een letterlijk verslag van de hoorzitting van 28-1-2014. Mijn interesse werd gewekt door de vragen Q11 t/m Q14. Daaruit blijkt, dat de opstellers van AR5-1 het niet opportuun achtten om de prognoses van CMIP5 zonder meer te volgen.

    2. Met Office publicatie The recent pause in warming.
    Direct via googelen. Op het inleidend blad heb ik Paper 2 aangetikt. De door mij vermelde citaten zijn:
    a. Een citaat over onvoldoende meetgegevens van de diepzee, te vinden op pag. 18
    b. Een citaat over de vaststelling, dat het energiebudget niet sluitend is te maken wegens onvoldoende meetgegevens of onvoldoende lengte van de meetgegevens op pag. 19.

  115. Jos Hagelaars, Hans Custers

    Tot mijn genoegen bemerk ik, dat na plaatsing de genoemde website van het Britse parlement wel wordt geactiveerd.
    Daarom vermeld ik nu ook de website van Met Office:
    http://www.metoffice.gov.uk/research/news/recent-pause-in-warming

  116. @Bob Brand:

    Dus als jij je meent je te beroepen op de bevindingen en conclusies van het IPCC — en je beroept op het gezag van het klimaatpanel — dan is het wél zo consistent indien je ook de andere bevindingen en conclusies overneemt.

    Als de auteurs van WG1 zelf tot de conclusie komen dat pré 2005 metingen onvoldoende bij kunnen dragen tot een zinnig beeld van vóór 2005?
    Die conclusie mag ik dus verder niet vermelden, laat staan gebruiken als argument.
    Merkwaardig.
    Maar goed, we worden het niet eens.

  117. Beste Rinus van Wallenburg,

    Jullie zijn ontevreden over mijn bronverwijzingen. Terecht, ze hadden duidelijker kunnen zijn. En ik ben er nog niet toegekomen om een programma te bekijken om op deze blog meer te bieden dan platte tekst. En ik bemerk, dat internetverwijzingen hier niet worden geactiveerd.

    Je kan gewoon het brondocument en het paginanummer of paragraafnummer bij je aanhalingen vermelden. Verder worden URL’s (linkjes) getoond op dit blog, daar valt niets aan te ‘activeren’.

    .. door pdf aan te tikken. Ik bemerk, dat dit nu niet meer werkt.

    Alle linkjes in mijn artikel ‘Britse lagerhuis: de IPCC processen en conclusies zijn robuust’ werken gewoon, klik bijvoorbeeld op ‘de uitkomsten’ of op ‘hier in PDF’ in het artikel. De verwijzingen openen in een separaat tabblad, dat is makkelijker: dan heb je ons artikel er ook naast staan.

    Als je citeert haal dan s.v.p. de betreffende passage aan tussen aanhalingstekens, en vermeld de bron erbij. De context is belangrijk en die kan via de bronvermelding bekeken worden.

  118. Beste Boels,

    Als de auteurs van WG1 zelf tot de conclusie komen dat pré 2005 metingen onvoldoende bij kunnen dragen tot een zinnig beeld van vóór 2005?

    Maar zij komen niet tot die conclusie. Er staat nergens “zinnig beeld” en de auteurs van WG1 laten ZELF bijvoorbeeld deze grafiek zien (hoofdstuk 3 Box 3.1, Fig. 1):

  119. @Rinus van Wallenburg

    “Daaruit blijkt, dat de opstellers van AR5-1 het niet opportuun achtten om de prognoses van CMIP5 zonder meer te volgen.”
    Dat had je ook gewoon in de IPCC AR5 Technical Summary kunnen lezen, blz. 86, waar men over de verwachte 0.3 tot 0.7 °C temperatuurstijging voor 2016-2035 het volgende schrijft:
    “It is also consistent with the CMIP5 5 to 95% range for all four RCP scenarios of 0.36°C to 0.79°C, using the 2006–2012 reference period, after the upper and lower bounds are reduced by 10% to take into account the evidence that some models may be too sensitive to anthropogenic forcing (see Table TS.1 and Figure TS.14). {11.3.6}”.

    Die 0.48 tot 1.15 °C waar je over sprak, kun je gewoon aflezen uit figuur TS.14 van het IPCC rapport.
    De heren Stott en Allen leggen ook uit waarom men daarvan afwijkt, bijv.:
    “You also have to take account of effectively the starting point for your near term projections.“
    “The models that were running free were already too warm by today because they didn’t reflect the natural fluctuations that have happened over the past decade.”
    Uit de woorden van Allen en Stott blijkt duidelijk dat het woord ‘onbetrouwbaar’ dat jij in je eerste reactie hier gebruikt m.b.t. de modellen niet correct is. Het lijkt mij vrij logisch dat men in 2013 kennis meeneemt van na 2005, het punt waarop CMIP5 model forecast begint.

    De CMIP5 modellen hebben forceringen gebruikt t/m 2005, alles na 2005 is een prognose. Neemt men wel de natuurlijke variaties en actuele forceringen mee van na 2005, krijg je zoiets als figuur 7 in de blogpost. Je uitspraak dat de volgende blogtekst onjuist is, is dus gewoon onwaar: “Dat modellen de ‘opwarmingspauze’ niet zouden hebben ‘voorspeld’ klopt niet: modellen simuleren ook natuurlijke variaties, maar kunnen uiteraard de timing van toevalsfactoren in opwarming of afkoeling niet voorspellen.”.
    Zie onze eerdere opmerkingen daarover.

    Het MET Office rapport kennen we en ja men benoemt de onzekerheden, dat is echter niet hetzelfde als ‘we weten niets’. Zoals eerder al gezegd: het MET Office artikel is ten eerste alweer van 2013 en dit blogstuk vermeldt expliciet allerlei onderzoek van na die periode. Zie de links onder puzzelstuk 2.

    Ga je overigens nog op onze eerdere antwoorden in of blijft het een beetje een-richtings-verkeer?

  120. Beste Rinus van Wallenburg,

    Dat geeft een letterlijk verslag van de hoorzitting van 28-1-2014. Mijn interesse werd gewekt door de vragen Q11 t/m Q14. Daaruit blijkt, dat de opstellers van AR5-1 het niet opportuun achtten om de prognoses van CMIP5 zonder meer te volgen.

    Hierbij de notulen, het ‘letterlijk verslag’ dat ik al noemde onder het stukje over het Britse Lagerhuis:

    Oral evidence 28-1-2014

    Op het NRC blog is al uitgelegd dat vraag Q11 t/m Q14 (bladzijde 8 e.v.) gesteld werden door de al vele jaren als klimaatscepticus actieve Peter Lilley, lid van het Lagerhuis én directeur van Tethys Petroleum:

    http://www.nrc.nl/klimaat/2014/08/22/pauze-welke-pauze/#comment-30847

    Wat doet Peter Lilley in Q11 t/m Q14? Hij stelt vragen met een tendentieuze en suggestieve ondertoon, hij negeert de correcties door dr. Stott en prof. Allen en hij leest niet wat er in hoofdstuk 11 en de Technical Summary (blz. 85 t/m 89) uitgebreid en heel precies is uitgelegd.

    De Britse parlementaire commissie was dan ook niet onder de indruk van zijn ‘vragen’ — en komt tot tegengestelde conclusies dan Lilley.

  121. @Bob Brand:
    Het gaat er om of ik het zinnig vind gezien:

    Below ocean depths of 700 m the sampling in space and time is too sparse to produce annual global ocean temperature and heat content estimates prior to 2005.

    Met mijn conclusie ben jij het niet eens.
    Een onbevangen lezer zal de grafiek nemen zo als die is en bovenstaand citaat niet mee nemen in de eigen interpretatie.
    Hoewel, dat mag de lezer niet van jou.
    Want je moet je verstand op nul zetten, anders mag je het IPCC-stuk niet lezen:

    Dus als jij je meent te beroepen op de bevindingen en conclusies van het IPCC — en je beroept op het gezag van het klimaatpanel — dan is het wél zo consistent indien je ook de andere bevindingen en conclusies overneemt.

  122. Beste Boels,

    Nee, het gaat er niet om of *jij* het zinnig vindt. Wat je zei was:

    Als de auteurs van WG1 zelf tot de conclusie komen dat pré 2005 metingen onvoldoende bij kunnen dragen tot een zinnig beeld van vóór 2005?

    De auteurs van WG1 komen niet tot die conclusie. Er staat nergens “zinnig beeld” of “zinnig”. De onzekerheden zijn al gekwantificeerd en die staan o.a. aangegeven in de grafiek door de auteurs van WG1:

    Bij het uit de context knippen van dat éne zinnetje, zou jij je om te beginnen eens af kunnen vragen waarom daar specifiek ‘annual’ staat. Achter het zinnetje staat de verwijzing naar {3.2.4} dus daar kan je verder kijken.

    De interne consistentie van het gehele rapport wordt voortdurend bekeken en gecheckt door de auteurs – dus precies dezelfde auteurs die het door jou uit de context gehaalde en verkeerd begrepen zinnetje geschreven hebben, hebben ook de grafiek in hoofdstuk 3 Box 3.1, Fig. 1 gemaakt en geaccordeerd.

  123. Jos Hagelaars
    Ik hoop tzt te kunnen reageren op je gewaardeerde opmerkingen.

  124. Puzzelstuk 5 van vS heeft als titel: Modellen geven verwachtingen maar kunnen het toeval niet voorspellen.
    Ik citeer daaruit: “In het echt gaat het ook om toeval: we weten dat er paar Nina’s komen maar niet wanneer.”

    Is het waar? Ik ga opnieuw naar paper 2 van de Met Office publicatie “A recent pause in warming”. Uit de op pagina 12 opgenomen figuur 5 blijkt duidelijk, dat in de 20e eeuw de PDO een cyclisch verloop had. Op dezelfde pagina wordt gesteld, dat de PDO in de late zeventiger jaren omsloeg van de negatieve naar de positieve fase en dat de PDO-index teruggeschoven is naar de negatieve fase bij het begin van de 21e eeuw.
    Onder puzzelstuk 2 wordt verwezen naar een studie van Trenberth et al. Als oorzaak van de huidige pauze in de opwarming wordt eveneens de negatieve fase van de PDO genoemd.
    Het verloop in de 20e eeuw en tot en met 2013 wijst op meer dan toeval, op meer dan enkele toevallige Nina’s.

    Eind februari van dit jaar publiceerden de (Britse) Royal Society en de US National Academy of Sciences een rapport met de titel: Climate Change, Evidence and Causes. Figuur 4 op pagina 11 is opmerkelijk. Het geeft voor de periode 1850-2012 onder elkaar trends met een periode van 10 jaar, een periode van 30 jaar en een periode van 60 jaar. Wat blijkt? Niet alleen bij de 10-jaarstrend, ook bij 30-jaarstrend is er een duidelijke golfbeweging. Eerst bij een periode van 60 jaar is er een vlakke stijgende trend.

    De negatieve fase van een zestigjarige cyclus wordt in allerlei publicaties als mogelijke oorzaak van de huidige hiatus genoemd. Dat in het geschrift van vS er niets over wordt vermeld, is naar mijn mening eenzijdig. Het is de auteur zwaar aan te rekenen, dat iedere expliciete vermelding achterwege blijft. De achtergrond is duidelijk: Indien de pauze tot ongeveer 2030 zou voortduren, ontstaat voor de opwarming een ander tijdpad, de IPCC-prognoses kloppen niet meer en de modellen evenmin. Ik heb al eens geconstateerd, dat IPCC aanhangers als door een wesp gestoken worden wanneer de term PDO valt, want dan rijst het schrikbeeld van 30 jaar stilstand of erger.

    Ik ga relativeren. Het lijkt me allerminst duidelijk, wat de oorzaken van de cyclus zijn. PDO is niet meer dan een naam. Over wat het werkelijk is, bestaat onduidelijkheid. Anderen noemen de AMOC. Het is niet uitgesloten, dat de golfbeweging in het verleden een samenloop is van toevallige omstandigheden. En onverlet blijft, dat vermoed wordt, dat in de negatieve fase de warmte in de oceanen wordt opgeslagen. De 60-jaarstrend stijgt, de stijging wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt door het broeikaseffect.
    En: de prognotiseerbaarheid is gering. Er is grote onzekerheid over de toekomstige duur van de pauze.

    Maar ook: het lijkt er veel op, dat er een slecht gekende invloed in het klimaat is, krachtig genoeg om de invloed van het broeikaseffect voor een periode van ongeveer 30 jaar weg te drukken.

    Ik zou op het stuk van vS nog meer kritiek kunnen geven. Dan gaat het om detailpunten. Alleen nog: In puzzelstuk 3 wordt gesuggereerd, dat het jaar 1998 als uitgangspunt moet worden genomen om de hiatus aan te tonen. Dat is zo passé, dat kon je stellen in 2005, niet meer in 2014.

  125. Hans Custers

    Rinus van Wallenburg,

    Wat je mist in de tekst bij puzzelstuk 5 staat bij puzzelstuk 2. interne variabiliteit, wisselingen in warmteuitwisseling tussen oceaan en atmosfeer, het komt daar keurig aan de orde. Inclusief de onzekerheden die er nog zijn. Die onzekerheden (zoals periodiciteit) worden niet stuk voor stuk uitgebreid behandeld, maar wat verwacht je dan? Dan Jan Paul van Soest in een blogstuk de hele wetenschap inclusief alle details beschrijft?

    Je zoekt spijkers op laag water. En dat geldt al helemaal voor je slotopmerking. Het zijn de pseudosceptici die maar niet duidelijk kunnen maken wat nu precies het begin van de “pauze” zou zijn. En dan val je er over dat iemand in een bijschrift bij een afbeelding het “verkeerde” jaartal noemt. Je had op zijn minst de moeite kunnen nemen om te melden wat dan wel het juiste jaartal is.

  126. Fig 2 in de blogpost laat het in feite toch mooi zien:

    De lange termijn trend 1975-2013 is niet te onderscheiden van die van 1975-1998. Dat geeft aan dat de periode 1998-2013 geen trendbreuk heeft veroorzaakt; de verdere ontwikkeling vd oppervlakte temperatuur (GMST) sluit naadloos aan op de trend in de voorgaande twee decennia.

    Mensen die de rode lijn, de trend van 1998 tot 2013, wel als trendbreuk willen bestempelen hebben toch wat uit leggen: Waar komt de energie vandaan die blijkbaar voor een stapfunctie zorgt in de ontwikkeling vd GMST?

    Zie ook de mooie grafieken hier: http://mrooijer.wordpress.com/2014/08/28/it-has-not-stopped/ en natuurlijk de escalator. Die laatste laat het mooi zien: Welke lijn is fysisch logischer als zijnde indicatief voor de lange termijn otnwikkeling vd temperatuur, de rode of de blauwe?

  127. Zoals Bart al aangeeft valt het einde van het blauwe stippellijntje in Figuur 2 praktisch samen met de grijs aangegeven oppervlaktetemperatuur in 2014:

    Met andere woorden: het is nu mondiaal gemiddeld *precies* net zo warm als je op basis van het simpelweg doortrekken van de trend 1975-1998 zou verwachten. Sta daar eens bij stil…

    Er is een ‘sprong’ opgetreden als gevolg van de El Niño 1998. Echter, over de langere termijn bekeken is het nu precies zo warm als je op basis van het doortrekken van de trend zou verwachten. Jan van Rongen (Mr. Ooijer in de Go-wereld) laat hetzelfde ook glashelder zien in deze grafiek:

    Trek de eerste lineaire trendlijn, die even voor 1970 begint, door naar het heden en zie dat die samenvalt met de huidige mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur.

  128. @Bob Brand:

    Figuur 2 praktisch samen met de grijs aangegeven oppervlaktetemperatuur in 2014:

    Moet dat niet 2013 zijn?

  129. Beste Boels,

    Dat kan 2013 zijn of bijv. het eerste halve jaar van 2014. De grijze curve in Figuur 2 loopt t/m juni 2014.

  130. @ Jos Hagelaars 2/9
    Je stelt, dat in de modellen de juiste timing van de ENSO niet is opgenomen. Ik heb geen inzicht in de modellen en neem aan, dat dit zo is. De logische conclusie is, dat het niet mogelijk is korte termijn prognoses te maken. De IPCC publicaties hebben dat wel gedaan, gaven prognoses voor het volgende decennium. Zeer onverstandig, dat te meer omdat uit de data blijkt, dat er perioden waren met veel el niño’s of veel la niña’s . De term PDO komt dan weer boven drijven.

    Over de trend: Het temperatuurverloop van de laatste 120 jaar laat duidelijk een cyclische beweging zien met een periode van ongeveer 60 jaar.
    Prognoses op basis van een lineaire trendberekening over een periode van 30 jaar zijn daarom onbruikbaar. Ik heb daar in een eerdere blog opmerkingen over gemaakt. Rond 1970 kon op basis van een lineaire trend temperatuurdaling worden verwacht. De huidige pauze in de opwarming kon met de lineaire trendberekening lang worden gemaskeerd.

    @ Jos Hagelaars 3/9
    Je suggereert min of meer, dat de Met Office publicatie over de pauze in de opwarming van ongeveer een jaar geleden al achterhaald is, omdat er daarna onderzoek is gepubliceerd. Hebben die onderzoeken tot duidelijkheid geleid? Nee, ze hebben de verwarring alleen maar vergroot, omdat ze elkaar tegenspreken.
    Met Office wijst er op, dat er nauwelijks temperatuurmetingen zijn voor de diepzee en onvoldoende metingen over de uitstraling van warmte vanuit de atmosfeer. Er is weinig zicht op, dat dit op korte termijn zal veranderen. Wat dat betreft zal helaas die publicatie jaren lang actueel blijven. Terzijde: In een eerdere blog heb ik opgemerkt, dat er geen meetsysteem is voor de biosfeer.
    Vermoedens in plaats van feiten. Het slaat met name op de bewering, dat veel warmte is opgeslagen in de diepzee. Een naar mijn mening acceptabele veronderstelling maar niet meer dan een vermoeden, geen feit.
    Met Office – en vele andere instanties – stellen, dat veel nader onderzoek nodig is naar de werking van de oceanen. Ons inzicht daarin is zeer gebrekkig. Dat we binnen een decennium daarover veel wijzer zullen worden, is naar mijn mening niet waarschijnlijk.

    @Jos Hagelaars 7/9
    De openhartige antwoorden van Allen op vragen over het niet zonder meer volgen van de prognoses van de CIMP5 modellen in AR5-1 heb ik vermeld bij de bewering van vS, dat de modellen kloppen.
    De antwoorden van Allen geven boeiende informatie over de tot standkoming van AR5-1.

  131. Rinus van Wallenburg,

    De IPCC publicaties hebben dat wel gedaan, gaven prognoses voor het volgende decennium.

    Welke publicaties en prognoses bedoel je dan precies?

    Prognoses op basis van een lineaire trendberekening over een periode van 30 jaar zijn daarom onbruikbaar.

    Wie doet zulke prognoses of beweert dat ze “bruikbaar” zouden zijn? En waarvoor?

  132. Beste Rinus van Wallenburg,

    Je stelt, dat in de modellen de juiste timing van de ENSO niet is opgenomen. Ik heb geen inzicht in de modellen en neem aan, dat dit zo is.

    Het moment waarop een El Niño of La Niña (ENSO, een vorm van interne variabiliteit) optreedt is niet te voorspellen — althans niet langer dan een half á heel jaar vooruit. Dat geldt ook voor andere vormen van interne variabiliteit zoals bijvoorbeeld het moment waarop ‘de PDO’ omslaat.

    De klimaatmodellen simuleren wél dat er El Niño’s en La Niña’s plaatsvinden maar dan volgens het toeval verdeeld over de komende decennia. De timing kunnen zij niet voorspellen. Dat geldt overigens ook voor vulkanische erupties — die treden in de simulaties doorgaans wel op maar dan met ‘random’ of juist regelmatige tussenpozen om het effect ervan te simuleren.

    De logische conclusie is, dat het niet mogelijk is korte termijn prognoses te maken.

    Ja, dat is wél mogelijk maar met onzekerheidsmarges waar het tijdstip waarop El Niño’s etc. optreden een deel van uitmaakt. De CMIP5 modelprojecties starten vanaf 2005 en ‘weten’ dus niets over de timing van de ENSO over 2005 — 2012. De correcties die het IPCC in de Technical Summary blz. 85 t/m 89 toepast dienen daarvoor te corrigeren, om de kennis die we nu hebben over 2005 – 2012 ook mee te nemen.

    Prognoses op basis van een lineaire trendberekening …

    De CMIP5 klimaatsimulaties werken *niet* op basis van een lineaire trendberekening. Het zijn fysische simulaties die (een deel van) de processen van het klimaatsysteem nabootsen, het zijn geen lineaire extrapolaties.

    Je claimt verder allerlei zaken waar de Met Office in juni 2013 op gewezen zou hebben maar je laat een heldere bronvermelding naar de publicatie + bladzijde/paragraaf voor je claims weer achterwege. Wat de Met Office in juni 2013 concludeert is in lijn met wat Jos hierboven zegt. Nader onderzoek sinds die tijd maakt steeds méér duidelijk dat inderdaad veel van de geaccumuleerde warmte (door de externe forcering van het klimaatsysteem) de hogere én diepere oceaan (samen over 0-2000m) in is gegaan, zowel in de Atlantische oceaan als in de Pacific. Dat laatste is waar de Met Office in juni 2013 ook al op wees.

  133. @ Hans Custers, 9/9

    Ik ben het vanzelfsprekend met je eens, dat vS in een blogstuk niet de hele klimaatwetenschap kan behandelen.
    Ik vind het stuk van vS om drie redenen slecht.
    1. De blog eindigt met twee conclusies over betrouwbaarheid van modellen en trends, die in de vorm waarin ze zijn geformuleerd, feitelijk onjuist zijn.
    2. Het wordt voorgesteld, alsof nagenoeg alles duidelijk is, terwijl er grote onzekerheid bestaat over oorzaken en duur van de hiatus en over de vraag, in welke mate vermoedelijk in de oceanen opgeslagen warmte naar de atmosfeer zal terugkeren. De IPCC-club verkeert momenteel in opperste onzekerheid.
    3. Verzwegen wordt dat er duidelijke aanwijzingen zijn, dat de hiatus het gevolg is van de negatieve fase van een lange termijncyclus met een periode van ongeveer 30 jaar.

    Ik vermoed, dat we fundamenteel niet van mening verschillen. Ook naar mijn mening is de toename van de broeikasgassen in de atmosfeer door ons zelf veroorzaakt en beperking van de uitstoot dringend gewenst.
    Ik sta wel sceptisch tegenover de IPCC-publicaties omdat ze naar mijn mening de golfbeweging in de temperatuur hebben genegeerd en daardoor tot onjuiste conclusies komen.
    In gesprekken met mensen, die AGW ontkennen en stellen, dat uit de laatste 15 jaar blijkt, dat AGW onzin is, stel ik, dat uit het cyclische verloop van de temperatuur volgt, dat een stilstandsperiode van 30 jaar best mogelijk is. Ik wijs er dan soms op, dat in de vorige negatieve fase (ongeveer 1940-1970) de temperatuur daalde en dat uit het feit, dat nu de temperatuur niet daalt maar zelfs een beetje stijgt, de kracht van het broeikaseffect blijkt.

    De kans is groot, dat de praktische stilstand in de temperatuur van de atmosfeer nog tot minstens 2025 doorgaat. Indien dat gebeurt, zal over het IPCC onder politici hoofdschuddend worden gesproken.
    Vanzelfsprekend hoop ik, da de stilstand doorgaat. Niet wegens leedvermaak over de IPCC-club. Wel omdat het ons meer tijd zou geven voor de allesbehalve eenvoudige transitie naar een samenleving met weinig fossiele uitstoot.

  134. @ Hans Custers 9/9

    In het tweede stuk van je reactie stel je, dat ik spijkers op laag water zoek. Je stelt: “En dan val je er over, dat iemand in een bijschrift bij een afbeelding het “verkeerde” jaartal noemt.”

    Klopt niet Hans. vS eindigt puzzelstuk 3 met de volgende zinnen: “Dat onderstreept dat 1998 door klimaatsceptici welbewust als beginjaar is gekozen voor de claim dat de opwarming zou zijn gestopt. Dat is statistisch gezien cherry-picking, ofwel selectief winkelen.”
    Mijn kritiek heeft betrekking op deze passage en niet op een bijschrift bij een afbeelding.
    vS praat in de aangehaalde zinnen IPCC-voorzitter Pachauri na, die herhaaldelijk heeft gesteld, dat wanneer we het jaar 1998 niet als uitgangspunt nemen , er van stilstand niets blijkt.
    Hetgeen onzin is. Zelf neem ik meestal het jaar 2000 als uitgangspunt conform de opvatting van Met Office, dat de pauze eigenlijk pas in het jaar 2000 duidelijk is begonnen. En dan blijkt gewoon de zeer matige opwarming over de laatste 14 jaar en de er bij behorende hiatus.

  135. @ Rinus van Wallenburg,

    De argumenten die je in de loop van deze discussie voor je bezwaren 1 en 2 hebt gegeven zijn door diverse reageerders uitgebreid beantwoord. Op die tegenargumenten ben je niet of nauwelijks ingegaan. Dat hoeft natuurlijk niet, maar dan is het wel wat merkwaardig als je gewoon (nagenoeg) dezelfde bezwaren weer plompverloren herhaalt.

    Wat betreft de cycli van 30 of 60 jaar: je gaf in een eerdere reactie al aan dat zo’n op het oog waarneembare periodiciteit ook op toeval zou kunnen berusten. Het is dus pure speculatie om daar veel (voorspellende) waarde aan toe te kennen. Temeer omdat niet uit te sluiten valt dat de accumulatie van energie als gevolg van het versterkte broeikaseffect weer invloed zou kunnen hebben op mechanismes die voor natuurlijke schommelingen zorgen.

    Tenslotte: je zegt dat een eventuele ‘hiatus’ tot 2025 ons meer tijd zou geven voor de transitie naar een samenleving met weinig uitstoot van broeikasgassen. Dat is volgens mij weinig realistisch. De transitie is immers een kwestie van decennia en bovendien is er geen enkele reden om aan te nemen dat een tijdelijk mindere opwarming van het oppervlak ook invloed heeft op de lange termijn trend. Het draait immers allemaal om de stralingsbalans aan de top van de atmosfeer. Bij een toenemend broeikaseffect kan die alleen in evenwicht komen door een stijging van de oppervlaktetemperatuur. Hoe verder de opwarming achterblijft bij het broeikaseffect, hoe meer de balans uit evenwicht is, en hoe groter de accumulatie van energie. Het is zeer aannemelijk dat die achterstand in opwarming gewoon in een latere periode weer wordt ingehaald.

  136. @ Rinus,

    Dus jij pikt 2000 als beging van de ‘hiatus’, in plaats van 1998? En doen die twee jaartjes verschil iets af aan de kern van het argument van Jan Paul van Soest?

  137. Beste Rinus van Wallenburg,

    De passage van Jan Paul van Soest klopt wel degelijk:

    Wie nogmaals goed naar de figuur kijkt, kan ook zien dat de (zwart, gestreepte) trendlijn 1975 – nu (dus inclusief de veronderstelde opwarmingspauze van 1998-nu) net zo scherp stijgt als de (blauw, doorgetrokken) trendlijn 1975 – 1998. Dat onderstreept dat 1998 door klimaatsceptici welbewust als beginjaar is gekozen voor de claim dat de opwarming zou zijn gestopt. Dat is statistisch gezien cherry-picking, oftewel selectief winkelen.

    Het blijkt helder uit Figuur 2 waar het einde van het blauwe stippellijntje (de doorgetrokken trend 1975 – 1998) praktisch samenvalt met de mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur in 2013/2014:

    Met andere woorden: het is nu mondiaal gemiddeld *precies* net zo warm als je op basis van het simpelweg doortrekken van de trend 1975-1998 zou verwachten. Sta daar eens bij stil…

    Het uitsluitend selecteren van 1998 als het beginpunt voor een trendlijntje is daarmee cherry-picking. Als je over de langere termijn kijkt dan is de huidige mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur ruwweg wat je op basis van de trend sinds 1970 of 1975 verwacht. Daar zitten perioden tussen met een extreem snelle toename (1992 – 1998) en met langzamere toename (1998 – heden). Echter, over de langere termijn zie je de stijging van de oppervlaktetemperaturen.

    PS: Het selecteren van 2000 als beginpunt helpt je niet echt, dan is de stijging tot heden aanzienlijk. Het is niet ‘verbojen’ om kortere-termijn variaties dan die over 30 jaar te gaan analyseren (dat gebeurt voortdurend), maar je dient je wél bewust te zijn dat je dan juist naar de kortere-termijn schommelingen kijkt: naar de ‘ruis’ in het klimaatsysteem ofwel de interne variabiliteit..

  138. Beste Rinus van Wallenburg,

    Je verwijt de auteur Jan Paul van Soest voortdurend van alles, maar maakt dat geen enkele keer hard. Jan Paul verwijst bijv. expliciet naar enkele studies die laten zien dat, mits gevoed met actuele data en de juiste ENSO-‘timing’, klimaatmodellen wel degelijk de ‘opwarmingspauze’ voorspellen. In dezelfde serie, zie ook het deze week verschenen onderzoek van Meehl et al:
    http://www.nature.com/nclimate/journal/vaop/ncurrent/full/nclimate2357.html
    Je bewering over ‘in strijd met de feiten’ is derhalve onzin en daar ben je duidelijk op gewezen. In plaats van in te gaan op onze reacties kom je gewoon met nieuwe onduidelijke beweringen over korte termijn prognoses en prognoses op basis van regressies.

    Ik beweer niet dat de Met Office publicatie achterhaald is, alleen dat er na deze publicatie allerlei nieuw onderzoek is verschenen dat opnieuw wijst richting energie opslag in de oceanen. Naast de links in het blogstuk zou je dan ook nog deze kunnen bestuderen:
    http://www.nature.com/nclimate/journal/vaop/ncurrent/full/nclimate2106.html
    Ik vraag me dus af welke onderzoeken de ‘verwarring alleen maar hebben vergroot’, je hebt vast referenties anders beschouw ik het maar als een loze kreet.
    Onzekerheden zijn er zeker, maar dat is wat anders dan ‘het is niet meer dan een vermoeden’, ‘in feite is er niets duidelijk’ of ‘de IPCC club verkeert momenteel in opperste onzekerheid’, zoals jij hier beweert. Het IPCC schrijft bijv.: “However, it is very likely that the climate system, including the ocean below 700 m depth, has continued to accumulate energy over the period 1998–2010.” (blz. 769, box 9.2 van AR5). En opnieuw: je bent gewezen op de meetdata van NOAA, dat zijn gewoon metingen en geen ‘vermoedens’ en ook daar reageer je niet op.

    Waar is al die achterdocht die blijkt uit je woordkeus zoals ‘onbetrouwbaar’, ‘verzwegen’ of ‘door wesp gestoken’, op gebaseerd? Alleen op het feit dat jij persoonlijk vindt dat de mainstream wetenschap de oorzaak van de hiatus moet zoeken in lange termijn cyclische variaties?
    Wellicht moet je dit eens lezen, http://www.skepticalscience.com/Pacific-Decadal-Oscillation-advanced.htm:
    “The PDO is an oscillation with no trend. It moves the heat through different part of the climate system but can not create nor retain heat. It can not be the cause of a long term warming trend.”.
    En bekijk de onderstaande figuur eens over de ‘vorige negatieve fase (ongeveer 1940-1970)’, zoals jij dat noemt. Die is keurig gevangen in de klimaatmodellen:

    Diezelfde modellen kunnen dus de ‘hiatus-periode’ simuleren, zie grafiek 7 uit het blogstuk en alle andere referenties die je hier kunt vinden.

    Ik ben nog altijd benieuwd naar je bewering over die puzzelstukjes:
    “Als ze allemaal waar waren, zou het wel graden kouder moeten zijn geworden.”
    Nog altijd is het volslagen onduidelijk waar dit op is gebaseerd.

    En als laatste een van je recente beweringen:
    “Verzwegen wordt dat er duidelijke aanwijzingen zijn, dat de hiatus het gevolg is van de negatieve fase van een lange termijncyclus met een periode van ongeveer 30 jaar.”
    Als de persoonlijke mening van iemand in het IPCC rapport niet aan bod komt, betekent dat niet dat men iets ‘verzwijgt’. De hiatus wordt uitgebreid besproken in het AR5 rapport, zie bijv. box 9.2.

    Ik ben het wel met je eens dat we niet fundamenteel van mening verschillen, zoals je richting Hans schrijft. Meer broeikasgassen leiden tot meer opwarming en dat onderschrijf je duidelijk.

  139. Mij wordt verweten, dat ik niet zou ingaan op commentaren. Ik ben het daar niet mee eens en ik ervaar hetzelfde: er wordt niet werkelijk ingegaan op wat ik gesteld heb.

    Voor mij is het kernpunt de hardnekkige ontkenning, dat de huidige hiatus de negatieve fase kan zijn van een cyclische beweging. In de laatste 150 jaar is de cyclus duidelijk waarneembaar. De overgang naar de negatieve fase rond het jaar 2000 voldeed wat dat betreft geheel aan de verwachtingen. Ik stel: rond het jaar 2000. Beter is: tussen 1997 en 2002, een omslagperiode. Door de vele invloeden op de temperatuur van de atmosfeer is een omslagpunt niet aan te geven.

    Eerder heb ik gesteld, dat de cyclische beweging toeval kan zijn. Ik ben voorzichtig, we weten naar mijn mening niet wat de oorzaak is. Het fenomeen is onvoldoende onderzocht. Dat het de PDO zou zijn, onderschrijf ik niet. Misschien is het de PDO, misschien iets waar we nog geen idee van hebben.
    Niettemin is de kans op toeval klein en is voor mij de meest aannemelijke prognose, dat we in een periode, die eindigt ergens tussen 2025 en 2035, in de negatieve fase blijven. Om daarna geconfronteerd te worden met een positieve fase met sterk stijgende temperaturen.

    Die opvatting leidt tot een andere interpretatie van de enkele keren aangehaalde figuur 2 van vS. De figuur laat een sterk stijgende lineaire trend zien met 1976 als beginjaar. Dat is het begin van de positieve fase van de cyclus. Een duidelijk voorbeeld van kersen plukken. Een correcte weergave is een trendlijn over een periode van 60 jaar. Dan krijgen we ook een stijgende trend maar wel met een veel minder steile helling.

    Jos Hagelaars vraagt voor de tweede keer, hoe ik er toekom, dat het wel twee graden kouder zou zijn, wanneer alle onderzoekingen juist zouden zijn. Van mijn kant een spottende opmerking. Ik onderstreepte daarmee, dat ze niet allemaal waar kunnen zijn, omdat ze zeer verschillende verklaringen geven van de hiatus.

  140. Rinus van Wallenburg,

    Iets niet expliciet noemen, of niet zo relevant verklaren, is niet hetzelfde als het “hardnekkig ontkennen“. Die beschuldiging slaat nergens op.

    Waar het om gaat is dat curve-fitting geen wetenschap is, het is hoogstens zo nu en dan een handig hulpmiddeltje in de wetenschap. Een patroon, of een cyclus is dan ook geen wetenschappelijke verklaring. Je zou juist kritisch moeten zijn als wetenschappers wel met zulke “verklaringen” genoegen zouden nemen. Gelukkig doen ze dat niet. Echte wetenschappelijke verklaringen kijken juist naar de achterliggende fysica (waar blijft de warmte die accumuleert in het klimaatsysteem, welke processen spelen een rol), en naar eventuele onzekerheden in de data (in dit geval bijvoorbeeld het in veel datasets ontbrekende Noordpoolgebied).

    Als nu die achterliggende kennis duidelijk op een cyclus wijst, en het verloop van die cyclus voorspelbaar is (ook of juist in relatie met de opwarming op lange termijn), dan zou het zinnig kunnen zijn om er op te wijzen. Al heeft zo’n cyclus zelfs in dat geval waarschijnlijk geen invloed op de opwarming op lange termijn, en is de relevantie zelfs dan dus nog beperkt. Op dit moment zich ik nog geen reden waarom het noemen van een eventuele cyclus nu zo belangrijk zou zijn.

    Wat figuur 2 van Jan Paul van Soest betreft: hij claimt nergens dat die figuur de lange termijn trend zou geven. Wat die figuur laat zien is dat de temperatuur in de afgelopen 10 jaar niet veel afwijkt van de trend over 30 jaar. Je kritiek hierover is een stropop.

    En dan je laatste opmerking. Ik meen dat ik er al een keer op had gewezen, maar ik kan het niet zo snel meer terugvinden. Dus nog maar een keer: de wetenschap heeft natuurlijk veel aandacht wat er zich op dit moment afspeelt in het klimaatsysteem Dat kan men immers het makkelijkst onderzoeken. Het is dus volstrekt logisch dat er veel onderzoek verschijnt over de actuele ontwikkeling. Natuurlijk zullen sommige beschreven verschijnselen meer invloed hebben dan anderen, en zullen sommige artikelen waarschijnlijk helemaal geen stand houden. Het stuk van Jan Paul geeft de belangrijkste verklaringen en als je goed oplet als je het leest zul je zien dat verschillende van de genoemde puzzelstukken met elkaar samenhangen.

    Tenslotte: ik keek deze draad nog even door, op zoek naar iets waarvan ik meende dat ik het al eerder had genoemd, en constateerde toen toch dat je wel heel veel tegenargumenten onbeantwoord hebt gelaten.

    Daarom toch nog een keer het verzoek om op argumenten van anderen in te gaan. Zou je aan kunnen geven of je het eens bent met mijn opmerking dat een eventuele cyclus helemaal niet wordt ontkend door Jan Paul of iemand anders in deze discussie? En of je je kunt vinden in mijn argumenten dat zo’n cyclus niet zo relevant is, en zo niet, waarom niet?

  141. Beste Rinus van Wallenburg,

    Het zogenaamde ‘zien’ van ‘cycli’ door naar een grafiekje te staren en dan allerlei patronen ontwaren is al heel oud. Het is een valkuil waar je tijdens practica op gewezen wordt en je leert dan om skeptisch te staan tegenover het ‘zien’ van veronderstelde patronen. Het staat bekend als ‘eyeballing the graph‘.

    In essentie is dit het menselijk patroonherkennings-mechanisme dat op de loop gaat met de interpretatie van waarnemingen, waardoor men bijvoorbeeld denkt de Maagd Maria te ‘zien’ in de reflecties in een winkelruit, een gezicht op het oppervlak van Mars, het mannetje in de maan of ‘kanalen’ op Mars.

    Over pattern-seeking behavior is deze video aan te raden vanaf 7:20 waar Dr. Shermer een inleiding geeft op een lezing van Daniel Dennett:

    De rest van het praatje is ook leuk en aanbevelenswaardig (en niet zo formeel als sommige officiële lezingen door Dennett). ‘Pattern-seeking behavior’ komt nog een aantal keren ter sprake.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s